‘Cocaïnehandel Amsterdam levert wekelijks miljoenen op’

Pieter-Jaap Aalbersberg | politiechef Amsterdam

De Amsterdamse politie maakt zich grote zorgen om jonge, gewetenloze criminelen die de misdaadtop snel bereiken. Een gesprek met de hoofdcommissaris.

Foto Roger Cremers

Het aantal misdaden in de categorie straatroof, overvallen en geweld neemt af. Burgers voelen zich steeds veiliger, het totaal aantal gerapporteerde misdrijven lag in 2017 bijna 40 procent lager dan aan het begin van de eeuw. Eigenlijk moet je zeggen dat het heel goed gaat met de Amsterdamse politie. Zelfs de criminaliteit onder de groep jonge criminelen uit de zogeheten Top-600 is afgenomen.

En toch slaat de politiechef een zeer bezorgde toon aan in een trendanalyse die hij onlangs heeft toegestuurd aan de politieke partijen die in de Stopera onderhandelen over de vorming van een nieuw college. De grootste zorg van het hoofd van de Amsterdamse hoofdcommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg (58) laat zich raden: het niet-aflatende zware geweld in de onderwereld, dat samenhangt met de handel in én de consumptie van cocaïne.

Het aantal liquidaties in de Amsterdamse onderwereld neemt niet toe maar àf, onderstreept Aalbersberg. Maar dat is geen reden tot optimisme, want de zwaarte van de middelen neemt wel toe. Met als voorlopig dieptepunt de liquidatie van de broer van kroongetuige Nabil B., twee weken geleden in Amsterdam-Noord. Nabil heeft verklaringen afgelegd over enkele kopstukken uit de cocaïnemaffia.

Extreem jong en gewelddadig

In de trendanalyse merkt de Amsterdamse politie het gebruik van vuurwapens aan als een steeds urgenter probleem voor de komende jaren. Ze signaleert een toegenomen vraag naar automatische wapens en een groeiend aanbod: vier miljoen afgeschreven Kalasjnikovs uit Rusland, wapens uit conflictgebieden als Oekraïne, Syrië en Libië. Aalbersberg: „En de 9 millimeter van een pistool is toch wat anders dan de 762 van de Kalasjnikov.”

Wat Aalbersberg nog het meest ongerust maakt: wie de liquidaties plegen. Dat is niet langer de ingevlogen professionele huurmoordenaar, maar willekeurige, heel jonge, gewetenloze criminelen die bijna amateuristisch te werk gaan. Daardoor lopen burgers steeds meer kans om in aanraking te komen met vuurwapengeweld. En het alarmerende is: de politie ziet zowel daders als slachtoffers van de liquidaties vaak voor het eerst als er eentje dood op straat ligt. Het macabere voorbeeld is Nabil Amzieb, wiens afgehakte hoofd in 2016 voor een waterpijpcafé werd gelegd, zegt Aalbersberg. „We kenden hem eigenlijk niet, maar achteraf hebben we moeten vaststellen dat hij waarschijnlijk ook betrokken is geweest bij een liquidatie.”

Het hele liquidatievraagstuk in Amsterdam is „één op één een cocaïnevraagstuk”, zegt Aalbersberg. „Vroeger duurden carrières lang, nu zijn mensen in staat binnen één jaar van hier naar daar te stappen. De winsten zijn hoog. De hoeveelheid cocaïne is abnormaal hoog. Sinds de regering van Colombia een akkoord heeft gesloten met guerrillabeweging FARC is de productie omhoog geschoten.”

Amsterdam is met reden trots op zijn Top-600 aanpak, vindt Aalbersberg. „Door die aanpak van enerzijds straffen, anderzijds intensief helpen bij het vinden van een gereguleerd bestaan, is de recidive van een groot deel van de criminele jongeren minder geworden. Maar de jongens die we tegenkomen in de cocaïnehandel, zien we helemaal niet meer in de Top-600.”

