Opinie

Elke leerling heeft recht op maximale bloei

De zesjescultuur is overgeslagen naar de schoolbesturen. Dat beschrijft althans De Staat van het Onderwijs, het jaarverslag van de Inspectie van het Onderwijs. Op nogal wat scholen is de minimumeis het einddoel. Echter, waar wordt gemikt op de ondergrens wordt niet uit elke leerling gehaald wat erin zit. Dat zou een van de redenen kunnen zijn dat het gemiddelde niveau voor lezen, rekenen, wiskunde, natuurwetenschappen, kunstvakken en bewegingsonderwijs weer iets verder is gezakt in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs. Het aantal uitblinkers daalt het hardst, wat vreemd is, gezien de excellentie in het onderwijs waar verschillende onderwijsministers op inzetten.

Optimistisch stemt weer de observatie dat zogeheten ‘moeilijke’ scholen het niet per se slecht doen. De prestaties zijn maakbaar, afhankelijk van kwaliteit en inzet van leerkrachten en schoolbestuur. Angstaanjagend is dat het aantal kinderen dat laaggeletterd de basisschool afsluit in twee jaar steeg van 1,4 naar 2,2 procent.

Het klinkt allemaal erg bekend. In 2008 oordeelde de parlementaire commissie-Dijsselbloem hard over twintig jaar onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs. De kwaliteit van het onderwijs was ernstig verwaarloosd, er moest iets gebeuren. De commissie suggereerde een moratorium op onderwijsvernieuwingen en pleitte voor aandacht voor verbetering van het niveau. En hoe belangrijk men het ook vond, het kwam noch van het een, noch van het ander.

Ook de reactie op het alarm van de onderwijsinspectie klinkt als niets nieuws. De VO-raad, waarin de schoolbesturen verenigd zijn, schiet ritueel in de verdediging en komt met een lijst van wat er wél goed gaat. Maar dit gaat juist over wat er níét goed gaat. Nergens zijn kinderen zo gelukkig als in Nederland en nergens gaan ze zo graag naar school, stelt de raad. Dat is fijn. Maar als dat zou komen doordat ze op school wegkomen met een minimale prestatie, dan is dat geluk waar ze in de rest van hun leven zwaar voor zullen betalen. Het flauwst is de eveneens bekende sneer dat we nu eenmaal niet in een Aziatisch land zijn waar de schooljeugd wordt opgehitst tot astronomische prestaties. Nee, we zijn in Nederland, waar elke leerling het recht heeft op onderwijs dat haar of hem maximaal laat bloeien, in lijn met de persoonlijke capaciteiten. Dat maakt gelukkiger dan de sussende clementie die een zes goed genoeg acht, ook al zat er een acht in.

Tenzij wordt vastgesteld dat kinderen over de hele linie dommer zijn geworden, moet de oorzaak van hun dalende niveau gezocht worden bij het onderwijs. De jeugd is veranderd, zoals de maatschappij veranderd is. Gezagsverhoudingen liggen minder vast. Nieuwe technieken, internet en sociale media beïnvloeden hoe op onderwijs wordt gereageerd. Echter, dat geldt internationaal, voor alle kinderen. Maar internationaal gezien groeit de kwaliteit van de leerlingen, terwijl het Nederlandse kind dreigt af te glijden.

Op de scholen is, mocht dit ontbreken, voorrang voor basisvaardigheden nodig, en die voorrang moet strikt worden gehandhaafd. De regering zal het vak van leraar serieus moeten herijken. Onderwijs hoort tot de belangrijkste overheidstaken, ga er dan ook zo mee om.

„In het onderwijs mag meer ambitie zijn”, citeerde NRC inspecteur-generaal Monique Vogelzang. Niet genoeg. In het onderwijs móét meer ambitie zijn, en het is hoog tijd.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.