In plaats van een hele week netflixen gaat de jonge prof nu liever studeren

Profvoetbal Voor tal van profs is voetbal allesbehalve een vetpot. Steeds meer spelers worden zich ervan bewust dat een studie noodzakelijk is voor ná hun voetbalcarrière.

Het zwarte gat hebben ze beiden nooit gezien. Integendeel. De overstap van het voetbalveld naar een maatschappelijke loopbaan zal zelden zo moeiteloos zijn verlopen als bij de twee mannen die deze middag zijn aangeschoven in de sponsorlounge van RKC.

Van een bijtende verdediger werd Frank van Mosselveld in 2017 de jongste algemeen directeur (34) in het Nederlandse profvoetbal. Hij onderhandelt met spelers, waakt over financiën, stuurt werknemers aan en verricht nog allerlei zaken om RKC op koers te houden in de eerste divisie.

Hetzelfde jaar verruilde Steef Nieuwendaal zijn carrière als dienende middenvelder voor een functie als accountmanager bij RKC. „Relaties onderhouden. Businessseats verkopen. Netwerken.”

Geheim achter hun vloeiende overstap? Een studie. Tien jaar geleden, toen ze nog voetbalden, vormden ze de eerste generatie spelers die via de spelersvakbond een hbo-opleiding volgden: sportmanagement en ondernemerschap. Voetbal was hoofdzaak, maar in hun vrije tijd werkten ze aan een vangnet waar ze na hun laatste duel op konden terugvallen.

Van Mosselveld: „Nog geen 10 procent van de voetballers verdient zoveel dat ze niks meer hoeven te doen. Als ik dan lees dat een 16-jarige speler van Ajax met school is gestopt, krijg ik de kriebels.”

Nieuwendaal: „Studeren haalt je uit je tunnelvisie. Gaat het een keer over iets anders dan slecht kunstgras of balletje binnenkant paal. Ik had die afleiding nodig.”

Van Mosselveld: „Ik heb oudere spelers gezien die niet meer konden meekomen, maar voor het geld bleven voetballen. Vond ik treurig. Wilde ik niet hoeven meemaken.”

Nieuwendaal: „Je hoort vaak dat spelers na hun training moeten rusten. Als ze half één thuis zijn en een uurtje slapen is het alsnog half twee. Tijd zat toch?”

Van Mosselveld: „Dat argument vind ik de grootste kul die er is. Er is geen baan in de wereld waarbij je zoveel vrije tijd hebt.”

Lees ook deel 1 van deze tweedelige serie over laagbetaalde voetballers: ‘Zwoegen voor een schijntje’

VVCS Academy

Beter kunnen ze het bij spelersvakbond VVCS niet verwoorden. De Vereniging van Contractspelers ziet het als haar plicht profvoetballers aan te moedigen al tijdens hun carrière na te denken over de dag dat voetbal niet meer hun beroep is. Contracten zijn met de jaren kleiner geworden, het belang van een vangnet des te groter.

Dat is wat VVCS-voorzitter Danny Hesp benadrukt als hij jaarlijks alle 34 profclubs bezoekt. Niet alleen vertelt hij over de rol van zaakwaarnemers, spelregels en de cao, hij houdt spelers ook een spiegel voor. Wisten ze dat een gemiddelde profcarrière tien en een half jaar duurt? Dat het meestal na hun 32ste gedaan is? En dat er dan nog driekwart van het werkzame leven in het verschiet ligt? Rentenieren? Trainer worden? Vergeet het maar. Geldt hooguit voor de grote namen.

„Alle jongens hebben een droom, en dan komen wij binnen”, zegt Hesp. Hij wijst altijd naar zichzelf. Want hoewel hij jaren in de eredivisie speelde, bij onder meer Heerenveen en NEC, moest hij na zijn laatste duel gewoon aan het werk. „Daar heb je hem weer, dat zullen die jongens vast denken. Maar wij zijn stoïcijns genoeg om onze boodschap te blijven herhalen.”

De boodschap: hebben jullie weleens van de VVCS Academy gehoord?

Opgericht om het bekende zwarte gat te vermijden is de academie van de spelersvakbond steeds populairder geworden. In 2007, bij de lancering, trapten zeven voetballers af met een parttime hbo-opleiding. Steef Nieuwendaal, de accountmanager van RKC, was een van hen. Hij voldeed aan het profiel. Serieuze jongen, breed geïnteresseerd. Geen type dat na het voetbal gaat rappen of hangen.

Nu, tien jaargangen later, telt de academie 150 studerende (ex-)voetballers. De een doet een cursus marketing of prestatiepsychologie van een jaar, anderen de vierjarige hbo topsportmanagement en ondernemerschap, via partner HBO Drechtsteden. Van de 80 instromers in 2017 kozen er 23 voor de nieuwe opleiding tot personal trainer. Zo’n 60 procent van alle deelnemers komt uit de eerste divisie, ongeveer 30 procent uit de eredivisie.

