Recensie

Een fysicus gaat op zoek naar toeval

Boekrecensie

De wetenschap is doordrenkt van determinisme. Maar is er plek voor het toeval? Fysicus Klaas Landsman raast in zijn boek razendsnel langs de willekeur.

Tesla Roadster in ruimte na lancering door de Falcon Heavy Foto EPA/SpaceX

Klaas Landsman heeft een brein als een Ferrari. Dat moet wel. Hoogleraar mathematische fysica is hij, in Nijmegen, en een geregeld bezoeker van de beroemde universiteit van Cambridge. Het blijkt bovendien uit zijn nieuwste boek Naar alle onwaarschijnlijkheid dat losjes voortkomt uit een project over toeval.

Een makkelijk vraag is het niet: die naar toeval in de wetenschap en filosofie. Is in de kosmos, die zo mooi beschreven wordt met Einsteins algemene relativiteitstheorie, wel ruimte voor gebeurtenissen die zómaar optreden, zonder dat er een keten van oorzaak en gevolg aan vooraf ging? Zitten er in het weefsel van de ruimtetijd kieren die het onvoorspelbare, het grillige doorlaten?

Bijna altijd is dát wat wij als mensen denken wanneer er iets volkomen onverwachts gebeurt: een wonder! Een bizarre samenloop! Maar het raadselachtige blijkt meestal zo weer weg te poetsen. Natuurlijk voelen we ons uitverkoren als we de loterij winnen (wat we zelden doen uiteraard), maar hé, bekijk je het grotere geheel, dan is wel duidelijk dat iemand dat moest doen. En zo is het met ellende ook: hadden we alles kunnen weten, elk detail dat telt, dan hadden we kunnen zien dat ook die gewoon uit het voorgaande vloeit.

Spinoza

De moderne wetenschap is doordrenkt van dat idee van determinisme. Spinoza was het toen hij schreef dat ‘alles uit een eeuwige noodzaak en hoogst mogelijke volmaaktheid van de natuur voorkomt’; Einstein toen hij quantumfysicus Niels Bohr meldde ervan overtuigd te zijn dat ‘Hij niet dobbelt.’

Landsman scheurt als in een formule-1-wagen langs zulke discussies. Heeft de quantummechanica wél willekeur in de wereld gebracht? Op het kleinste niveau lijken gebeurtenissen lukraak uit te vallen: nu eens zus en dan eens zo, en wat maakt het ook uit als op meer alledaagse schalen de details wegvallen en enkel de grote, gemiddelde eigenschappen tellen? Of is die bij fysici populaire interpretatie te pragmatisch, te kort door de bocht?

Op het brein, vermoedt Landsman, hebben quantumfluctuaties geen effect. De neuronen werken klassiek, vermoedt hij, en zo belanden we bij de vraag naar de vrije wil. Als alles vastligt bestaat die niet. Maar als de vrije wil zich niet op het voorgaande kan baseren en kiest als in een roulette, dan is ‘vrij’ toch ook een leeg begrip? Volmondig parafraseert Landsman Schopenhauer die beredeneerde dat je zo nooit ‘kan willen wat je wilt’. Om even later toch de deur op een kiertje te zetten voor iets dat in speciale omstandigheden (de keuze tussen twee mogelijkheden als een dubbeltje op zijn kant) voor afgezwakte vrije wil zou kunnen doorgaan.

De lezer blijft af en toe licht knock-out achter. Het komt door de vaart. Je wilt nog wat doorborduren op de ene metafoor, en Landsman is al drie metaforen verder: jij dwaalt nog in een winkel met jassen in alle maten als metafoor voor het multiversum, terwijl Landsman al lang en breed weer in een sportschool zit, metaforisch gezien dan.

Samen met de montere toon maakt dat Landsmans boek behalve prikkelend, rijk en heel knap, soms ook ergerlijk. Rem even af, denk je dan. En: kijk wat langer rond. Want: als we de blik enkel richten op de snelle bochten in het natuurwetenschappelijk circuit, zien we dan niet te veel over het hoofd?