‘Google draagt jaarlijks 200 miljoen bij aan economie’

Het datacentrum in de Eemshaven draagt miljoenen bij aan de Nederlandse economie, stelt Google in een persbericht.

De aanleiding

Google kondigde vorige maand aan 500 miljoen euro te investeren in de uitbreiding van zijn datacenter in de Eemshaven in Groningen. In een persbericht stelt Google dat het bedrijf in vier jaar tijd 800 miljoen euro bijdroeg aan de Nederlandse economie – 200 miljoen euro per jaar. We checken of dit laatste klopt.

Waar is het op gebaseerd?

Google citeert uit een rapport van het Deense onderzoeksbureau Copenhagen Economics. Het onderzoek is commissioned by Google, wat betekent dat het de opdracht gaf en de rekening betaalde.

Technologiebedrijven sponsoren vaker dit soort rapporten om te bewijzen dat ze een daadwerkelijke bijdrage aan de Europese economie leveren. De toegevoegde waarde van datacentra zit vooral in de bouw en inrichting van de ruimte. Er werken in Googles datacenter ongeveer 250 mensen, maar volgens Copenhagen Economics levert Googles investering 2.200 directe en indirecte banen in de regio op, gemeten over de periode 2014-2017.

En, klopt het?

De berekening is niet gebaseerd op de nieuwe investering van 500 miljoen maar op de 950 miljoen euro die Google eerder stak in de Eemshaven, dat groene stroom en een gunstig klimaat biedt voor datacentra. Dat levert een hoop Nederlandse (onder)aannemers werk op. Die mensen geven weer geld uit en dat levert ook weer nieuwe banen op – de afgeleide bijdrage aan de economie. Omdat ze blijven uitbreiden, leveren datacentra op termijn een constante bijdrage aan de economie.

Die jaarlijkse economische bijdrage van Googles datacenter (200 miljoen euro) lijkt nogal groot. Ter vergelijking: Peter Vermeulen van PB7 deed vorig jaar onderzoek naar de toegevoegde economische waarde van alle datacentra in Nederland en kwam op 945 miljoen euro per jaar. Hij hanteerde daarbij dezelfde methode als Copenhagen Economics: input/output-tabellen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze tabellen berekenen het effect van een investering in één branche op andere bedrijfstakken.

Vermeulen onderzocht met name colocaties, datacentra die ruimte verhuren aan anderen, niet bedrijven die hun eigen infrastructuur bouwen, zoals Google. „Hyperscalers als Google hebben een grotere indirecte en afgeleide impact dan de colocatie-datacenters uit mijn onderzoek. Ze investeren volop in bouw, zonder dat er evenveel directe omzet wordt gerealiseerd.”

Het CBS reageert: „Dat een investering van 950 miljoen een bijdrage aan het bbp [bruto binnenlands product, 703 miljard in 2017] levert van 800 miljoen euro is niet onrealistisch. De conclusie dat Google door een groot datacenter neer te zetten tijdelijk een substantiële bijdrage levert aan de economie, lijkt redelijk robuust”, zegt het CBS. 

Copenhagen Economics rekende ook de toegevoegde economische waarde uit van Googles datacenter in België en die van Googles Europese datacentra in totaal (inclusief Finland en Ierland). De jaarlijkse bijdrage aan de Nederlandse economie springt eruit.

Bruno Basalisco van Copenhagen Economics, die het onderzoek uitvoerde, legt aan de telefoon uit dat het verschil ontstaat omdat de investeringssnelheid per land verschilt. De cijfers zijn niet goed met elkaar te vergelijken, omdat het beginjaar en de investeringsperiode per land verschilt.

De cijfers van Nederland zijn bijvoorbeeld gedeeld over vier jaar, die van de hele EU over elf jaar. Dus het Nederlandse rapport overdrijft? Nee, zegt Basalisco. In de Eemshaven breidde Google sneller uit en investeerde dus ook ‘explosiever’ dan in de rest van Europa.

Conclusie

Google zegt dat het 200 miljoen euro per jaar bijdraagt aan de Nederlandse economie, iets minder dan 0,33 promille van het bbp. De bewering klopt, maar het gaat om een tijdelijk effect. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt