Opinie

    • Hubert Smeets

Een kleine boodschap kan zomaar leiden tot grote oorlog

Onze pluriforme democratie heeft te weinig lef een openlijke ideeënstrijd aan te gaan met de autoritaire aanvallen die haar bedreigen, weet Hubert Smeets.

Tafereel uit de Frans-Duitse oorlog van 1870. De Duitsers wonnen die strijd. Illustratie Brueck & Sohn, Kunstverlag, Meissen

De voormalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou maakte woensdag een groteske typefout. Michael McFaul (prominent Ruslandkundige) twitterde dat Donald Trump gelijk heeft als hij de gifgasaanval in Syrië beantwoordt. „But that response should include targeting of Russian soldiers or weapons”. Hij bedoelde: „…should NOT include….”. Een aanval op Russische troepen zou „krankzinnig” zijn, schreef McFaul er voor de zekerheid nog bij.

Als een tweet desondanks tot oorlog in het Midden-Oosten leidt, is het geen novum dat een nieuw communicatiemiddel een casus belli blijkt te leveren. De geschiedenis staat bol van kleine boodschappen met grote gevolgen. Denk aan het Emser telegram, dat in 1870 leidde tot de Duits-Franse oorlog.

Wie een bredere historische parallel zoekt met de hedendaagse sociale media, moet verder terug. Volgens journalist Anne Applebaum, bekend van een monumentaal boek over de Goelagarchipel en een recente studie over Stalins liquidatie van de Oekraïense boerenstand begin jaren dertig, lijkt onze tijd op de 16de eeuw.

Dankzij de boekdrukkunst werd de Bijbel een toegankelijker geschrift. Gelovigen konden ineens van gedachten wisselen over hét woord. Priesters en monniken verloren zo hun monopolie op de waarheid.

Deze zero-sum game heeft het hele Westen te danken aan Trump en Poetin

Vooruitgang, maar het leidde ook tot godsdienstoorlogen, die niet alleen over macht gingen, ook over religieuze principes, zoals bekend een onstuitbare en bloedige combinatie.

Een half millennium later geven Facebook en Twitter de wereldburger een nog individuelere stem om elkaar te manipuleren. De klassieke massamedia verliezen daarom, net als de kloosterordes toen, hun alleenvertoningsrecht.

Gevolg? Alle staatsinstellingen politiseren, aldus Applebaum in een lezing voor D66 eerder dit jaar.

Dat de naoorlogse politieke orde onder druk staat, is pijnlijk voor het establishment. Dat de objectievere instituties in de trias politica, van rechtelijke macht tot politie, ook wankelen, is pas echt zorgwekkend. Ook de staat dreigt zo een fictie te worden. De sociale media opereren immers in een ruimte zonder verantwoordelijkheid. Zie de onmacht van Mark Zuckerberg. Ook los van de Facebook-man zijn er amper fysieke grenzen voor de ‘trollenfabrieken’ en andere ‘vijfde colonnes’.

Tegelijkertijd moet de democratische overheid zich houden aan de eigen rechtsstatelijke principes. De strijd tegen robots of hoe al de hedendaagse francs-tireurs op het internet ook mogen heten, is volgens Applebaum een ‘oorlog zonder rules of engagement.’ Tegenover de ongrijpbare leugenaars op sociale media staat een democratische rechtsorde, die met ten minste één hand op de rug is gebonden.

Die ongelijkheid is geen technische maar een politieke kwestie. Precies in die spanning schuilt het probleem.

De liberale democratie is op de keper beschouwd huiverig voor te veel politiek. Begrijpelijk. De 20ste eeuw leert dat het concept ‘alles is politiek’ een voorbode kan zijn van een totalitaire maatschappij waarin de mens tot op de wc wordt gepolitiseerd. Maar de keerzijde is ook gevaarlijk. Onze pluriforme democratie blijkt nu te weinig lef te hebben om een openlijke ideeënstrijd aan te gaan met de autoritaire aanvallen die haar in de kern bedreigen. De pragmatische en dus onpolitieke aard van het liberaal democratische bouwwerk, in essentie een sterk punt, is nu ineens een zwakte geworden in de zero-sum game waarin het hele Westen dankzij Trump en Poetin verzeild is geraakt.

Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
    • Hubert Smeets