Studeren is noodzaak

„Voor veel spelers is de noodzaak van een studie toegenomen”, zegt Arjan Ebbinge, loopbaancoach op de academie. Zelf voetbalde hij vijftien jaar in de vettere jaren. FC Groningen, Heerenveen, NEC. „Toen ik stopte, had werken niet direct haast. Maar als ik nu jongens van een jaar of 23 spreek, blijken ze nog steeds heel weinig te verdienen. Ben je achttien, dan is het minimumloon te overzien. Wil je een huisje en een gezin, dan moet je over je toekomst gaan nadenken. Je moet iets. En gelukkig zien steeds meer spelers dat in.”

Uit een rapport van Berenschot uit 2014 blijkt dat vooral jonge contractspelers niet over later nadenken. Ze hebben „geen tot weinig aandacht” voor hun maatschappelijke loopbaan. De focus ligt op voetballen: het maximale uit hun carrière halen.

Juist oud-profs stellen in het rapport dat zij hadden gewild dat ze tijdig vooruit hadden gekeken. „Jonge spelers hebben een irreëel beeld van het succes van hun sportieve carrière”, zeggen zij. Andere uitkomsten: een kwart van de actieve spelers ervoer belemmering bij de voorbereiding op een tweede carrière. Een (anonieme) makelaar: „Ik wil niet bekend staan als een makelaar die succesvolle maatschappelijke carrières bewerkstelligt, maar juist als een makelaar die de voetbalcarrière topprioriteit geeft.”

Zich blindstaren op het voetbal wil Robin Pröpper (24) juist niet. De verdediger van Heracles heeft een mooi leven, daar niet van, maar op verjaardagen hoeft het niet altijd over voetbal te gaan. Anders is zijn wereld maar klein. Hij wil zich blijven ontwikkelen en schreef zich twee jaar geleden in bij de VVCS Academy. „Als het goed is, zou ik nog tien jaar kunnen voetballen. Maar dat neemt niet weg dat ik genoeg tijd heb om iets erbij te doen. Een dagje netflixen is prima, maar niet zeven dagen per week. Na mijn carrière wil ik me niet hoeven afvragen wat ik moet gaan doen, ik wil direct doorstromen.”

Virtuele les

Tot voor kort logde hij elke dinsdagavond in voor de virtuele les. Van 18.30 tot 23.00 uur. Headset op, microfoon aan. Luisterend naar een docent die bepaalt wiens microfoon er openstaat. Tentamens zijn op locatie. Voor een speler in het buitenland zoals Kees Luijckx van SønderjyskE houdt dit in dat hij om de paar weken naar een lokale school in Zuid-Jutland moet om daar onder toezicht in zijn eentje tentamen te doen.

„Thuis studeren is niet altijd handig”, zegt Pröpper. „Is er Champions League op tv, dan moet je ervoor waken dat je niet met een schuin oog zit te kijken. Ik zit liever in een klas.” Hij heeft zijn studie gepauzeerd en twijfelt of hij doorgaat. Momenteel loopt hij stage bij een sponsor van Heracles, schoonmaakbedrijf Asito. Van commercie tot financiën en juridische zaken: elk facet krijgt hij mee. „Misschien dat ik daar straks wel mijn studie op afstem.”

Om spelers aan te moedigen betaalt de VVCS een derde van de 3.300 euro per studiejaar. Jaarlijks goed voor een ton. „Als wij dat niet investeren, zou dit niet kunnen bestaan”, zegt Hesp.

Na de uitkomsten van het rapport- Berenschot heeft de VVCS met de andere vakbond ProProf en werkgeversorganisatie FBO een loopbaanportal ontwikkeld. Spelers kunnen hier hun interesses verkennen, waarna ze in een vacaturebank kunnen zien hoe het met de werkgelegenheid zit in de branche die bij hen zou passen.

De vier ton die de partijen hier gezamenlijk in investeerden hopen ze straks gedeeltelijk terug te krijgen van het Ministerie van Sociale Zaken. Het subsidieverzoek lijkt te worden gehonoreerd. Al keken ze bij Sociale Zaken even vreemd op. Ondersteuning voor het profvoetbal? Alsof een villabewoner huursubsidie aanvroeg. „Er wordt nog altijd gedacht dat voetballers zakkenvullers zijn”, verzucht loopbaancoach Ebbinge. „Maar juist de jongens die wij stimuleren, zijn dat niet.”

In Waalwijk kunnen oud-voetballers Van Mosselveld en Nieuwendaal alleen maar beamen dat de huidige salarissen niet zaligmakend zijn. De club voert momenteel gesprekken met lokale opleidingen om spelers studiemogelijkheden te bieden. „Wij zijn zelf het schoolvoorbeeld, dus je begrijpt dat wij pro studie zijn”, zegt directeur Van Mosselveld. „Toen onze keeper laatst om 10.30 een tentamen moest maken, kwam de keeperstrainer voor hem om 8.30. Opgelost.”

„Voorheen werd ook in de eerste divisie royaal betaald, maar probeer maar eens een hypotheek te krijgen als je het minimumloon verdient”, zegt Nieuwendaal. „De spelers noemen zichzelf wel prof, maar dat blijkt niet uit hun salaris.”

    • Fabian van der Poll