Hij werd doof geboren en kan nu horen: ‘Anders kon ik geen babygeluiden horen’

Jan Willem Kroon (33) werd doof geboren en wilde altijd volwaardig meedoen in de ‘gewone’ wereld. Sinds kort heeft hij een hightech-implantaat en kan hij horen. „Ik heb ook moeten leren me op een andere manier in te leven in mensen.”

Thuis in Nijkerk ligt Jan Willem Kroon op de bank te slapen. Hij heeft een paar dagen geleden een ingrijpende operatie ondergaan: in zijn binnenoor is een apparaatje geplaatst dat geluid omzet in elektrische pulsen en die naar zijn hersenen stuurt. Dit cochleair implantaat (CI) heeft ervoor gezorgd dat hij als doofgeborene van de ene op de andere dag kon horen. Het is nog erg vermoeiend, al die geluiden de hele dag door. Vandaar dat hij even is gaan liggen, en indutte. Ineens schiet hij overeind, wakker geschrokken van een enorm geraas. Zijn hart bonkt in zijn borstkas. „Wat was dat? Wat hoorde ik?” vraagt hij aan zijn vrouw. „Dat was je eigen gesnurk”, antwoordt ze.

Het is inmiddels een jaar later, en Kroon (33) is praktisch helemaal gewend aan zijn CI. Die revalidatieperiode was nodig om klanken en geluiden te leren herkennen, en om het implantaat zo precies mogelijk af te stellen. Uit recente cijfers van het Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie, die gaan tot 2016, blijkt dat ruim 6.000 mensen in Nederland een CI hebben.

Veertien jaar lang, van zijn 4e tot zijn 18e, ging Kroon elke dag met een taxi heen en weer van Nijkerk naar dovenschool Effatha in Voorburg, en later Zoetermeer. Anderhalf uur heen, anderhalf uur terug, samen met zijn eveneens dove tweelingbroer – die geen CI wil. Tot voor kort werkte hij als ict’er bij een bedrijf dat software ontwikkelt voor doven en slechthorenden, en waar gebarentaal de voertaal is. Hij gaat nog altijd graag uit met zijn dove vrienden, vertelt hij in een café in het centrum van Nijkerk, omdat de communicatie met hen geen energie kost en hij niets mist van wat er gezegd wordt. Hij kent de dovenwereld dus door en door, maar hij heeft weinig op met het idee dat doven de horende wereld helemaal niet nodig hebben.

Niet iedereen waardeert hightech-implantaat

Die opvatting is de laatste jaren in zwang geraakt in kringen van activistische doven; zij hebben het over ‘Doven’met een hoofdletter D, om aan te geven dat het om een bevolkingsgroep met een geheel eigen taal en cultuur gaat, en zijn soms fel gekant tegen het cochleair implantaat, omdat dit de Dovencultuur zou kunnen ondermijnen. Kroon ziet dat heel anders. „De dovenwereld is klein. Als je ambitieus bent, probeer je daar uit te breken. En trouwens: ik hoef geen hoofdletter. Die hebben horenden ook niet.”

Op Effatha leerde hij gebarentaal én hij leerde er spreken. Met zijn hand op de keel van de spraakleraar moest hij voelen welke klank bij welke letter hoorde. Dankzij een minimaal „restgehoor” kon hij met een gehoorapparaat bepaalde geluiden opvangen, zij het zonder ze te herkennen. Maar als er bijvoorbeeld een deur dichtsloeg, of iemand achter hem begon te praten, wist hij in elk geval dat hij moest opletten.

Nu hoor ik bij mijn vrouw soms dat haar stem anders klinkt dan normaal, hoger, of lager. In het begin wist ik niet wat dat betekende

Jan Willem Kroon

Vanaf groep zeven gingen hij en zijn broer een dag in de week naar een gewone school in hun eigen buurt. Zonder tolk, vooraan in de klas. Zo leerde hij bijna feilloos liplezen. Dat op die manier de kloof overbrugd werd naar de horende wereld, is heel goed geweest, vindt hij. Toch had hij die jaren op de dovenschool niet willen missen. „Ik heb daar een stevige basis gekregen. Een goede uitgangspositie om mezelf te ontwikkelen en te kunnen integreren in de horende maatschappij.”

Volwaardig meedoen in de gewone wereld is wat Kroon altijd gewild heeft. Niet alleen zijn ouders maar ook de docenten op de dovenschool stimuleerden dat. „Mijn mentor zei altijd tegen mij en de andere jongens in mijn klas: ‘Jullie moeten een horende vrouw nemen.’ Dat heb ik uiteindelijk gedaan, al is dat ook toeval, ik had ook met een dove vrouw kunnen trouwen. Wel heb ik het altijd heel belangrijk gevonden om met horenden om te gaan en zonder gebarentolk met ze te kunnen communiceren. We hebben nu eenmaal geen dovensteden in Nederland.”

