Recensie

Van Zweden excelleert in opera's vol gewelddadige extase

Dirigent Jaap van Zweden toonde zich tijdens de ZaterdagMatinee een master of suspense in twee moorddadige eenakters, waarvan één wereldpremière.

Het Radio Filharmonisch Orkest olv Jaap van Zweden.Foto Bram Petraeus

Een zachte vlaag deed een bladzijde van het programmaboek omslaan. De geest van schrijver Edgar Allen Poe zweefde door Het Concertgebouw bij de ZaterdagMatinee. Dat gold niet alleen voor de wereldpremière van The Tell-Tale Heart, een ode van componist Willem Jeths aan deze meester van het griezelverhaal.

Lees ook dit nieuwsbericht over de ZaterdagMatinee, die geen subsidie meer krijgt voor nieuwe werken als ‘The Tell Tale Heart’

Ook de indringende vertolking van Béla Bartóks Blauwbaards burcht riep gedachten op aan Poe, die geloofde dat muziek ons „een glimp geeft van bovennatuurlijke extasevormen”.

Gewelddadige extase in dit geval, want Jeths en Bartók laten de musici afdalen in twee moordenaarszielen, die zich hullen in de duisternis van de kamer en het kasteel waarin de drama’s zich voltrekken. Een klagende klarinet verkondigt het noodlot, strijkers weven het iele draad van de nacht, maar graven zich met hun stokken ook gillend de snaren in, het slagwerk verklankt leven en dood, toonzet de hartenklop en brengt de fatale klap toe. Jeths gebruikt voor dat laatste de slopershamer uit Mahlers Zesde Symfonie, niet toevallig ook een werk over de dood.

Lees ook deze reportage over een repetitie van ‘The Tell Tale Heart’ onder leiding van Jaap van Zweden

Sopraan Juliane Banse drong in de Poe-monoloog van Jeths diep door in de waanzin van haar personage: een naamloze vrouw die haar oude, vriendelijke buurman vermoordt, omdat hij het oog van een gier heeft. Bij Bartók waren de rollen omgekeerd: slachtoffer Judith wil obsessief alle kamers in Blauwbaards burcht – zijn ziel – openen, terwijl de serial killer gelaten het einde afwacht. Hij wil haar dood niet, maar zij smeekt erom. Mezzo Michelle DeYoung en bas Mikhail Petrenko maakten er een meeslepend duet van.

Dirigent Jaap van Zweden toonde zich de master of suspense, met een orkest dat elke onverwachte wending kon volgen, dat het ene moment in bloedig rood kleurde, het andere in het wit van tranen. En de laatste slag van paukenist Paul Jussen was zo zacht, dat het klonk als het dichtdoen van een boek.