Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Rutte, een Oostenrijks bureau en de wording van een politieke machine

Deze week: de groeiende pijn van het besturen in de VVD.

Ofwel: een Oostenrijks bureau en andere manieren waarmee de grootste partij een politieke machine werd.

Dat was een inzichtelijk momentje. VVD-Kamerlid Arno Rutte (geen familie) dat zich deze week liet gaan over de Amsterdamse interim-burgemeester Jozias van Aartsen – de voorganger van Mark Rutte als VVD-leider.

Als waarnemer schikt Van Aartsen zich naar de wensen van de linkse gemeenteraad. En de raad wil dat uitgeprocedeerde asielzoekers die in de hoofdstad woningen kraken worden gedoogd.

Arno Rutte, VVD-Kamerlid met een goede reputatie, smaalde dat „Van Aartsen inmiddels zo ver boven de partijen staat dat hij geheel losgezongen lijkt van de VVD”.

Woorden die de pijn van de liberalen treffend samenvatten.

VVD’ers hebben na acht jaar regeren onder premier Rutte moeite met de bestuurderspraatjes: met de coalitiedwang die de verdediging van andermans verhaaltjes vergt.

Er hangt op de Haagse VVD-gangen een verlangen om uit te breken. Een nieuw begin, een ander verhaal, een afkeer van de bestuurlijke machine die de partij is geworden.

Ton Elias, het oud-VVD-Kamerlid, sprak er vorig weekeinde over in het AD, en je had er deze week twee soorten reacties op.

De mensen die zeiden dat Elias, niet de makkelijkste, rancuneus is omdat hij vorig jaar niet op de lijst kwam. Maar ook talrijke VVD’ers die zeiden: hij heeft gewoon gelijk.

Zo ontwikkelt zich, kort na de conceptie van Rutte III, een raar politiek klimaat.

Je hebt al een coalitie met twee gezichten. Een kabinet dat redelijk soepel en collegiaal opereert – maar coalitiefracties die graag op afstand blijven om hun politieke identiteit te behouden.

Het creëert een onoverzichtelijke constellatie, ook voor politici die erin zitten, en de eerste echte test komt nu het kabinet een ongemakkelijke Voorjaarsnota moet maken.

Verlaagde gasopbrengsten en andere onverwachte problemen (bijvoorbeeld Brexit, zo’n 150 miljoen euro) zorgen dat sommige ministers, tegen de verwachting in, moeten bezuinigen of onbestede budgetten afstaan.

En tussendoor verlangt nu ook de grootste regeringspartij naar een verscherpt profiel, een geluid van Bolkestein-achtige allure, om uit haar bestuurlijke korset te breken.

Zoals bekend is politiek nogal simpel: de grootste successen genereren de meeste ellende.

De VVD dankt zo’n beetje alles aan Rutte: driemaal op rij de grootste, verreweg de invloedrijkste stroming, de partij die in het bestuur de klassieke dominantie van CDA en PvdA over begint te nemen.

Zo werd de laatste weken bekend dat drie commissarissen van de koning op punt van vertrek staan: Van Beek (Utrecht), Cornielje (Gelderland), Remkes (Noord-Holland). Alle drie VVD’ers.

Het vervolg zal laten zien hoe de machtspositie van zo’n partij werkt. Als de Staten in die provincies hun instinct volgen, willen zij opnieuw een VVD’er: de manier om toegang tot het machtscentrum te behouden.

Zo werkt invloed, en zo krijgen machtspartijen op den duur een bleek profiel: hun bestuurders passen hun opvattingen voortdurend aan om posities te consolideren. Zie ook: Van Aartsen.

Rutte zelf heeft die ontwikkeling evengoed doorgemaakt. Hij werkte als premier samen met bijna alle partijen – van de PVV tot en met GroenLinks.

En, heel interessant, hij laat de laatste tijd binnenskamers vallen dat hij zin heeft in een vierde kabinet. Mensen die hem kennen zeggen: en hij meent het nog ook.

Het kan tactiek zijn: voor CDA en D66 is een val van het kabinet, en dus nieuwe verkiezingen, minder interessant als Rutte opnieuw VVD-lijsttrekker wordt.

