Het grootste visserijbedrijf van Europa ontstond aan wal

Visserijbedrijf Parlevliet & Van der Plas is uitgegroeid tot het grootste visserijbedrijf van Europa. Nog dagelijks komt de 91-jarige oprichter langs voor koffie en een glas rosé.

Alle schepen worden vernoemd naar vrouwen uit de beide families. Voor overleden mannen wordt een uitzondering gemaakt. Mede-oprichter Jan van der Plas overleed kort na oprichting. Maria was zijn vrouw. Foto Olaf Kraak

Met zijn vijven voerden ze de onderhandelingen. Diek en Anton van de oudere generatie, Dirk, Dirk-Jan en Dirk-Anton van de jongere. Aan de andere kant van de tafel zat de grootste visverkoper van Duitsland. Eerder hadden de twee Duitse eigenaren de mannen gevraagd of ze hun bedrijf wilden overnemen. Een van de twee was ernstig ziek, ze zochten dringend een koper.

De Duitsers kenden het vijftal uit Katwijk goed, hun bedrijven deden al veertig jaar zaken. Het liefst verkochten de Duitse eigenaren aan hén. Lang hadden de familie-eigenaren van Parlevliet & Van der Plas niet nodig gehad om te beslissen of ze deze mega-overname wilden proberen te doen. „Binnen een half uur waren we eruit”, zegt voorman Diek Parlevliet. De onderhandelingen konden beginnen.

Afgelopen februari werd Parlevliet & Van der Plas eigenaar van Deutsche See, voor een onbekend bedrag. Het was de vierde grote overname in minder dan tien jaar tijd. Parlevliet & Van der Plas is uitgegroeid tot het grootste visserijbedrijf van Europa, met 7.700 werknemers (inclusief Deutsche See). De omzet bedroeg in 2016 bijna 850 miljoen euro, de winst bijna 80 miljoen – de resultaten over 2017 zijn nog niet bekendgemaakt. Met Deutsche See erbij komt de omzet boven een miljard euro uit. Tien jaar geleden was dat nog geen 300 miljoen.

Met je kop in de ton

Het familiekarakter is met de enorme groei niet verloren gegaan. Beide families bezitten nog altijd ieder de helft van de aandelen. De directie bestaat uit één bestuurder van elke tak. Diek Parlevliet (63) is de bestuursvoorzitter, Dirk van der Plas (39) is de financiële man. Ze ontvangen ons op kantoor vlakbij Katwijk, waar op de kast een maquette staat van de 145-meter lange Annelies-Ilena, het grootste vissersschip ter wereld. Aan de muur hangen foto’s van hun andere schepen, ook vernoemd naar vrouwelijke leden van beide families.

Andere familieleden runnen dochterbedrijven. Anton van der Plas (62) is de baas bij haringverkoper Ouwehand. Dirk-Jan Parlevliet (40) is verantwoordelijk voor garnalenbedrijf Heiploeg en bestuurt nu ook mee bij Deutsche See. Zij staan ons te woord aan de telefoon.

Op jonge leeftijd werkten deze vier mannen al mee in het bedrijf: meevaren op de schepen, vis verwerken in de fabriek. Diek Parlevliet: „Met je kop in de ton, noemen we dat.” Volgens zijn zoon Dirk-Jan is het van grote waarde „om te weten hoe een zeeman denkt, en hoe een haring wordt verwerkt”.

De eerste generatie komt ook nog dagelijks op de zaak. Elke ochtend komt mede-oprichter Dirk Parlevliet (91) langs voor Het Financieele Dagblad en een kop koffie. Aan het eind van de dag verschijnt hij weer, dan voor een glas rosé.

Maar met een groter bedrijf komen er ook grotere problemen, heeft Parlevliet & Van der Plas ervaren. Greenpeace kwam aan hun boten hangen, de vakbonden begonnen een rechtszaak tegen Heiploeg, de Brexit bedreigt hun vloot en met één broer kregen ze ruzie, over geld. Een portret van een familiebedrijf.

Mede-directeur Diederik ‘Diek’ Parlevliet in de hal van het hoofdkantoor, naast de borstbeelden van oprichters Dirk Parlevliet en Dirk van der Plas.

Foto Hielco Kuipers

Frozen vis te koop

Vissers zijn het nooit geweest. Ook de eerste generatie niet: Dirk Parlevliet en Dirk en Jan van der Plas. Toen het oprichterstrio in 1949 begon, verkochten ze haring van de Katwijkse visafslag door. In de jaren daarna schaften ze schepen aan en stuurden vissers de zee op. Zelf bleven de mannen aan wal.

