Hoe PSV kalm bleef in tijden van crisis

Kampioenschap eredivisie

De 24ste landstitel van PSV is ook de beloning voor rust in de bestuurskamer. Directeur Toon Gerbrands: „Het heeft echt wel geknetterd.”

PSV-aanvaller Gastón Pereiro (midden) maakt de 1-0, tussen Ajax-verdedigers Maximilian Wöber (links) en Matthijs de Ligt. Foto ANP Pro Shots

Zo zeldzaam als kampioen worden tegen de concurrent is, zo apart waren ook de taferelen op de zondagmiddag waarop PSV zich tegen Ajax voor de 24ste keer kampioen van Nederland kroonde. Terwijl de Ajax-selectie, als laatste trainer Erik ten Hag, afdroop naar de spelersbus door een ‘vernederhaag’ van Eindhovense fans, kreeg PSV-aanvoerder Marco van Ginkel de schaal in handen.

De frustratie bij vernederde Ajax-supporters kwam een uur eerder na de 3-0 tot uiting met wangedrag, met fakkels die onder het uitvak tussen PSV-fans terecht kwamen. Twee rode kaarten volgden nog bij Ajax, voor Nicolás Tagliafico en de hopeloze Siem de Jong, tot besluit – vlak voor het feest losbarstte in een hunkerend stadion met 33.000 mensen.

Dat vijf minuten voor tijd alvast kartonnen kampioensschalen werden uitgedeeld aan het publiek, kon wel bij 3-0 zondagavond in broeierig Eindhoven. Toch? „Daar gaan we over vergaderen”, zegt PSV-directeur Toon Gerbrands – nog best ernstig. Beter na het duel pas, vindt hij. „Heeft ook te maken met respect.”

Gerbrands, aan zijn vaste hoek van de bar in persruimte, geniet van een watertje – met het gelijk aan zijn zijde. Hij kijkt naar zijn trainer, Phillip Cocu, die voor de derde keer in vier jaar de schaal naar Eindhoven bracht. Hoe anders had het kunnen lopen allemaal na het Europese echec tegen NK Osijek. Ooit getwijfeld aan Cocu? „Nooit.”

Niets doen is ook beleid. In de directiekamer bleven de hoofden koel: teamprocessen analyserend, sentimenten negerend. Die Europese uitschakeling volgde op een uitgeblust seizoen waarin PSV derde werd. Eindhoven morde. „Begrijp me goed: we zijn geen kerk”, zegt Gerbrands. „Het heeft echt wel geknetterd. Maar we zagen bijvoorbeeld rond een oefenwedstrijd tegen Augsburg, een paar dagen na Osijek, dat de spelers en de trainer volledig op één lijn lagen. Dat liep gewoon goed, maar zoiets zie je alleen als je aan de binnenkant staat.”

Drieëenheid

Eendracht maakt macht, zo klinkt het in Eindhoven. Gerbrands, Marcel Brands en Phillip Cocu bleef een drieëenheid. Dat een nieuwe linksback, na het vertrek van Jetro Willems vurig gewenst, niet kwam was wel een misser op de afdeling van technisch directeur Brands. Davy Pröpper, alleskunner op het middenveld, koos nog voor Brighton na de Osijek-deceptie. Veel zou nu op het improvisatievermogen van Cocu neerkomen.

Het werd vechten met een sober collectief, gezegend vooral in die eerste maanden met een explosief opererend duo van topaankoop Hirving Lozano en de in de winterstop nog verkochte Jürgen Locadia. Gerbrands denkt terug aan de openingswedstrijd tegen AZ, afgelopen augustus. „Na 1-0 achter ging de ploeg er echt voor vechten, en het publiek ging er achter staan.” Toen al zag hij dat het goed zou komen. Het werd 3-2, in een spektakelstuk.

Feyenoord uit titelstrijd

Op drie zeges in de competitie volgde een nederlaag in Heerenveen, dat was met de topper tegen kampioen Feyenoord in het vooruitzicht een zorgelijk perspectief. Voetbal International vatte het sentiment met de covertekst ‘Feyenoord is PSV voorbij’. Met in kleine letters eronder nog: ‘Op alle fronten’. PSV won en van Feyenoord werd in de titelstrijd nooit meer wat vernomen.

De Europese uitschakeling, beschamend vroeg als die was, „zorgde ook wel weer voor een versneld proces in de ontwikkeling”, zei Cocu vrijdag. „Spelers moesten nu wel de stappen zien te zetten. Niemand kon meer links of rechtsom kijken van: wie gaat het oppakken? Dat moest de kerngroep nu zelf doen, met de ondersteuning van ons als staf.”

