Nederland worstelt met de erfenis van de Irak-oorlog

Nederlandse reactie Het kabinet spreekt van begrip voor de militaire acties tegen Syrië en niet van volledige steun. Een nuance die terugvoert op de beladen geschiedenis van de Irak-oorlog.

Begrip. Dat is het woord dat onophoudelijk klinkt van de zijde van het Nederlandse kabinet als het gaat om de vergeldingsacties van het Westen op Syrië in verband met de gifgasaanvallen van vorig weekeinde in Douma.

Het is een woord dat zeer welbewust gekozen is en ook zeer nauw luistert. Begrip suggereert instemming, maar zegt eveneens dat er geen ongeclausuleerde steun is.

Vandaar ook de opmerkelijke kanttekening van Nederland bij de verklaring die de NAVO-landen zaterdag uitgaven naar aanleiding van de gezamenlijke luchtaanval van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk op Syrische doelen. In een stemverklaring die officieel is vastgelegd in het verslag van de vergadering van de 29 NAVO-partners staat dat Nederland moeite had in te stemmen met een verklaring waarin volledige steun wordt uitgesproken voor de militaire acties omdat het Nederlandse kabinet zelf vasthoudt aan de kwalificatie ‘begrip’.

Om de solidariteit van de NAVO niet te doorbreken heeft Nederland toch ingestemd met de gezamenlijke verklaring waarin gesproken wordt van „volledige steun’’, maar dan wel met een verwijzing naar de stemverklaring. Nederland is het enige land met een voetnoot. De reden is dat Nederland niet over „eigenstandige’’ informatie beschikt waaruit onomstotelijk zou moeten blijken dat het regime van de Syrische president Assad achter de gifgasaanval zat.

De aanwijzingen zijn er en minister Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) noemt het dan ook „heel plausibel’’, maar het ultieme bewijs ontbreekt. In het programma WNL op Zondag zei Blok zondag dat het „in de Nederlandse politieke geschiedenis heel belangrijk is, is dat je steun uitspreekt op het moment dat je ook eigen informatie hebt”.

Dat is een verwijzing naar het uit 2010 stammende rapport van de commissie-Davids die een onderzoek deed naar de Nederlandse besluitvorming rond de Irak-oorlog die de Verenigde Staten in 2003 begonnen. Voor deze oorlog sprak het toenmalige kabinet Balkenende toen ‘politieke steun’ uit. De door het kabinet ingestelde commissie-Davids concludeerde dat de militaire actie tegen Irak een „adequaat volkenrechtelijk mandaat ontbeerde’’. Met terugwerkende kracht werd het kabinet Balkenende hierdoor terecht gewezen.

Sinds de commissie-Davids en het politieke debat daarover in de Tweede Kamer zweren Nederlandse kabinetten weer bij het internationaal volkenrecht. Niet voor niets staat ook nu weer in het regeerakkoord van het huidige kabinet dat Nederlandse militaire missies naar het buitenland „in overeenstemming’’ dienen te zijn met het volkenrecht. Het volkenrecht zegt dat als er geen sprake is van zelfverdediging, militaire actie gebaseerd moet zijn op een uitspraak van de VN-Veiligheidsraad.

Lees ook Legitimatie inval in Irak was 'ondergeschikt', over het rapport van de commissie-Davids (2010)

In het geval van de jongste ontwikkelingen in Syrië is die er niet. In de Veiligheidsraad, waar Nederland dit jaar als niet-permanent lid deel van uitmaakt, hield Rusland een resolutie tegen waarin om een alomvattend onderzoek naar de gifgasaanval werd gevraagd.

Als Nederland de strikte lijn van het volkenrecht wil doortrekken dan zouden de mogelijkheden voor de internationale gemeenschap om op te treden ophouden. Maar daar wil het kabinet zich ook niet bij neerleggen. Het gebruik van chemische wapens is immers óók in strijd met het internationaal recht.

Om in de woorden van Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) uit de „spagaat’’ te komen, kiest Nederland voor de formulering „begrip’’ voor militaire acties. Hetzelfde woord hanteerde het vorige kabinet bij de vergeldingsactie van vorig jaar. Maar hoe lang deze genuanceerde en semantische benadering nog stand houdt is de vraag. Het Tweede Kamerlid Han ten Broeke (VVD) waarschuwde eerder al voor de „volkenrechtelijke dwangbuis’’. Bij de beoordeling van de aanval van de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk heeft de VVD-fractie het nadrukkelijk niet over begrip maar noemt het „goed’’ dat het Westen „een helder signaal afgeeft’’.