Inmiddels vist, verpakt en verkoopt Parlevliet & Van der Plas over de hele wereld. De tweede generatie trok in de jaren tachtig naar West-Afrika. Diek vertelt hoe dat ging. „‘Ik kom uit Holland, ik heb frozen vis te verkopen’, zei ik. ‘Nou, stuur maar een container.’” Ook Duitsland werd vanaf de jaren tachtig veroverd. Door de strengere Nederlandse visquota ging Parlevliet & Van der Plas toen als eerste Nederlandse reder onder Duitse vlag varen. „Ze zeiden: ‘jullie vissen op onze quota. Was haben wir davon?’” Dus zegde Parlevliet & Van der Plas toe voor Duitse werkgelegenheid te zorgen, bijvoorbeeld in de visverwerking.

Het bedrijf is in Duitsland zó groot geworden dat Angela Merkel in 2015 de moeite nam hun nieuwe schip te dopen. Dat was een bijzonder exemplaar: het werd niet vernoemd naar vrouwen uit beide vissersfamilies, maar naar Mark Parlevliet. Deze zoon van Diek was twee jaar eerder overleden, op 33-jarige leeftijd. De Duitse bondskanselier noemde Mark in haar toespraak. „Een heel emotionele speech”, zegt Diek.

‘Compleet anders’

Van oorsprong handelt Parlevliet & Van der Plas in haring, makreel en blauwe wijting. Afgelopen jaren kwamen daar nieuwe soorten bij. Tonijn in 2016, door de overname van CFTO, de grootste tonijnvisser van Frankrijk. En in 2014 garnalen, met de aankoop van het failliete Heiploeg uit het Groningse Zoutkamp. Door een ander faillissement, van het Katwijkse Ouwehand in 2009, werd Parlevliet & van der Plas de grootste visverwerker van Nederland.

Het bedrijf is nu „compleet anders” dan twintig jaar geleden, zegt Dirk-Jan Parlevliet. Vroeger ging het vooral om het vissen, maar inmiddels moeten ze ook nieuwe visgerechten bedenken voor in de supermarkt.

Haring is vooral populair bij „oudere mensen”, vertelt Anton van der Plas, die de leiding heeft over Ouwehand, aan de telefoon. Met haring-innovaties proberen ze ook „de jeugd” weer te verleiden. Haring in roomsaus, haring in zoetzure saus. Dirk-Jan Parlevliet werd na de overname van Heiploeg gestationeerd in Groningen. Daar zijn ze bezig met allerlei kant-en-klaarproducten, vertelt hij, zoals tapas. Niet iedereen heeft zin meer om uitgebreid te „kokkerellen”, zegt hij. „Mensen willen gemak”.

Lees ook een eerdere reportage van NRC over de start van het haringseizoen: Een schipper is weerman, dokter en een beetje politieagent

De mannen van Parlevliet & Van der Plas zijn meermaals binnengekomen op een moeilijk moment. Na een faillissement of, zoals bij Deutsche See, door ziekte van de eigenaar. Het werkt in hun voordeel dat ze een vissersbedrijf zijn, zegt Diek Parlevliet, geen investeringsmaatschappij. „Dat wekt vertrouwen.” Je gezicht laten zien is ook belangrijk, zegt hij. Na de tonijnovername heeft Diek een week op zee gezeten, hij hopte van schip naar schip. Een schipper beschouwt hij als „een directeur op een afdeling”. Die moet hij dus kennen.

Hun vissersachtergrond kon niet verhinderen dat FNV en CNV na de overname van Heiploeg een rechtszaak begonnen. Volgens de vakbonden zijn de arbeidsvoorwaarden na het bankroet – een zogenoemd flitsfaillissement – „aanzienlijk verslechterd”. Heiploeg won de zaak, maar de bonden gingen in hoger beroep. Sindsdien stelde het Europees Hof van Justitie de vakbonden in een vergelijkbare zaak wél in het gelijk. Dat heeft mogelijk consequenties. Omdat de zaak onder de rechter is, vindt Diek Parlevliet het „niet verstandig” het erover te hebben.

Aan tafel in Brussel

Dat de omzet in tien jaar tijd ruim verdriedubbelde, was geen vooropgezet plan, aldus Diek. Als je eenmaal „een beetje in het overnamecircuit zit”, zegt hij, weten ze je te vinden. In één weekend kwamen laatst nog vier aanbiedingen voorbij, zegt financiële man Dirk van der Plas. Meestal zeggen de families nee.

Het gevolg van hun omvang is dat Parlevliet & Van der Plas kwetsbaar is voor wereldpolitiek. „De Brexit is een heel dingetje voor ons”, zegt Diek. Het bedrijf kan 60 tot 70 procent van de quota voor haring, makreel en blauwe wijting kwijtraken. „Het zou betekenen dat acht van onze tien schepen geen emplooi meer hebben.” Een visserslobby probeert de schade te beperken. Geregeld zit Diek zelf aan tafel in Brussel. Om onderling begrip te kweken nodigt hij soms ambtenaren of ministers uit op zee. Goed contact met hen is essentieel. „Visserij is politiek.”

