Hand van de speculaasbaas

proeft een lekkere wijn van de autochtone trots van Bulgarije, mavrud.
Mavrud 2016 ‘Excentric’, Thracia Valley, Bulgarije; 10,95 euro; Storms.nl

Lang geleden was ik in Bulgarije. Het was een memorabele reis. Overigens niet zozeer vanwege de kwaliteit van de wijn. Daarover later meer.

Mijn bezoek vond plaats op 11 maart 2011, de dag dat Japan werd getroffen door de tsunami die ook de kerncentrale van Fukushima niet ongemoeid liet.

Mijn gastheer, eigenaar van het grootste wijnbedrijf van het land, bleek tevens de trotse bezitter van een nieuwe Mercedes. En daarmee wilde hij demonstreren dat deze ook op een smalle tweebaansweg hard kon rijden. Met 250 kilometer per uur raasden wij richting een gebied nabij de Zwarte Zee waar hij 1.200 hectare wijngaarden had. Voor ons twee zwarte BMW’s met bodyguards die geheel Oostblok conform oogden. Hun belangrijkste taak die dag: andere auto’s, met name paard en wagens, van de weg duwen.

Eenmaal aangekomen toonde hij mij zijn ‘mede door de Europese Unie mogelijk gemaakte’ wijngaarden en hypermoderne wijnfabriek. Op mijn vraag wat hij zoal produceerde, luidde zijn antwoord: „Whatever you want.” Waarna er een verhandeling volgde dat hij voornamelijk wijnen maakte op verzoek van buitenlandse supermarktketens. Niet veel later proefde ik een aantal keurige, uitwisselbare cabernet sauvignons, merlots en chardonnays. „Geen mavrud?”, toch de autochtone trots van Bulgarije, informeerde ik. Een droge, humorloze lach viel mij ten deel. „Nobody knows that. Nobody wants.

Inmiddels lijkt het tij te keren. Regelmatig tref ik wijnen van Bulgaarse producenten die zich richten op landeigen rassen zoals dimiat voor wit en rubin en mavrud voor rood. Zo proefde ik een Mavrud 2016 ‘Excentric’ van Incanto uit Thracia Valley. Koppig, tannineus, diep-donker fruit en een stevige hand van de speculaasbaas. Nu verwacht ik niet dat deze Bulgaar meteen als een tsunami onze wijnschappen zal overspoelen maar smakelijk was-ie wel.