Zwoegen voor een schijntje

Profvoetbal

Veel profvoetballers in Nederland leiden een weinig glamoureus leven. Voetballen voor een onkostenvergoeding is geen uitzondering. „Messi vertekent het beeld.”

Profvoetballer Guyon Philips, nu geblesseerd, hoopt zich bij FC Oss in de kijker te spelen. Wat hij er verdient is niet genoeg om de huur van zijn huis te betalen. Merlin Daleman

Guyon Philips (24) is profvoetballer. Dat wil zeggen: hij is dat vijf jaar geweest, totdat eind vorig jaar zijn club failliet ging en hij plotseling op straat stond. In de hoop op een gunst belt hij FC Oss, een club uit de eerste divisie waar hij eerder heeft gespeeld. Kan hij misschien aansluiten? Toevallig zijn er net enkele spitsen geblesseerd geraakt, zegt de trainer, kom maar. Eén maar: salaris zit er niet in. Hooguit een onkostenvergoeding. Dus ja, het is graag of niet.

Wat als een keuze wordt voorgespiegeld, is dat voor Philips nauwelijks. Hij stopte op zijn achttiende met een hbo-opleiding en is afhankelijk van inkomsten uit het voetbal. Oss biedt hem onvoldoende om de huur van zijn huis te betalen, maar wel iets wat voor spelers als hij minstens zo waardevol is: een kans om zich in de kijker te spelen.

„Misschien is dit wel mijn laatste kans in het betaalde voetbal”, zegt Philips thuis op de bank. Twee kittens stuiven door de woonkamer. Buiten hun bereik staat een verzameling whisky, die Philips en zijn vriendin afgelopen zomer aanvulden na een trip langs Schotse rokerijen. Hij is liefhebber, maar gunt zich zelden een glas. Hij wil fit zijn. Scherp. „Als ik het goed doe, zit er volgend seizoen misschien een contract in waar ik van kan leven.”

Merlin Daleman

Het is schrapen

In Nederland verkeren veel spelers in vergelijkbare omstandigheden als Guyon Philips. Anders dan het imago van hun sector doet vermoeden, is ‘profvoetbal’ in hun geval niet synoniem aan Porsches, patsers en poen.

Waarom een beroepsvoetballer voor een onkostenvergoeding voetbalt? Wie die vraag wil beantwoorden, komt na gesprekken met zuinige directeuren, eerlijke trainers, hoopvolle spelers en realistische vakbondslieden tot een ontnuchterende conclusie. Clubs hebben weinig te bieden, spelers nog minder te wensen. Het is schrapen.

„Vergelijk de voetbalwereld met de filmsector”, zegt Serge Rossmeisl, directeur van de Federatie van Betaald Voetbal Organisaties (FBO). „We zien Tom Cruise, maar er zijn talloze mensen die auditie na auditie doen, zelden of nooit een baan krijgen en hun inkomen aanvullen met een baantje in een espressobar in Hollywood. Wie zien we in het voetbal? Messi. Maar hij vertekent het beeld.”

Vergelijk de voetbalwereld met de filmsector

Serge Rossmeisl, directeur van de Federatie van Betaald Voetbal Organisaties (FBO)

Danny Hesp, voorzitter van spelersvakbond VVCS: „Iemand merkte laatst op dat een speler van FC Volendam toch zeker 180 duizend euro per jaar verdiende. 180 duizend? Ja, in tien jaar. De eerste divisie wordt steeds onaantrekkelijker, tenzij je jong bent, geen gezin hebt en nog een stap hoopt te maken. Dertigers die vanuit de eredivisie komen afbouwen zie je steeds minder.”

Frank van Mosselveld, voormalig speler en nu algemeen directeur bij RKC, mikt ook op die spelers. „Met de salarissen die wij betalen kom je automatisch uit bij spelers tussen de 18 en 21 jaar. Ik zeg altijd: we bieden niet de hoofdprijs, wel alle faciliteiten om je te ontwikkelen voor een stap hogerop.”

Groener gras

Exacte gegevens over salarissen in de eerste divisie worden niet openbaar gemaakt. De KNVB vindt dat niet aan de bond en clubs zijn al even discreet. Uit een rondgang blijkt dat ze het rooskleurige beeld van hun sector graag willen nuanceren, maar liever niet aan de hand van hun eigen salarishuis. Waarom hun concurrentiepositie verslechteren door te vertellen dat het gras elders groener is?