Als grootste visserijbedrijf wordt Parlevliet & Van der Plas ook kritisch gevolgd door milieu-organisaties. Het bedrijf heeft verschillende vriestrawlers: varende visfabrieken waarop vis meteen verwerkt en ingevroren wordt, die weken op zee blijven. „Monstertrawlers” van een „geldbeluste industrie” noemde Greenpeace ze.

Toen zo’n groot schip in 2012 op het punt stond uit te varen, legden duikers van Greenpeace een ketting om de schroef, later ketenden actievoerders zichzelf vast aan schepen. Het vissersbedrijf was van plan in Australië te gaan vissen, volgens Greenpeace in kwetsbaar gebied. Een schip van die grootte zou daarnaast kleinere vissers dwarsbomen. Uiteindelijk werd de trawler door de Australische overheid geweerd. Het schip vaart nu onder Litouwse vlag.

In datzelfde jaar kreeg Parlevliet & Van der Plas een Franse boete van 600.000 euro, omdat het volgens de autoriteiten met verkeerde netten had gevist. „Een klinkklare onzin-boete”, vindt Diek Parlevliet, een gevolg van onnavolgbare Europese regelgeving.

Het jaar erop stelde Greenpeace dat Parlevliet & Van der Plas zich schuldig maakte aan het overboord gooien van tienduizenden kilo’s goede vis, omdat die te weinig opbrengt. Dat zou blijken uit een schaduwboekhouding. Goede vis overboord gooien is verboden. De Duitse inspectie, die de zaak onderzocht, kon echter geen bewijs vinden.

Ook deze beschuldiging noemt Diek Parlevliet „klinkklare onzin”. Die boekhouding was „fake”, zegt hij, afkomstig van een „rancuneuze stuurman”. Met Greenpeace staat hij inmiddels op betere voet. Samen met twee andere grote Nederlandse visserijbedrijven sloot Parlevliet & Van der Plas in 2016 een akkoord met Greenpeace over duurzame visserij. De rederijen beloofden onder meer de Noord- en Zuidpool voortaan met rust te laten.

‘Gedonder’ in de familie

Een ander dispuut kwam niet meer goed. Eind 2016 stonden Diek en zijn broer Nico Parlevliet voor de rechter. Ze waren al jarenlang gebrouilleerd. Nico vertrok in 2006 uit de directie en zou in 2014 ook zijn aandelenbelang overdragen. Aanvankelijk was afgesproken dat hij 122 miljoen euro zou krijgen voor zijn 25 procent, maar hij wilde bij nader inzien toch meer. De rechter besloot dat Nico zijn belang toch voor de afgesproken prijs moest overdragen.

Diek zucht. „Moeten we het daar over hebben?” Het is „niet leuk” dat het zo gelopen is, zegt hij. „In de familie wil je geen gedonder hebben. We hebben geprobeerd de boel bij elkaar te houden, maar als iemand helemaal niet wil, dan gaat het niet.” Nico spreekt hij niet meer.

Verder is voetbal de enige zichtbare bron van verdeeldheid binnen het visserijbedrijf. De familie Parlevliet is voor VV Katwijk, waar Ouwehand als hoofdsponsor op de shirtjes staat. De Van der Plas-tak is supporter van die andere grote Katwijkse club: Quick Boys, waar oud-Feyenoorder Dirk Kuijt in zijn jeugd speelde en onlangs zijn rentree maakte. Daar is Ouwehand óók hoofdsponsor. Dat is ook vanwege de werknemers, legt Diek Parlevliet uit. „De ene helft is voor VV Katwijk en de andere voor Quick Boys.”

Katwijkers zijn de beste

Als Quick Boys promoveert naar de Tweede Divisie kunnen de clubs weer eens een derby spelen. „Dat zijn de mooiste”, zegt Quick Boys-supporter Anton van der Plas. „Dan heb je wat anders om over te praten dan vis.”

Wie de 63-jarige Diek Parlevliet mag opvolgen is nog niet bekend. Hij lijkt er nog niet mee bezig. Ziet Diek zichzelf op 67-jarige leeftijd met pensioen gaan? „Niet over nagedacht.” Moet het een Parlevliet worden, of een Van der Plas? „Dat moeten we te zijner tijd besluiten.” Is er een noodplan, voor als hem onverhoopt iets overkomt? „We hebben een grote familie.”

Het kan trouwens ook nog iemand van buiten de familie worden, vult financiële man Dirk van der Plas aan – die niet wil zeggen of hij zelf ambitie heeft. „Ook niet-familieleden ken je soms inmiddels al 25 jaar.” Hoe dan ook zal het waarschijnlijk een Katwijker worden. Diek Parlevliet: „Het moet de beste zijn. Maar toevallig zijn dat meestal Katwijkers.”