Lees ook het interview met de dove Tobias de Ronde (29): ‘Doven eten altijd koud’

Toch was het niet vanzelfsprekend voor Kroon dat hij een CI zou laten plaatsen. De komst van dit hightech-gehoorapparaat, zo rond het jaar 2000, betekende een revolutie in dovenland, omdat het voor mensen als hij, bij wie een gewone ‘oorhanger’ weinig of geen resultaat geeft, ineens mogelijk werd om toch te horen, mits de gehoorzenuw intact is. Maar hij twijfelde. Omdat er risico’s aan verbonden zijn, zoals aan vrijwel iedere operatieve ingreep, maar vooral omdat hij goed had leren leven met zijn handicap. Die bovendien niet zomaar zou verdwijnen.

„Ook al hoor je veel meer met een CI en kun je bijvoorbeeld storende omgevingsgeluiden wegfilteren, iets als een groepsgesprek volgen blijft heel lastig. Maar langzamerhand begon ik er toch serieus over te denken. Collega’s met een CI waren er blij mee, en de risico’s bleken erg mee te vallen. Toen mijn vrouw zwanger was, realiseerde ik me dat ik geen babygeluiden zou kunnen horen. En kinderen praten snel, dus verstaan zou ook moeilijk worden.”

Hoge, snelle piepjes

Eind februari 2017 werd de operatie gedaan in het UMC Utrecht. Zes weken later, toen de wond genezen was, moest hij terugkomen om het uitwendige deel van het implantaat (de zogeheten zendspoel) te laten aansluiten op het inwendige deel. „Het enige wat ik hoorde, waren hoge, snelle piepjes. Ook al wist ik dat mijn hersenen zich nog moesten instellen op geluid, dit was toch een afknapper. Maar na tien minuten hielden de piepjes op en kon ik duidelijk de stemmen onderscheiden van mijn vrouw en het medisch personeel, en herkende ik zelfs woorden. ‘Wat hoor je achter je?’ vroeg iemand. Ik ging puzzelen in mijn hoofd. Het deed me denken aan het geluid van een emmer water die werd leeggegooid. Ineens wist ik het: de kraan. Verder hoorde ik continu een luid gekraak. Dat bleek de stoel te zijn waar ik op zat. Toen gingen we naar buiten, het UMC uit. Er was daar een verbouwing bezig. Een drilboor, hamers, een heimachine, ik werd knettergek en wist niet hoe snel ik de microfoon, die met een magneet vastzit op mijn hoofd, eraf moest halen. In de auto zette ik ’m er toch maar weer op.”

Álle geluiden klonken onaangenaam hard en scherp die eerste tijd, vertelt Kroon. Gefriemel met papiertjes of een paperclip. Chipszakjes. Theelepels in een kopje. Door elkaar pratende kinderstemmen. Zelfs vogels vond hij irritant klinken, vooral duiven. Hij had veel last van hoofdpijn.

„’s Avonds had mijn vrouw niks meer aan mij. Zodra de kinderen op bed lagen, kon ik alleen nog tv kijken, met het geluid uit. Ook omdat ik niet, zoals eigenlijk geadviseerd wordt, het aantal uren langzaam opbouwde, maar mijn CI vanaf het begin het grootste deel van de dag droeg.” Maar in de loop van de dagen, weken, bleken er toch ook echt voordelen te zijn. „Als ik op zolder ben, en mijn dochtertje roept dat ze naar de wc moet, ben ik tegenwoordig op tijd beneden. Vroeger was het altijd verschonen geblazen.”

Soms klinkt een stem heel anders

Kroon ontdekte ook een nieuw aspect aan de communicatie met anderen: humeuren en emoties in de klank van een stem en de manier van spreken. „Als dove was ik altijd goed in het interpreteren van onuitgesproken signalen en gezichtsuitdrukkingen. Maar nu hoor ik bij mijn vrouw of bij collega’s soms dat hun stem anders klinkt dan normaal, hoger, of lager. Woorden die sneller worden afgebroken. In het begin wist ik niet wat dat betekende. Dan vroeg ik aan een collega: ‘Waarom praat ze zo raar?’ ‘Vrouwending,’ was het antwoord. ‘De tweede dag is het ergst.’” Ik heb dus niet alleen moeten leren horen, maar ook om me op een andere manier in te leven in mensen. Ik weet nu dat ik ook in het non-verbale contact toch dingen miste. Dankzij mijn CI is het plaatje nu compleet.”

„Overmorgen begin ik met een nieuwe baan, als applicatiebeheerder bij de gemeente Nijkerk. Ik dacht dat ik kansloos was, ik had er al vijftien sollicitaties op zitten, maar dit keer is dan toch de keus op mij gevallen. Het is de ideale baan voor mij, dicht bij huis, in een klein team. Toch is het spannend, want anders dan in mijn vorige werk zal ik alleen maar horende collega’s hebben. Maar dankzij mijn CI durf ik het aan.”

„Als ik nu wandel met de hond, voel ik me vrijer. Ik loop rustig op het fietspad, omdat ik weet dat ik een fietsbel kan horen. Vroeger, toen het altijd stil om me heen was, begreep ik niet waarom mensen soms in hun eentje gaan lopen. Ik vond dat echt heel vreemd. Maar nu weet ik: je hoort veel meer als je alleen bent, allerlei geluiden uit de natuur. Je komt tot rust. Ik ga nu ook vaak alleen even naar buiten, en merk hoe ontspannend dat is. Het klotsen van water, de vogels. ‘Hé, de kraaien zijn er weer.’ Zelfs het gekoer van de duiven kan ik nu waarderen.”