Ondernemen kost in Birma vooral geduld

Reportage Het Nederlandse zadenbedrijf East-West Seed doet al tien jaar zaken in Birma. Corruptie en elkaar tegensprekende wetten maken dat niet erg eenvoudig.

Demonstratieveldjes voor tomatenplanten van East-West Seed. Foto Marlies Wessels

De fabriek ligt er verlaten bij. De muren zijn nog fris en wit, de hoge hal klinkt hol. In de opslag staan al wel wat dozen opgestapeld met groentezaden: komkommer, tomaat, kouseband. Het echte werk moet hier duidelijk nog beginnen.

Na vijf jaar bureaucratie kan de zaadverwerkingsfabriek van het Nederlandse groentezadenbedrijf East-West Seed eindelijk open. In andere landen duurt het ongeveer een jaar om zo’n fabriek te bouwen, vertelt Ard Groot, voorzitter van de raad van commissarissen van East-West Seed. Hier in Birma dus flink wat langer. „We waren soms met wel zeven hordes tegelijk bezig. Het huilen stond ons nu en dan nader dan het lachen.”

Ard Groot, voorzitter van de raad van commissarissen van East-West Seed

Foto Aung Khant

Zo hadden ze een kaart van de omgeving nodig om de bouwvergunning voor de fabriek rond te krijgen. De enige ambtenaar die zo’n kaart voor hen kon regelen, hield zich onbereikbaar, was vaak ‘ziek’ en deed wat hij verder kon om de boel te vertragen. „Hier heb je een printje van Google Maps, zeiden we op een gegeven moment.” Dat was alleen niet goed genoeg.

Die ambtenaar wilde natuurlijk geld zien, zegt Ard Groot, maar zijn lokale mensen gaven niet toe. Uiteindelijk bracht Groot er speciaal een bezoek voor aan de regiominister en dat werkte. „Het was bijna reden voor een feestje. De káárt was binnen!”

In Birma is het lastig zaken doen voor buitenlandse bedrijven. Hier investeren komt neer op werken met onduidelijke regels, een agenda vol officiële ontmoetingen met hoge ambtenaren of ministers en vooral veel geduld hebben.

Simpele vragen, amper antwoorden

Het land ging open in 2012, na decennia van militaire overheersing en een centraal geleide economie. De Europese Unie schortte de sancties op en de buitenlandse investeringen namen snel toe. Tot vorig jaar ineens een daling plaatsvond. Volgens de Wereldbank kwam er nog 6,6 miljard dollar (5,3 miljard euro) aan investeringen binnen. Dat was bijna 3 miljard dollar minder dan het jaar ervoor, maar volgens de Wereldbank is zo’n daling logisch na de eerdere grote stijgingen.

Zo’n tien jaar geleden begon East-West Seed in Birma – of Myanmar – en op de simpelste vragen was toen amper een antwoord te vinden, vertelt Ard Groot. Neem de hoogte van de overdrachtsbelasting. „Normaal gesproken weten advocaten zoiets uit hun hoofd en anders kunnen ze het makkelijk opzoeken. Hier kostte het hen uren zoekwerk.” East-West had nooit last van de westerse sancties, omdat het alles via Thailand liet lopen.

In Birma is het bedrijfsleven altijd gewend geweest om regels zoveel mogelijk te negeren, zegt Vicky Bowman. Zij is directeur van het Myanmar Centre for Responsible Business, een non-gouvernementele organisatie die verantwoord ondernemen in het land wil bevorderen.

Regels en wetten spreken elkaar zo vaak tegen, dat het haast ondoenlijk is om eraan te voldoen, vertelt ze. Corruptie is dus aan de orde van de dag. „Een envelop met geld erin vormt hier altijd de oplossing om de bureaucratie te vermijden.”

Onder de regering van Aung San Suu Kyi, de Nobelprijswinnares die sinds 2016 aan de macht is, ziet Bowman het er niet per se beter op worden. Suu Kyi’s mensen moeten werken met een erfenis van „tientallen jaren incompetentie”, zegt ze. „En ambtenaren doen niet zoveel om de problemen op te lossen. Ze maken wel nieuwe wetten, maar vooral om te laten zien hoe druk ze bezig zijn.” Het momentum voor grote veranderingen is inmiddels voorbij, zegt Bowman ook.