Het criterium om in de Top-600 te komen is het aantal aanhoudingen voor strafrechtelijke feiten. „Deze nieuwe jongens zijn vaak nog nooit aangehouden. Vroeger begon je met inbraken, daarna pleegde je een overval en dan ging je de drugs in. De criminele carrière van die nieuwe jongens verloopt langs een heel andere lijn. Ze worden als pizzakoerier of taxichauffeur ingezet voor het rondbrengen van coke. Of ze verkopen nepdope aan toeristen. En het volgende moment schieten ze iemand dood.” Daarom vraagt Aalbersberg zich zo langzamerhand af: „Wat betekent het succes van de Top-600 nog als je nieuwe criminele jeugd een andere route bewandelt? Ik blijf geloven in de methodiek. Maar met welke criteria gaan we die nieuwe groep van straat halen? Schoolverzuim?”

Pseudo-economie

Met zijn lange lijf en zijn wat stuurse uitstraling oogt Pieter-Jaap Aalbersberg als een hoofdcommissaris uit het boekje. Maar hij klinkt meer als een socioloog. Repressie is nodig, preventie is beter. Hij stelt dat kinderen „in de stad van Spinoza” steeds minder goed zijn in het beslechten van conflicten, het oplossen van problemen en het sluiten van compromissen. „Als ze dat niet voor hun twaalfde levensjaar leren, is het te laat. Dan zijn we ze kwijt aan hun peer groups. Daarom is investeren in het onderwijs zo belangrijk.”

De politie is sterk in haar repressieve aanpak, zegt Aalbersberg. „Hebben we een criminele groep jongeren in Amsterdam-Noord, dan komt daar een pakket van 18, 19 repressieve maatregelen op. Heel effectief. Maar een andere vraag is: hoe zorgen we ervoor dat deze jongen over vijf of tien jaar geen beroepscriminelen zijn geworden?” De preventieve aanpak voor deze jongeren noemt hij „dun”. „De actiegerichte overheid is sterk in reactie. In een stad als Amsterdam is preventie belangrijker.”

Ondermijning kan verschillende vormen aannemen, zegt Aalbersberg. In Brabant en Limburg tast het drugsgeld het openbaar bestuur aan. „In Amsterdam zien we dat niet zo. Hier is het veeleer de ondermijning van de jeugd.”

„Cocaïne, dat is niet alleen een drugsprobleem, dat zijn niet alleen de liquidaties. Het is een sector. De pizzakoeriertjes, de taxibedrijven – ze zitten allemaal in de logistieke keten. En dat is dan alleen nog maar de coke. Ik wil het geen narco-staat noemen, maar wel een pseudo-economie.”

Hij maakt met zijn arm een weids, rond gebaar: zo groot is die schaduweconomie. „Het is voor jongeren steeds verleidelijker vroeg in te stappen. Op heel jonge leeftijd worden ze economisch afhankelijk van dopetransacties, nepdope en alles wat daar omheen zit. Het zijn nieuwe verdienmodellen, waarbij mensen alleen maar in deze keten blijven werken. Een complete stroom van jong tot oud is buiten ons zicht aan het ontstaan. En omdat het om macht en geld gaat, komt daar geweld bij. Het is een vorm van criminaliteit die heel snel hard is, waar je heel snel door escaleert naar geweld.”

Schrikt het nietsontziende geweld de jongeren dan niet af? „Als de verleiding groot genoeg is, hebben ze weinig oog voor de risico’s. Zolang er vraag blijft, staan nieuwe jongens op. En dat zijn jongens die wel heel makkelijk met geweld omgaan.”

Aan de top van de bendes staan criminelen die volgens de politie over „honderden miljoenen euro’s” beschikken. „Wij noemen ze nog altijd Amsterdamse criminelen”, zegt Aalbersberg, „omdat ze allemaal hier vandaan komen. Maar velen van hen wonen niet langer in Amsterdam. En het grote geld zit ook niet hier. Dat zit in Dubai, Panama, Spanje, Marokko, Brazilië.” In het trendbeeld van de politie wordt gewaarschuwd voor drugsgeld dat kan worden geïnvesteerd in de massale nieuwbouw in het Amsterdamse havengebied de komende jaren. „Dat is een vrees”, zegt Aalbersberg. „Bij al die bouwprojecten loop je dit soort risico’s. Als we nu al concrete aanwijzingen hadden, zouden we dit niet zo hebben opgeschreven, dan zaten we midden in een onderzoek.”

