‘Leerlingen moet je dit bijbrengen. Amsterdam was de hoofdstad van de slavernij’

Educatie slavernij

Op steeds meer Amsterdamse basisscholen worden, vaak op verzoek van de school zelf, gastlessen gegeven over het slavernijverleden. Het zet de kinderen aan het denken. „Al die Pieten doen wel iets, maar die Sinterklaas doet niks. Dat was ook in de tijd van de slavernij.” Witte scholen tonen weinig belangstelling.

Foto’s Olivier Middendorp

‘Ik heb een zwarte huidskleur en zwart haar, maar dan zijn we nog niet verschillend. Dus ik vind dat mensen niet gediscrimineerd moeten worden om hun huidskleur”, zegt een jongen uit groep 8 van de J.P. Coenschool. Hij en zijn dertig medeleerlingen discussiëren met elkaar en gastdocent Aspha Bijnaar tijdens een eenmalige les over het Nederlandse slavernijverleden. „Daar maak je een heel mooi statement”, reageert Bijnaar.

Discussies rond dit doorgaans beladen thema blijven niet alleen hangen bij volwassenen, ook kinderen weten er soms behoorlijk veel vanaf. En ook onder hen lopen de meningen vaak uiteen. Socioloog en oud-medewerker van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden Aspha Bijnaar geeft met haar Stichting Educatie Studio voor het vijfde jaar op rij gastcolleges over het onderwerp in groep 7 en 8 van Amsterdamse basisscholen. Het aantal aanvragen verdubbelde in die tijd van tien naar twintig, en ze merkt dat scholieren steeds beter onderlegd zijn.

Dit jaar kreeg ze voor het eerst subsidie van de gemeente Amsterdam: een kleine 20.000 euro. De gemeente wil er met het programma ‘Gedeelde Geschiedenis’ onder meer voor zorgen dat mensen beter begrijpen waar onderlinge verschillen vandaan komen. Bijnaars project moet ervoor zorgen dat kinderen zich bewust worden van de gevoelige geschiedenis van het land waarin ze wonen én die van sommige klasgenoten. En bijdragen aan het vormen van een eigen mening over de slavernij van weleer, en de erfenis ervan.

Toch staan niet alle scholen in de rij: het blijkt lastig de gastlessen te verkopen aan relatief witte scholen, zegt Bijnaar. Deze week nog kreeg ze vier afwijzingen. „Op gemengde scholen hebben de leerkrachten door wat er leeft in de klas. De klas is een mini-maatschappij natuurlijk. In een witte klas speelt het onderwerp minder.”

Witte bubbel

Terwijl het júist daar belangrijk is de gastlessen te geven, vindt Bijnaar, zodat leerlingen ‘uit hun witte bubbel’ stappen: „Je woont in Amsterdam; een wereldstad met veel verschillende geschiedenissen en culturen. Het is erg noodzakelijk, nuttig en verrijkend om ook andere bubbels tegen te komen, omdat je de samenleving, de mensen om je heen en jezelf dan beter begrijpt.” Bovendien: als kinderen van jongs af aan weten hoe hun geschiedenis in elkaar steekt, hoeft het binnen discussies over dit thema niet meer zo hard te clashen, denkt ze.

Op de J.P. Coenschool speelt het onderwerp in elk geval wel, vertelt groep 8-docent Sean Morrissey. Onder meer door de op handen zijnde naamsverandering – de school kwam onlangs in het nieuws omdat zij haar naam wil veranderen wegens de vermeende slachtingen door gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen. Hij vindt het voor de bewustwording van leerlingen belangrijk dat ze weten wat de slavernij betekende en betekent – „het komt wellicht nog voor” – en vooral: hoeveel verdriet en woede het met zich meebracht. „Nederland speelde daarin een hele grote rol en ik vind het naïef om kinderen dat niet bij te brengen: zij wonen tenslotte in Nederland. En deze kinderen wonen ook nog in Amsterdam. Dat was bijna de hoofdstad van de slavernij.”