Strijdgewoel bij Ajax

Alsof de natuur een handje wilde helpen bij het beeld van trainingscomplex de Herdgang als hemels rustoord, floten de vogels afgelopen vrijdag in de lentezon. In Amsterdam, op De Toekomst, overstemt het langsrazende verkeer op de A2 doorgaans het geluid van gezaag aan stoelpoten. De eenheid in beleid bij PSV contrasteert beenhard met het interne strijdgewoel in Amsterdam, ook en vooral dat is het verhaal van dit seizoen.

Bij Ajax negeerde de directie tamelijk overtuigende signalen dat de ploeg zich tegen het eind van 2017 herpakt had na het drama dat Abdelhak Nouri trof in de voorbereiding. Feyenoord, AZ, PSV gingen eraan dat najaar, maar trainer Marcel Keizer ook. De bekeruitschakeling in december tegen FC Twente werd aangegrepen om hem nog voor Kerst te lozen.

Ten Hag kwam, het voetbal werd stroever en stroever. De genadeklap in Eindhoven weet hij zondag aan „het besef waar het om gaat, dat niet altijd aanwezig is” in zijn ploeg. Dat was tegen PSV „pijnlijk duidelijk geworden”. Vijf punten was de achterstand. Vier maanden later is het tien punten en is het jaar totaal mislukt. Bijltjesdag volgt mogelijk snel, na de definitieve aftakeling in Eindhoven. Algemeen directeur Edwin van der Sar had zich met zoveel woorden van de prestaties van Ten Hag afhankelijk gemaakt, al is onduidelijk welke termijn hij verbetering verlangde van de trainer. Misschien pas volgend seizoen.

Titel van de teamgeest

Die Amsterdamse sores zijn ver weg, zondagavond in Eindhoven. Aan PSV de titel. Wat voor een titel? Tja. „Het collectief, de teamgeest, geloof in elkaar en bereid zijn voor elkaar te werken”, poneerde Cocu. Dat niet alles in deze titelrace aan zijn magische hand te danken is, bleek bijvoorbeeld bij de gestolen zege in Zwolle toen hij Isimat Mirin in de slotminuut naar achteren dirigeerde. Die deed dat niet, bleef hangen voor het doel van PEC en profiteerde van een keepersfout: 1-0.

Om nog wat fundamentelers aan Cocu’s prestaties af te doen: het is ook het seizoen waar voor het eerst sinds de jaren zeventig geen (groepsfase) Europees voetbal bereikt werd. En van de grootste nederlaag in 54 jaar, tegen Willem II (5-0). Kanttekeningen bij een seizoen waarin PSV goed genoeg was, maar zelden voetbal spelend waarvoor je je buurman aanstoot.

PSV had de helft van de tijd de bal dit seizoen, voorwaar niet veel voor een kampioen. Afgelopen tien jaar had alleen AZ in 2008-09 een percentage van 50 balbezit. PSV is er de ploeg naar, Cocu is er de trainer naar en het is er ook het tijdperk voor – nu ook in Nederland balbezit nog slechts gezien wordt voor wat het is: het hebben van de bal.

Tactische adaptatie

Het spel laten aan de ander, dat mag best tegenwoordig. Het is de titel van tactische adaptatie. De ploeg boog naar Cocu’s wil. Gastón Pereiro, de Uruguayaanse aanvallende middenvelder die tegen Ajax de openingstreffer maakte, was het lastigste dossier op man-management vlak, zei de PSV-coach. Wel spelen, niet spelen – „hij kan gigantisch voetballen, maar soms is ie afwezig”.

En daar lees je dan een heel jaar geen wanklank over. Zo is het ook wel weer in het wat steriele mediaklimaat in Eindhoven waar de clubwatchers niet continu op zoek zijn naar een rel die er ook vaak niet eens is.

De selectie was smal. Maar Cocu zag daar, zei hij vrijdag, ook wel weer een voordeel in. „Ook voor de jonge jongens is er nu altijd iets om voor te vechten. Niet dat het een excuus is om niet te vechten als je dat niet hebt, maar vooruitzicht hebben op iets speelt ook een rol.” Iedereen kreeg speeltijd, tot aan reservedoelman Eloy Room die de laatste minuten in de kampioenswedstrijd mocht invallen voor Jeroen Zoet. Hij, misschien wel de belangrijkste speler, hield maar weer eens de nul. Soeverein.

Nogmaals: wat voor titel? De titel van Phillip Cocu, het vastberaden geloof in hem – dwars door de waan.


Correctie (16 april 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond niet uitgelegd dat PSV grote kans heeft om al in de laatste voorronde van de Champions League in te stromen. Ook werd Van der Sar niet geïntroduceerd in het artikel als algemeen directeur van Ajax.

    • Bart Hinke