Lees ook: Keihard en nietsontziend: hoe de nieuwe Holleeders de onderwereld overnemen

40.000 lijntjes

De baas van de nationale politie, Erik Akerboom, zei deze week: laat de cocaïnegebruiker zich goed realiseren dat hij onderdeel is van een crimineel en gewelddadig systeem. „Dat is wel zo”, zegt Aalbersberg bedachtzaam. „Wij veroorzaken dit vraagstuk met elkaar. Maar een waarschuwing zal niet het beslissende knopje zijn. Hoeveel jaren zijn we niet al bezig met alcoholpreventie? En toch kruipt de alcoholconsumptie omhoog. Volledig criminaliseren van de gebruiker gaat niet helpen. En legaliseren van harddrugs is in de internationale context geen optie.”

„We hebben in Amsterdam een gebruikersmarkt, die genormaliseerd lijkt. Drugs zijn goedkoop en van hoge kwaliteit. Er zijn nauwelijks excessen wat betreft de volksgezondheid. Ik ken bijna geen wereldsteden waar heroïne, chrystal meth of base niet wordt gebruikt – Amsterdam is zo’n stad. Hier gaat het om cannabis, xtc en cocaïne.”

In het Amsterdamse rioolwater worden per dag de sporen van vier kilo cocaïne gevonden, uitgeplast door de snuivers. Aalbersberg: „Dat zijn 40.000 lijntjes per dag. En het rioolwater is onder de Zuidas net zo vervuild als in de binnenstad. Cocaïne wordt in hele bedrijfssegmenten gebruikt, in alle lagen van de bevolking. Het wordt als volkomen onschuldig beschouwd. Daarom voelt met een brommertje ’s avonds langs dertig klanten rijden om lijntjes coke te bezorgen niet als criminaliteit. Terwijl je daardoor toch die telefoon kunt kopen die je vriendje niet heeft.”

Lees ook: Doordeweeks sporten, drugs in het weekend

In deze krant gaven de leiders van de grootste politieke partijen in Amsterdam, GroenLinks en D66, aan dat ze weinig voelen voor een strenger drugsbeleid. Integendeel, ze zouden het gedoogbeleid voor softdrugs best willen uitbreiden naar xtc. Rutger Groot Wassink van GroenLinks zei over het bendegeweld in de stad: „Dit is dus de consequentie van onze welwillende houding, bijvoorbeeld ten opzichte van cokegebruik. Is daar een alternatief voor? Eerlijk gezegd zie ik het niet.”

Aalbersberg schudt zijn hoofd. „Die fase ben ik voorbij. Misschien heb ik ook wel een tijdje zo gedacht. Maar als ik nu zie wat er aan het gebeuren is, niet alleen de liquidaties, maar de hele ondermijning van de jeugd, dan kun je niet meer naïef zijn. Je kunt niet meer zeggen dat dit ‘erbij hoort’. Het besef van de keerzijde van het drugsgebruik is bij mij groter geworden. Toen Jozias van Aartsen aantrad als waarnemend burgemeester, heb ik dit in ons eerste gesprek aan de orde gesteld.”

De politiechef geeft toe: „Handhaving van kleine drugsdelicten heeft niet veel prioriteit gehad in de laatste jaren in Amsterdam. We zijn zelf ook weer met elkaar het gesprek aan het aangaan. We weten dat we op een dead end zitten. Het loopt uit de hand. Geen buitenlander doet aangifte als hij denkt dope te kopen en een aspirientje krijgt. Probeer die handel dan maar eens te bestrijden.”