Serge Rossmeisl van vakbond FBO schat het gemiddelde jaarsalaris in de eerste divisie tussen de 35 en 45 duizend euro bruto, minstens zes keer minder dan de 278 duizend euro in de eredivisie. Kanttekening bij beide gemiddelden: ze worden opgestuwd door een select groepje grootverdieners. In de eredivisie door Ajax, PSV en Feyenoord, in de eerste divisie door clubs als NEC, SC Cambuur en Go Ahead Eagles. Het spelersbudget van Go Ahead is met 1,5 miljoen euro drie keer zo hoog als dat van FC Dordrecht en Oss.

Is bij zulke clubs nog wel sprake van profvoetbal? Directeur Ben-Ivar Kolster van Stichting Contractspelersfonds KNVB betwijfelt dat. Via zijn stichting sparen profs tijdens hun carrière voor een potje na het voetbal, om te voorkomen dat ze aan lager wal raken. Punt is alleen: steeds minder spelers beschikken over het minimale inkomen (circa 27 duizend euro) om premie af te kunnen dragen. „Wie eronder zit, moet geld overhouden om van te leven.”

Merlin Daleman

In 2014 verdiende eenderde van alle driehonderd contractspelers in de eerste divisie te weinig om te sparen voor na hun carrière. Zij verdienen 25 duizend euro of minder. 43 procent zat dat jaar tussen 25 en 50 duizend euro, 22 procent daarboven. Van de topverdieners zat in 2003 twintig procent boven de 75 duizend euro, nu zit die twintig procent boven de 50 duizend euro.

De kredietcrisis van 2008 vormde het kantelpunt. Daarvoor hadden spelers veel macht. Doordat ze na de duur van hun contract ineens gratis de deur uit konden lopen, probeerden clubs hen met fraaie salarissen zo lang mogelijk te binden. Tot de crisis hen dwong te snoeien.

Clubs zijn verplicht minimaal zestien contractspelers in dienst te hebben, ieder voor minstens het minimumloon (1.578 euro), maar VVCS-voorzitter Danny Hesp hoort vaak genoeg dat clubs naar twaalf contractspelers terug willen. „Dan denk ik: als je niet zestien keer het minimumloon kan betalen, wat doe je dan in het betaalde voetbal?”

Bij RKC en FC Dordrecht heeft een gezonde financiële basis meer prioriteit dan sportief succes. „Niet het salaris, maar het realisme is gegroeid”, zegt Olav Ouwerkerk, algemeen manager bij Dordrecht. Grootverdieners telt zijn selectie niet, wel vijf spelers die voor niets hun kans wagen. „Die jongens wonen thuis en zijn in staat om te investeren in zichzelf. Als club moeten wij het hebben van die kansen. We zijn een opleidingscompetitie.”

Frank van Mosselveld, directeur van RKC: „Ik vind het minimumloon ook genoeg voor een achttienjarige. In Engeland verdienen sommige jongens dat per dag. Zo raken ze verziekt. Als jongens hier vijfduizend euro per maand vragen, wijs ik ze de deur. Ik wil jongens met drive.”

Flirten met de eredivisie

Zes jaar geleden voetbalde Guyon Philips eveneens voor zo’n bedrag. Hij moest nog achttien worden en kreeg bij zijn club Go Ahead Eagles te horen dat hij zich eerst moest bewijzen. Ondanks vier invalbeurten en een volledig jaar mee trainen greep hij naast de kampioenspremie van 15 duizend euro. Wie op amateurbasis voetbalt, mag ook geen premie ontvangen. Wettelijk is niks letterlijk niks.

Hij vertelt over de grilligheid van het vak. „Als ik in 2013 bij Oss geen blessure had gehad, had ik nu in de eredivisie gespeeld.” Door tien goals in 21 duels kwam hij op de radar van eredivisieclubs, maar voor het echte flirten begon scheurde zijn buitenmeniscus af. Bij FC Volendam scoorde zijn concurrent een jaar later doorlopend, terwijl hij geblesseerd moest toekijken. Weg basisplaats.

Merlin Daleman

Het jaar erop zou hij meer gaan verdienen, maar vertrok hij uit zichzelf. Bij de jaarlijkse fotosessie voor het seizoen, behoorde hij niet tot de 23 spelers (van de 36) die namens het eerste elftal op de foto gingen. „Er is Guyon vooraf aangegeven dat er weinig gebruik gemaakt zou worden van hem, dus voor de foto viel de keus niet op hem”, aldus Misha Salden, trainer van Volendam. Toch stond Philips perplex. Hij zegde op om bij Telstar te gaan voetballen, waar hem een jaar later iets vergelijkbaars overkwam. Ineens hoefde hij niet meer te komen. Terwijl zijn contract nog een jaar doorliep.

