Column

Het zijn niet de media die onderzoeksconclusies opblazen

Lang dacht Martijn Katan dat het de journalisten waren die van kleine feitjes sensationele verhalen maken. Maar uit onderzoek van Engelse psychologen blijkt dat het anders ligt.

Een paar keer per week word ik gebeld door journalisten. ‘Met xxx van Radio 1. Wat vindt u van het bericht in het AD over boerenkool en wintertenen?’ Mijn conclusie is meestal dat het verhaal sterk overdreven is. Nieuws over voeding klopt maar zelden.

Hoe komt dat? Lang dacht ik dat het de journalisten zijn die kleine feitjes opblazen tot sensationele verhalen. Engelse psychologen ontdekten echter dat het totaal anders ligt. Ze analyseerden de persberichten over medisch onderzoek van twintig Engelse universiteiten en vergeleken die met de bijbehorende krantenberichten en met de echte uitkomsten van de studies. In ruim eenderde van de krantenartikelen werden de uitkomsten van de studie overdreven. Ik hoor u denken: ‘Dat kun je verwachten van die Engelse tabloid press’. Maar zo lag het niet. Het is moeilijk te geloven, maar de meeste overdrijvingen waren niet bedacht door de kranten maar door de universiteiten. De overdreven conclusies stonden al in het persbericht; de kranten namen die gewoon over.

Leidse onderzoekers constateerden onlangs dat in Nederland hetzelfde gebeurt. En het houdt niet op. ‘Gezond eten helpt tegen oogziekte’, kopte het AD op 27 maart. Het ging over macula-degeneratie, de belangrijkste oorzaak van blindheid bij bejaarden. De macula of gele vlek is een plekje midden in het netvlies zo groot als het camera-oogje van een telefoon. Met dat stukje netvlies zie je scherp, je leest ermee en herkent gezichten. Daarzonder ben je bijna blind. De Erasmus Universiteit in Rotterdam verkondigde nu dat het risico op aantasting (‘degeneratie’) van die gele vlek bijna kon worden gehalveerd door het eten van veel groenten, fruit en vis. Mij leek dat sterk. De gele stoffen in de gele vlek of macula komen inderdaad uit groene groenten. Je moet dus regelmatig groenten eten, maar een halvering van het risico door nog meer groenten? Er bestaat een goed werkend voedingssupplement tegen macula-degeneratie. Daar zitten echter veel meer en andere vitamines en mineralen dan in groenten, fruit en vis, en toch vermindert het het risico maar met een kwart. Bestaat er een minder sensationele verklaring voor die halvering van de oogziekte in het Rotterdamse onderzoek?

Het onderzoek werd gedaan bij vierduizend ouderen in Rotterdam-Ommoord, van wie er zevenhonderd macula-degeneratie hadden gekregen. De onderzoekers zochten naar significante verschillen tussen die zevenhonderd en de mensen die vrij bleven van de oogziekte. Degenen die slechter gingen zien, hadden evenveel groenten en evenveel fruit gegeten als de rest. Daar hadden de onderzoekers kunnen stoppen, maar ze verdeelden die vierduizend mensen ook nog eens op negen verschillende manieren in tweeën, afhankelijk van wat ze verder aten. Bij zeven verdelingen maakte dat weinig uit, bij één verdeling hadden de groenten-, fruit- en viseters méér oogziekte en bij de negende manier van indelen hadden ze bijna de helft minder risico. Daar was het persbericht op gebaseerd. Maar bij die laatste verdeling rookten de groente eters ook minder. Roken is oorzaak nr. 1 van maculadegeneratie, dus wat die groenten daar bovenop nog deden is de vraag.

Persvoorlichters

Voor zover ik kan zien levert deze studie geen nieuwe, solide informatie op over voeding en blindheid. De universiteit stuurde er echter een persbericht over uit met als kop: ‘Gezonde voeding kan risico op oogziekte bijna halveren’. Dat had het AD dus niet zelf bedacht.

Was dat persbericht de schuld van de onderzoekers? Dat kan, maar misschien hadden ze er weinig over te zeggen gehad. Boven een persbericht staan geen auteurs, dus je weet niet wie het heeft bedacht. Lang geleden wilde de PR-afdeling van mijn toenmalige universiteit een persbericht maken over het proefschrift van een promovenda van mij. Zij mocht eraan meeschrijven maar mij wilden de voorlichters erbuiten houden, het was immers háár proefschrift. Toen ik de voorgestelde tekst zag vond ik het zwaar opgeklopt. De voorlichters hielden echter voet bij stuk. Toen liet ik ze een conceptbericht zien voor het ANP met als kop: ‘Universiteit verdraait uitkomsten onderzoek’ en ik zei dat ik dat binnen een uur na hun persbericht zou uitsturen. Daarop bonden ze in. Maar niet iedere promotor heeft zin in zoveel heibel.

Die arme persvoorlichters doen trouwens ook alleen maar wat ze wordt opgedragen, namelijk scoren in de media. Universiteiten denken dat dat helpt bij het aantrekken van geld en studenten. Gelukkig heb ik goed nieuws. In het onderzoek van de Engelse psychologen bleken genuanceerde persberichten net zoveel kans te hebben om in de krant te komen als overtrokken persberichten. Ongelooflijk, maar ze hebben het nogmaals onderzocht met persberichten van wetenschappelijke tijdschriften en daar kwam hetzelfde uit: overtrokken of genuanceerd maakte voor de scoringskans van een medisch persbericht niet uit! In Nederland lijken sensationele persberichten iets vaker te scoren maar veel maakt het niet uit. Je kunt dus eerlijk blijven en toch de krant halen. Hopelijk wordt dit gelezen door universitaire voorlichters, dan hoef ik niet steeds weer nieuwe voedingswonderen te ontkrachten.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bronnen: mkatan.nl