Elk jaar koken we een minuut korter

Gemakseten Grootmoeders waren zo twee uur aan het koken, tegenwoordig staan we een krap half uur in de keuken. Maar inmiddels zijn we toe aan een snufje aandacht in onze kant-en-klaarcultuur.

Illustratie Lynne Brouwer

Twee tomaten, een minibloemkooltje, een rood pepertje, een rode ui, een pakje kokosmelk, een limoen en een zakje currypasta in een doos. „30 minuten bereidingstijd”, staat erop. Een half uurtje waarin je alleen maar hoeft te doen wat het recept op de doos voorschrijft. Rustig alle groenten snijden, bij elkaar in de pan gooien, beetje rijst erbij koken en hop, Indiase curry Madras. Je krijgt ongeveer de aanbevolen portie dagelijkse groente binnen, je gooit geen ongebruikte groente weg en de magnetron komt er niet aan te pas. Een schuldvrije maaltijd, en dat voor nog geen vijf euro.

Weinig maaltijden laten zo goed zien in welke tijd we leven als het verspakket. Albert Heijn kwam er in 2012 als eerste mee, maar inmiddels heeft elke supermarkt zijn eigen maaltijddozen met pompoensoep, couscous of Thaise curry. Zelfs pakjes-en-zakjesmerken Conimex, Unox en Knorr hebben nu bij Deen een huwelijk met verse groenten gesloten. Het werkt twee kanten op: de plichtsgetrouwe thuiskok die even geen inspiratie heeft kan zich er eens makkelijk vanaf maken. De luie (of drukke) kant-en-klaar-adept kan met minimale inspanning ook eens scoren met een ‘zelfgemaakte’ lasagne.

En samen zitten ze precies in het hart van kokend Nederland. ‘Pak je gemak’, zet Jumbo op zijn pakketten. Gemak is voor Nederlanders niet: ’s middags op je werk warm lunchen en ’s avonds een broodje thuis, zoals in Duitsland of Frankrijk. Gemak is een verspakket.

Sommige Nederlanders maken paté van zelfgeschoten gans. Sommige Nederlanders eten elke dag patat kapsalon. Maar gemiddeld Nederland – weten ze bij Unilever, dat al decennia duizenden huishoudens ondervraagt – kookt zes, zeven dagen per week een maaltijd volgens diep ingebakken patronen. Dat zegt Iris Lebbink, marktonderzoeker van het levensmiddelenbedrijf.

Ze zat eens in een gezelschap Vlaamse en Nederlandse vrouwen. De Vlaamse vrouwen vertelden dat ze bouillon hadden getrokken en zalm in deegkorst uit de oven hadden gemaakt en Lebbink zag dat de Nederlandse vrouwen een beetje stilvielen. Nederlanders, weet Lebbink, willen makkelijk en lekker. Ze willen heus wel gezond, maar ook snel.

U wilt dat uw kinderen gezond eten, maar soms valt het niet mee. Worstelt u met (op)voeden? Waarover twijfelt u? NRC is benieuwd naar uw ervaringen.

„Het zit in de balans. Het begin van de week wat gezonder, gaandeweg wat makkelijker en vrijdag pizza of patat.” Zalm in deegkorst, daaraan verlekkeren we ons in kookboeken, op blogs en bij 24Kitchen. Maar zelf maken? De foodies, de vegans, de health freaks, ze vallen het meest op, maar ze bevinden zich aan de randen van het Nederlandse culinaire landschap. In het midden eten we nasi, soep met een broodje, stamppot boerenkool. Af en toe een dagje geen vlees. En het moet binnen een half uur op tafel staan.

In een handomdraai. Lekker. Snel

Dat onze grootmoeders in de jaren vijftig nog twee uur per dag in de keuken stonden – veel kinderen, geen staafmixer of magnetron – is te begrijpen. Die tijd is gestaag korter geworden. Opmerkelijk is wel dat we er ook de laatste twintig jaar nog elk jaar een minuut van afsnoepen. Van 38 minuten in 1997 naar 28 minuten in 2017, weet Rutger Anema, hoofdredacteur van het grootste kooktijdschrift van Nederland, Allerhande, van Albert Heijn (oplage 2 miljoen). En anders dan je zou verwachten, is dat in het weekend maar een paar minuten langer. Als ze bij Allerhande een nieuw recept testen, ligt er een stopwatch op het aanrecht. „Vijftien minuten moet echt vijftien minuten zijn. En niet, zoals bij Jamie, dan toch uitlopen naar een half uur. Dat vinden mensen niet leuk. Tijd is heel belangrijk.”