De eerste vraag die Bijnaar in elke klas stelt: „Is het nuttig om vandaag de dag over slavernij te leren?” In groep 8 van de J.P. Coenschool schieten zo’n tien handen de lucht in. Maar antwoord geven mag pas na het college. Eerst wil Bijnaar weten of de kinderen weten wat slavernij is. Veel van hen hadden er wel degelijk al eens over nagedacht, zo blijkt. Antal (12): „Dat mensen eigendom zijn van iemand anders en helemaal niks krijgen als ze werken.” Hicham (11) : „Dat donkere mensen geen rechten hebben om nee te zeggen en gevangen worden gehouden.” Lukas (11): „Slavernij is waar blanke mensen getinte mensen dwongen om te werken op plantages of ergens anders.” Wanneer gevraagd wordt wat op plantages werd verbouwd, schieten de antwoorden door de klas. Van suikerriet tot koffie. Kâan (12) noemt de driehoekshandel: „Ze haalden mensen uit Afrika om te werken in de landbouw, zodat rijke mensen weer alles kregen. Ze werden niet betaald.”

Dan gaat de les over actuelere onderwerpen, zoals de nu nog zichtbare sporen van het slavernijverleden, racisme en etnisch profileren. Het gaat dan ook al snel over Zwarte Piet. „Donkere mensen waren minderwaardig”, vertelt Bijnaar. „Op alle gebieden. Huid, haar, lippen, taal, karakter. Als je dat verhaal lang genoeg vertelt, gaat iedereen het geloven, ook de Afrikaan zelf. Dan is het een kleine stap om van zo’n verhaal een afbeelding te maken die geen werkelijkheid is. Zwarte Piet is een karikatuur van het Afrikaanse ras. Daarom ligt hij zo gevoelig. Men denkt: het heeft een slavernijverleden.”

Pieten als slaven

Een leerlinge snapt dat niet. „Hij komt uit de schoorsteen. Ik weet niet hoe ze aan die slavernij komen want het is niet zo bedoeld.” Maar een klasgenoot denkt daar anders over. „Ik ben hier de enige die bruin is en dan kijkt iedereen anders naar je. Dan denkt iedereen: wij zijn wit, en hij is anders.” Jasmijn (11) sluit zich daarbij aan. „Het is niet fijn als de zwarte mensen zich ongemakkelijk voelen door die Zwarte Pieten. Zij vinden: Sinterklaas, de leider, is wit, en de Pieten die zijn zwart, als de slaven. Je kan ook Sinterklaas én de Pieten wit maken. Of Sinterklaas zwart.”

Hoogtepunt van de les is voor veel leerlingen het optreden van actrice Naomi McDonald, die gehuld in een pangi – een traditionele omslagdoek – het verhaal vertelt van slavin Jacqueline. De kinderen horen hoe deze vrouw gekocht werd door haar meester, hoe ze elke dag moest werken, hoe ze straf kreeg en hoe ze haar meester uiteindelijk vergiftigde met muizengif. Het verhaal lijkt echt indruk te maken, de kinderen zitten ademloos te kijken. „Ik vond het best wel gemeen wat die mensen vroeger deden”, zegt Kâan na afloop. En Rayan (11) zegt: „Ik vind het niet leuk dat mensen echt heel hard gedwongen werden en dat ze veel pijn kregen of zelfs doodgingen als ze iets niet deden.”

En, sluit de docent met de vraag waar ze de les ook mee begon: is het nuttig om vandaag de dag over slavernij te leren? Ja, vinden de kinderen. „Zo leer je dat je mensen niet moet dwingen tot dingen die ze niet willen doen”, zegt een jongen. „Dan weet je wat je moet doen als je ziet dat iemand als slaaf wordt behandeld”, vult een klasgenoot aan. Tot slot zegt Antal: „Dan leer je dat het zich nooit mag herhalen.”