Dit artikel kost je ruim vier minuten (en dus ga je het waarschijnlijk niet lezen)

Kijk- en luistertijd Media slaan de maat bij de collectieve tempoversnelling. We hebben geen geduld meer voor traag en uitgebreid.

Zoek eens een krantenartikel op van twintig jaar geleden en van veertig jaar terug. Er zijn wel wat verschillen te vinden tussen toon en lengte in 1978 en 1998, maar met name de afgelopen twintig jaar is er enorm veel veranderd. De tekst is korter geworden, beknopter en minder redundant. Het is niet meer statusverhogend om jezelf in een betoog te herhalen of parafraseren.

Neem een filmrecensie. Voor een flinke recensie waren 20 en 40 jaar geleden 1.000 tot 1.200 woorden beschikbaar, nu heeft de lezer nauwelijks geduld voor meer dan 600-800 woorden en zijn veel recensies nog veel korter (tenzij het een ‘longread’ heet en het lekker lang lezen een evenement is geworden). Ook bij mijn eigen stukken van toen kan ik nu moeilijk een gaap onderdrukken.

Niet alleen de krantenlezer wil sneller tot de kern komen. Alle audiovisuele media (in volgorde van opkomst film, radio, televisie, internet) hebben de maat geslagen bij onze collectieve tempoversnelling. Het ligt voor de hand te denken dat het een kwestie van montage zou zijn. De talrijke beeldwisselingen in videoclips, populair vanaf de jaren 70-80 van de vorige eeuw, vonden navolging in de grammatica van televisie en cinema, waar je niet meer rustig kon blijven kijken hoe een zangeres een heel liedje tot een goed einde bracht.

Ook bij mijn eigen stukken van toen kan ik nu moeilijk een gaap onderdrukken

De eerlijkheid gebiedt te melden dat in de filmtaal de snellere montage al eerder school had gemaakt. Algemeen wordt de slotscène van Bonnie and Clyde (Arthur Penn, 1967), gemonteerd door Dede Allen op het ritme van ratelende machinegeweren, beschouwd als het begin van een nieuw tijdperk voor het tempo van Hollywoodfilms. En natuurlijk vinden we de snelste montage aller tijden al in 1925, in de trappenscène van Sergei Eisensteins Pantserkruiser Potemkin, maar dat was Sovjet-filmkunst die de mainstream onberoerd liet voortdobberen.

Vooral geen details op tv

Niet alleen de tijd tussen beeldwisselingen moest de laatste twintig jaar steeds korter worden, ook de informatieoverdracht op televisie werd geacht vooral niet in detail te treden, want dan zapt de kijker maar weg. In Omroep Maxim (2013) persifleerde tv-maker Maxim Hartman die neiging van zijn collega’s tot terugsnoeien van breedsprakigheid effectief in een klassiek geworden scène, goed voor drie miljoen views op YouTube. Een oudere antiquair houdt een aardewerken mandje omhoog en geeft daar een uitgebreide toelichting bij. Telkens wordt hij onderbroken door interviewer Hartman, dat het relaas echt veel korter kan. Het eindigt met een bijna blaffend uitgesproken samenvatting van slechts één woord: ‘Mand!’

Het item over de ‘mand’van Omroep Maxim.

De ironie wil dat dit fragment vooral bekend werd in een sterk ingekorte versie, die herhaaldelijk werd uitgezonden door De wereld draait door, zelf sinds 2005 een van de grootste aanjagers in Nederland van de tempoversnelling op televisie. In de rubriek ‘De tv draait door’ worden korte fragmenten nog eens sneller gemonteerd en een liedje mag in principe nooit langer duren dan een minuut, want dan begint het de modale kijker al te vervelen. Niet alleen kan presentator Matthijs van Nieuwkerk heel snel praten, het concept dat je in een klein uur de talloze gebeurtenissen uit een overstelpend media-aanbod adequaat zou kunnen samenvatten, maakte alom school.

Liever uitgesproken gasten dan experts

Ook in de talloze talkshows die geacht worden achtergrondinformatie te verstrekken, is ultieme beknoptheid de marsorder. Gasten die in kort bestek een uitgesproken, liefst controversiële opvatting kunnen uitserveren genieten de voorkeur boven experts met een meer genuanceerde opvatting, zoals bijvoorbeeld de meeste wetenschappers. Er zijn vele voorbeelden van deskundigen die na een voorgesprek met de redactie alsnog werden afgezegd, omdat hun betoog te veel de woorden enerzijds en anderzijds bevatte. De puntige boutade is bijna een definiërende eigenschap van televisie geworden. Nu denken wij bijna allemaal dat je met die instelling de werkelijkheid dient te benaderen.

Nog aan het begin van deze eeuw maakte de publieke omroep kunstprogramma’s die wel veertig minuten lang een enkel onderwerp behandelden. Nu is zogeheten slow television (een specialisme van Omroep MAX), waarin we bij voorbeeld oudere kampeerders volgen tijdens een groepsreis, een anomalie geworden. Toch is juist dat trage tempo, waarin je bijna het gras kunt zien groeien, ook een aantrekkelijke en in het oog springende stijlvorm geworden.

Lees ook: Hoe Netflix de documentaire verandert

In het algemeen gesproken is er echter geen weg terug meer. De allergrootste boosdoener is natuurlijk internet, dat ons geleerd heeft alle kennis, vermaak en andere vormen van behoeftebevrediging met slechts enkele vingerbewegingen onder bereik te brengen. We zijn er sneller van gaan denken en handelen, we moeten de hele dag beslissingen nemen die geen uitstel dulden en verwachten dat iedereen om ons heen zich die vaardigheden ook heeft eigen gemaakt. En toen Twitter onlangs bekendmaakte de maximale lengte van berichten te verdubbelen van 140 naar 280 tekens protesteerden de vaste gebruikers, uit angst dat dit een vrijbrief voor gezeur zou kunnen worden.

Je kunt eindeloos filosoferen over de wenselijkheid van ons leven in de hoogste versnelling, maar dat heeft evenveel zin als de verzuchtingen van Engelse denkers uit de 19de eeuw die betreurden dat de stoomtrein de postkoets had verdrongen. Je mag nog steeds best van Londen naar Manchester reizen te paard, op de fiets of lopend, en misschien maak je dan veel meer mee dan wanneer je trein, auto of vliegtuig gebruikt. Maar relevantie voor het dagelijks leven heeft die keuzeoptie nauwelijks.

    • Hans Beerekamp