Jamie Oliver heeft met zijn 15 minutes-kookboek uit 2012 wel een nieuwe norm gebracht: koken in een kwartiertje moet kunnen. „Allerhande bracht altijd al snelle recepten, maar nu ligt er meer de nadruk op. Het staat ook vaker in koppen.” In een handomdraai. Lekker én snel. Makkelijke maaltijd.

Een kwartiertje. Je ziet je grootmoeder nog zitten in haar stoel. Pannetje op schoot, boontjes doppen, aardappels schillen. Alleen dat al duurde zo een half uur. En dan moest ze nog beginnen met de dubbelgepaneerde schnitzels en de griesmeelpudding voor toe. Allerhandes ‘spelt met tuinbonen, boerenkool, rookvlees en ei’ krijgen een kwartiertje. Wat zegt dat over ons leven? Hebben we dan nergens meer aandacht voor? Heeft mindfulness ons niets geleerd? Laat het de geestelijke armoede van onze tijd zien?

Zo somber kun je zijn. De boerenkool komt gesneden en gewassen uit een zak, de tuinbonen gedopt en wel uit de diepvries. Maar je grootmoeder had het als winst gezien: die haalde niet voor haar lol zelf de boerenkool van de koude aarde. Die had ook best op kantoor willen zitten, met verse koffie uit een automaat, en dan onderweg naar huis een versbox halen. Koken was heus haar hobby niet, en al helemaal niet zoals sommige mensen er nu over pochen als ze een paar keer per jaar wél de tijd nemen. („Een mooi stuk procureur met topinamboercrème.”) Voor haar was de macaroni van Honig een uitkomst.

Blikgroente. Snelkookpan. Magnetron

We koken steeds korter omdat het kán. Eerst met blikgroente, pakjes en zakjes, de snelkookpan en de magnetron, maar ook door een immer uitdijend aanbod voorgesneden groente en eenpansgerechten. Maakt dat de maaltijd minder belangrijk? De meeste dagen, weten ze bij Unilever en Albert Heijn, eten we aan tafel met onze huisgenoten, ook in drukke gezinnen waar gesport, vergaderd en gemantelzorgd wordt. Of misschien wel juist, want de rest van de dag is het ieder voor zich. Anema: „Zelfs op zondag zitten de meeste mensen niet met het bord op schoot.”

De meeste dagen eten we aan tafel met onze huisgenoten. Zelfs op zondag zitten de meeste mensen niet met het bord op schoot

Daarom ook verwacht Sarah Daniels, die aan de Vrije Universiteit in Brussel onderzoek deed naar gemaksvoeding, niet dat we de komende tien jaar nog eens tien minuten zullen inleveren. Convenience food is in Nederland nog meer doorgedrongen dan in België, zegt ze. „Maar alles wat tijd bespaart, geeft ook weer stress. Een magnetronmaaltijd benadrukt juist het opgejaagde gevoel. Veel mensen willen daarom de perceptie hebben zelf te koken – zelf snijden, een houten lepel vasthouden om te roerbakken, zoals bij zo’n verspakket. Dat is cultureel diep ingebakken: koken is zorgen voor je gezin, liefde en aandacht geven.”

Paradoxaal genoeg steekt de drukste groep – gezinnen met jonge kinderen – de meeste tijd in koken. Wie dat belangrijke moment afdoet met een kant-en-klaarmaaltijd, ook al is die net zo lekker en gezond, vóélt de afkeuring. Van de omgeving of van een inwendig stemmetje dat misschien nog wel sterker klinkt. „Voor de maaltijd moet je moeite doen, vinden vooral vrouwen en moeders.” Het sociale aspect valt weg als je alleen eet, daarom grijpen alleenstaanden vaker naar een stoombak of stazak. De zelfbereide maaltijd is het cement en het symbool van het gezinsleven, zoals Daniels het omschrijft.

Lees ook: Hoe (on)gezond zijn die magnetronmaaltijden?

Het grootste deel van het budget gaat nog steeds naar eten dat we zelf klaarmaken. Het verspakket laat zien hoe de pendule beweegt: we hadden kunnen doorslingeren naar pillen en poeders (nooit meer koken!), maar we bewegen eerder weer een beetje terug: een snufje slow in ons convenience food, het verspakket als de ultieme compromismaaltijd.

De tijd die je overhoudt door niet zelf te hoeven nadenken, verzamelen en wegen, blijft over voor dat ene moment op de dag dat je samen aan tafel doorbrengt. Alleen de afwas nog. Maar daarvan vindt gelukkig bijna niemand meer dat die ambachtelijk gesopt en handgedroogd moet zijn.

    • Martine Kamsma