Ondanks de moeite die het opstarten kost, is de Birmese markt zeker aantrekkelijk voor een bedrijf als East-West Seed. Hoe groot de afzetmarkt precies is, valt volgens Ard Groot lastig te zeggen, maar „het potentieel is enorm”. Birma heeft veel kleine landbouwbedrijven en de boeren werken vaak nog met groentezaden die ze van hun eigen oogst overhouden, terwijl professioneel veredelde zaden de opbrengst en kwaliteit verhogen. Sinds kort maken ze een „bescheiden winst” in Birma, zegt Groot. „In onze business heb je een lange adem nodig.”

Demonstratieveldjes

East-West Seed heeft, samen met de Wageningen University (WUR), een slimme manier gevonden om de boeren direct te bereiken. Op het groene platteland van Bagan, in het midden van Birma, laat een boer trots het verschil zien tussen twee stukken landbouwgrond vol tomatenplanten. Hij is key farmer voor East-West en houdt de twee demonstratieveldjes bij om de boeren uit de omgeving de verschillen te laten zien.

Het ene veldje met tomaten ligt op een verhoging en de grond is afgedekt met landbouwplastic. Die planten staan er mooier bij – en er hangen op het eerste gezicht meer tomaten aan – dan die van het andere veldje. Daar kruipt het onkruid tussen de tomatenplanten door. Een flinke regenbui kan de basis zo wegspoelen, vertelt de boer. Bij het verhoogde tomatenbed is dat lastiger.

Het is essentieel, zegt Flip van Koesveld, projectmanager namens East-West en WUR, dat boeren met eigen ogen zien wat beter werkt. Landbouw is een conservatieve sector, vertelt hij, vaak werken boeren al generaties lang hetzelfde en vinden ze verandering niet nodig. „Over twee jaar moeten we hier de impact van kunnen zien, of de boeren deze technieken echt hebben overgenomen.” En natuurlijk of de verkoop van veredelde zaden is gestegen.

Slachtingen in Rakhine

East-West Seed werkt ook met boeren in Rakhine, de westelijke deelstaat van Birma waar zoveel Rohingya-moslims zijn gedood en verjaagd. Hoe schandalig het ook is wat daar gebeurt, zegt Ard Groot, hij heeft niet overwogen te stoppen. „Het zou anders zijn als wij met ons bedrijf het beleid van de overheid hierin zouden steunen, maar dat is niet zo.” Goede voeding en kennis over het verbouwen van groente is toch een belangrijke levensbehoefte, zegt hij, ook in Rakhine.

Voor grotere internationale bedrijven is de Rohingya-crisis wel een risico. Multinationals „hebben hun uitbreidingsplannen even on hold gezet”, zegt Vicky Bowman van het Centre for Responsible Business. Terwijl juist de aanwezigheid van grote merken, denk aan kledingfabrikanten als C&A of H&M, volgens haar nodig is om hogere standaarden voor de werkomgeving neer te zetten en het kritisch denken in het land te bevorderen.

Ook de Wereldbank wijst op de risico’s van de crisis in Rakhine. De investeringen kunnen er door tegenvallen en bedrijven hadden tóch al het beeld dat het niet opschiet met de hervormingen in Birma, staat in haar laatste economische monitor.

De verandering gaat inderdaad langzaam, beaamt Ard Groot van East-West Seed. Maar hij ziet de overheid wel pogingen wagen om het buitenlandse bedrijven iets makkelijker te maken. East-West verkoopt groentezaden in bijna heel Azië en het bedrijf weet dat geduld hebben hier belangrijk is. „Onze mensen zeggen: wacht nou maar af, dit ging in de jaren tachtig en negentig in China precies zo. En moet je nu daar eens zien.”

Heineken brouwt sinds 2015 ook bier in Birma. Lees ook: Eindelijk kan Heineken bierbrouwen in Birma
    • Annemarie Kas