„Clubs hebben een machtspositie. Word jij voor hen te duur, dan zijn er altijd jongens die het voor minder willen doen. Ik had uit principe een heel jaar betaald thuis kunnen zitten. Maar wat heb ik daaraan? Dan vergooi ik mijn eigen carrière.”

Gloednieuwe skyboxen

Als ze ergens weten met hoe weinig spelers genoegen nemen, is het in het Frans Heesen Stadion. Een uit drie tribunes bestaand onderkomen, vernoemd naar een scheepsbouwer, van een club die elk jaar stuivertje wisselt in de strijd om het laagste spelersbudget in het betaalde voetbal: FC Oss.

Zoals het stadion er altijd uitzag, zo heeft Oss ook jaren gevoetbald. Tot enkele miljonairs een metamorfose financierden. Tegen de hoofdtribune werd een gebouw geplakt met een hotel, sportschool, zwembad en grillrestaurant. De receptioniste die de kamerboekingen doet, is ook degene die directeur Peter Bijvelds van FC Oss meldt dat zijn bezoek er is.

Als je niet zestien keer het minimumloon kan betalen, wat doe je dan in het betaalde voetbal?

Danny Hesp, voorzitter van spelersvakbond VVCS

Bijvelds zit nog niet of hij vertelt al over de vooruitgang. Tien gloednieuwe skyboxen, gedeelde lasten met andere partijen in het stadion en meer geld in kas dankzij twee transfers van samen acht ton. Hij hoeft zelden te onderhandelen met spelers. „Heb ik geen speling voor. Nog niet zo lang geleden verdiende de best betaalde speler hier 2.600 euro per maand. Wij moeten keihard werken om levensvatbaar te zijn.”

Sponsoren staan niet in de rij, de tv-gelden zijn mager en de recette is met gemiddeld 1.750 toeschouwers niet riant. Bij veel clubs eten spelers onderweg naar uitwedstrijden bij Van der Valk, die van Oss eten vooraf op de club. Salarisbudget? Zes ton. 23 duizend euro de man op basis van een 26-koppige selectie. Zelfs een 31-jarige routinier kon hij dit jaar geen contract bieden. Maar aansluiten mocht de speler wel. Wie weet was er later wel geld.

Oss is een van de weinige clubs waar spelers er soms een baan naast hebben. Zo is Richard van der Venne naast clubtopscorer ook medewerker op een administratiekantoor. Trainer Klaas Wels vindt dat prima. Al eist hij wel maximale toewijding. „Je speelt hier graag of niet.”

Waarom spelers naar Oss zouden moeten komen? „Kijk naar spits Tom Boere”, zegt Wels. Het schoolvoorbeeld van wat een speler in de eerste divisie kan bereiken. Gearriveerd als dubbeltje, vertrokken als kwartje. Nu speelt hij bij eredivisieclub FC Twente, waar spelers gemiddeld ruim twee ton verdienen, een derde van het spelersbudget in Oss.

„Dit is een club waar je jezelf in de picture kunt spelen”, zegt Wels. „Met profvoetbal, ja. Kijk naar onze faciliteiten. We werken met videobeelden, beschikken over meetinstrumenten. Je kunt hier groeien. Van amateur naar het minimumloon, van het minimumloon naar een meerjarig contract.”

Pech

Dat perspectief is voor Guyon Philips reden zijn geluk in Oss te beproeven. Het bankroet van zijn eerdere club leverde hem een conditionele achterstand op, dus is hij voorlopig blij met elke speelminuut. Vier keer valt hij in tussen januari en half maart, veertien minuten in totaal. Nog geen kwart van een hele wedstrijd, maar hij voelt: er zit meer in.

De training van 19 maart zet een streep door zijn dromen. Philips loopt een beenbreuk op. Hij gaat onder het mes en zal minimaal zes weken geen bal kunnen raken. „Terwijl ik eindelijk het gevoel had dat ik mijn kwaliteiten weer kon laten zien.”

De komende maanden mag hij in Oss aan zijn herstel werken. Meer kan coach Klaas Wels niet beloven. „Wij kunnen niet iemand erbij houden omdat-ie pech heeft. De voetbalwereld kent geen garanties.”