Wat helpt dan wel? „Je zult aan verschillende touwtjes moeten trekken”, zegt Aalbersberg. „We moeten af van de internationale allure van Amsterdam als drugsstad. We moeten iets met ons verslavingsbewustzijn doen. Zijn we als maatschappij voldoende ingericht om verslaving te voorkomen? Drugs en alcohol, die schaar ik daarbij onder één noemer. Is er één feest ’s avonds in Amsterdam waar je geen jointje, pilletje en biertje neemt?”

250 onderwijzers

Een jaar geleden vroeg Aalbersberg publiekelijk om 500 extra agenten voor zijn korps. De huidige sterkte is gebaseerd op het aantal inwoners (850.000), terwijl er dagelijks bijna anderhalf miljoen mensen in Amsterdam rondlopen. „Waarnemend burgemeester Van Aartsen is hierover nog altijd in gesprek met het ministerie.”

Als we hem vragen of 500 extra onderwijzers niet belangrijker zijn voor de stad dan 500 agenten, zegt de politiechef: „Als je het zo stelt: dan 250 van beide. Er zullen wel collega’s zijn die denken: wat zegt-ie nou? Maar als we steeds repressiever worden, lossen we het probleem niet op”, zegt hij stellig. „Er wordt te weinig geïnvesteerd in jeugdpreventie. Je moet deze stad bouwen op kansen voor jongeren. Als je zorgt voor betere kansen op een baan, haal je een stukje van de voedingsbodem voor criminaliteit weg.”

Geen misverstand: het blijven 500 extra agenten die Amsterdam nodig heeft. Om de liquidaties op te lossen. Om geen zaken te laten liggen in de ‘kleine’ criminaliteit. En vooral om politie weer meer in de wijken te laten rondlopen. „De wijkagent komt daar nog wel, maar vroeger had je ook een gebiedsgebonden team. Die fietsten door de buurten, spraken met die jongens. Nu komen mijn agenten haast niet meer op de fiets in de wijk. Die racen per motor van melding naar melding naar melding. Dan zie je die jongens niet meer.”

Om het contact in de volkswijken te versterken moet het Amsterdamse korps steeds diverser worden. De helft van alle nieuwe agenten die sinds vorig jaar instroomden, heeft een migratie-achtergrond en dat is belangrijk volgens Aalbersberg. „Om aansluiting te vinden bij de multiculturele bevolking van de stad moeten wij daar een afspiegeling van zijn. Voor de legitimiteit van de Amsterdamse politie is diversiteit een randvoorwaarde. En met de legitimiteit komt effectiviteit. Delen van de stad zijn tamelijk gesloten. Langzamerhand krijgen we daar steeds beter toegang.”

Wrang genoeg helpt een trieste gebeurtenis als begin dit jaar in de wijk Wittenburg daarbij. In een buurtcentrum werd een onschuldige jongen voor het oog van kinderen doodgeschoten en twee anderen door kogels geraakt. Een vergissing van de moordenaars. „Ik zie met ontzetting het verdriet in de buurt. Maar we kunnen daar ook iets mee. Het biedt een opening. Hier moeten we op inspelen. Daar heb je diversiteit in je korps voor nodig.”

Ineens realiseren we ons dat in het hele gesprek het veelgebruikte woord ‘Mocro-maffia’ niet is gevallen. Geen toeval, zegt Aalbersberg. „De cocaïnehandel is geen privilege van Marokkaanse Amsterdammers. In een stad met 162 nationaliteiten zit overal al gauw een etnisch tintje aan. Die bendes zijn niet etnisch gestructureerd. De leden vliegen van de ene naar de andere kant. Het is de oude handelsgeest maar dan met zzp’ers die elkaar vinden in criminele netwerken. Heel Amsterdams.”

„Het is ook geen maffia. Cocaïne vormt de gelegenheid voor deze criminelen. Met een enorm ondernemerschap, met een enorme kans om snel veel geld te verdienen en iedereen bij je vandaan te slaan. Maar waar de maffia nog in staat is om een structuur aan te brengen, zijn dit losse elementen. Eigenlijk is dit erger.”

    • Jan Meeus
    • Bas Blokker