Opinie

    • Arjen Fortuin

Een land naar keuze bombarderen

Zap In ‘Nicolaas op oorlogspad’ volgt Nicolaas Veul mensen die de Tweede Wereldoorlog naspelen. Tegenover de oorlog als hobby en spel plaatst Veul mensen die de horror echt hebben meegemaakt.

Nicolaas Veul maakt een foto in Nicolaas op oorlogspad (VPRO).

Ik moest donderdag ineens denken aan de geweldige Jiskefet-scène met de titel ‘Een land naar keuze bombarderen’. Dat kwam natuurlijk door de Trumptweets. Het NOS Journaal toonde kaartjes met mogelijke doelen tot aan het paleis van Assad toe, vliegbases, vliegdekschepen en onderzeeërs. Al dagen horen we tastende analyses over het morbide doet-hij-het-of-doet-hij-het-niet van Trump, Poetin en Assad. In het Witte Huis lijkt het permanent Jiskefet.

Maar niet alleen het nieuws deed mij aan Jiskefet denken. In ‘Een land naar keuze bombarderen’ geven de kandidaten opdracht tot een luchtaanval op een zelf te kiezen doel. (Dat wordt IJsland, maar dat doet nu minder ter zake.) Voor de bommen vliegen, wordt er ontspannen geïnformeerd of de kandidaat nog hobby’s heeft. Het antwoord: „Alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft.”

Precies zulk hobbyisme speelde een belangrijke rol in de eerste aflevering van Nicolaas op oorlogspad, een vierdelige VPRO-reeks waarin de dertiger Nicolaas Veul onder het motto ‘hoe kun je iets herdenken wat je niet hebt meegemaakt’ op zoek gaat naar manieren om te ervaren hoe de oorlog moet zijn geweest.

Het brengt hem in Normandië, waar jaarlijks honderden mannen samenkomen om zo precies mogelijk veldslagen uit 1944 na te spelen. Kosten noch moeite zijn gespaard bij het verzamelen van voertuigen en precies de juiste authentieke wapens.

Veul mag mee met een bataljon, op voorwaarde dat hij echt meespeelt. Dus wordt hij ‘oorlogscorrespondent’, al vloekt het Samsung-logo op de band van zijn fototoestel wel een beetje met de rest van de re-enactment. We zien de mannen rennen, horen de losse flodders en zien af en toe een soldaat kermend ter aarde storten.

De spelsoldaten spreken oprechte woorden over hun bewondering voor de echte strijders van weleer en over de kameraadschap die ze beleven in hun nepleger. „Al hebben we natuurlijk nooit onder vuur gelegen.” We horen ze „you fuckin’ look at me” schreeuwen tegen een verslagen ‘Duitser’; je zal trouwens maar steeds bij de Duitsers worden ingedeeld. Als Veul een groepsfoto maakt, zegt hij woordspelig ‘na-cheese’. Toen voelde ik me zeer ver van de oorlog verwijderd.

Na het Normandische slagveld volgde een veldslag in Wijchen, waar een groep gamers bijeen was gekomen om het tegen elkaar op te nemen in Call of Duty WII. Een jonge vrouw was blij dat ze bij de geallieerden zat en niet bij de nazi’s, „ook om het verhaal natuurlijk”. Een ander prees de authenticiteit van de wapens in het spel en de kapotte huizen. Hij kreeg „echt het gevoel van oorlog”. Dacht hij.

Nicolaas Veul over zijn programma: ‘Er zijn twee Tweede Wereldoorlogen’

Tegenover de oorlog als hobby en spel plaatste Veul mensen die wel wisten waar ze het over hadden, zoals een 101-jarige veteraan die al zeventig jaar voor elke herdenking een lijstje om zijn nek draagt met namen van gesneuvelde kameraden. Hij vertelde over gillende sergeanten, over psychoses. „Oorlog is een vloek op de dwaasheid van het menselijk geslacht en zijn onvermogen om in vrede te leven.”

“Ik draag de oorlog met mij mee als een horrorfilm”, verklaarde de oude man. De hobby van de een is de horror van de ander.

Bij Pauw keerden we terug naar de tweets van Trump, die weggelopen lijken uit een slechte re-enactment. Oud-commandant der strijdkrachten Peter van Uhm vergeleek de wereldleiders met opgeschoten jongens in een discotheek en waarschuwde voor roekeloosheid – ook hij heeft de horrorfilm gezien.

    • Arjen Fortuin