Dit is het andere aspect van de VVD-machine: bij de concurrentie zagen ze vorig jaar, en vorige maand opnieuw, met amper verholen bewondering hoe Rutte en de VVD zich in campagnes staande houden.

Van de leuze van vorig jaar – Normaal.Doen: tegen links én rechts wegkijken – bleef dit jaar nog minder over: Kies voor doen.

Ofwel: wij besturen. Zoals een VVD’er zei: „De leegste leuze die we ooit hadden.”

Evengoed baseert de VVD, zoals alle partijen, dit soort slogans mede op kiezersonderzoek.

Het verschil is alleen dat de liberalen daarvoor met een zeer bijzonder bureau werken: made2matter, een Weens bedrijf dat claimt dat het bij kiezers de verhouding tussen opvattingen en emoties exact in kaart kan brengen.

Dit heeft verwantschap met de werkwijze van Cambridge Analytica, het omstreden bureau dat voor Trump en de Brexit-campagne werkte – al zijn er belangrijke verschillen.

Zo kwam Cambridge Analytica buiten de gebruikers om in bezit van Facebook-data van miljoenen mensen. Daar is bij made2matter geen sprake van.

Wel claimt ook made2matter dat het bureau grootschalig kan achterhalen welke standpunten mensen werkelijk emotioneren.

In een Toolbox against Populism, een publicatie van Europese liberalen over verkiezingsjaar 2017, schrijft directeur Grace Pardy van made2matter dat haar bedrijf daarom ook weet „welke boodschappen microgemeenschappen aanspreken”.

VVD’ers vertellen me dat de partij slechts kiezersonderzoek door made2matter liet doen – geen microtargeting. Blijkens een publicatie in de Staatscourant, 14 april 2017, betaalde de VVD tot februari vorig jaar 116.790 euro aan made2matter.

Het laat zien hoe geprofessionaliseerd de liberalen nu zijn. Andere partijen werken met focusgroepen om emoties van hun kiezers te begrijpen. Maar statistisch inzicht, zoals made2matter heeft, is vele malen effectiever.

Het verklaart vermoedelijk ook, zeggen concurrenten, waarom ogenschijnlijk ‘niksige’ VVD-slogans telkens zo goed aanslaan.

Maar dit heeft dus ook negatieve effecten op de gemoedstoestand van VVD-politici.

Niet voor niets heeft Ruttes kandidaat-opvolger Klaas Dijkhoff werkgroepjes gevormd om nieuwe ideeën te genereren. Dijkhoff wil bij de Algemene Beschouwingen, komend najaar, het nieuwe VVD-verhaal presenteren.

Terug naar een assertieve en aanvallende partij.

Ook zijn er geluiden dat de VVD zich op partijcongressen moet openstellen voor andersdenkenden van rechts en links. Zo heb je buiten de fractie, in de restanten van de Rita Verdonk-vleugel, mensen die willen dat de VVD durft te debatteren over het verband tussen IQ en volkeren – het thema dat eerder door Forum voor Democratie werd gebracht.

Ik heb niet de indruk dat Den Haag daarop zit te wachten. Maar het laat zien wat er kan gebeuren als de partijtop de deur van het slot gooit.

Tegelijk blijft de VVD een machtsmachine, en deze week kon je opnieuw zien welke complicaties dat geeft.

De integriteitscommissie bracht haar langverwachte oordeel uit over VVD-parlementariër Wybren van Haga, het 76ste Kamerlid dat met een vastgoedbedrijf huurregels overtrad en hierover, hoewel Kamerlid, persoonlijk contact had met huurders.

Het oordeel was nogal dubbelzinnig. De partijregels willen „geen vermenging met oneigenlijke belangen” maar de commissie zag „geen ernstig verwijtbaar handelen” – blijkbaar was het maar een beetje verwijtbaar.

Zodoende mocht Van Haga blijven – en was de coalitie gered – maar moet hij zijn talrijke bedrijven alsnog allemaal afstoten.

Ik las het en dacht: typisch het oordeel van politici met veel bestuurservaring – die gedogen liever een overtredinkje dan van een kleinigheid een enorme zaak te maken.

Net als partijgenoot Van Aartsen in Amsterdam.

    • Tom-Jan Meeus