Opinie

Doodzonde van officier móét gevolgen hebben

Een officier van justitie die liegt, zoals in de Assense zaak, ondergraaft in feite ons hele strafrechtssysteem, schrijft .

Foto Catrinus van der Veen/ANP

Een officier van justitie kreeg vorige week van klits-klets-klander op haar donder van de rechtbank in Assen . Zij had politiemensen in een doodslagzaak gedwongen om een proces verbaal van een verhoor van een getuige op te maken dat op alle belangrijke punten vals was. De rechtbank liet de verdachte daarom vrijuit gaan. In de Nederlandse verhoudingen is dat een stevige oorwassing van het Openbaar Ministerie.

Een officier van justitie die liegt vormt een groot probleem. Het Nederlandse strafproces is in overwegende mate gebaseerd op schriftelijke stukken, het dossier waarin alle processen-verbaal van de politie zijn opgenomen. De officier van justitie is verantwoordelijk voor de integriteit en de compleetheid van dat dossier. De rechter en de verdediging varen daarop doorgaans blind. Dat kan alleen maar als de officier van justitie ook blindelings kan worden vertrouwd.

Een officier van justitie die liegt, zoals in de Assense zaak, ondergraaft in feite het gehele systeem van het strafrecht. Als officieren van justitie niet altijd kunnen worden vertrouwd, moeten zij altijd worden gewantrouwd. De remedie zou in de concrete strafzaak moeten zijn dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat is bij Nederlandse rechters niet de gewoonte. Het komt soms – of met enige regelmaat, we weten het niet – voor dat een advocaat met veel moeite ontdekt dat er een vals proces-verbaal in het dossier zit. Rechters concluderen dan dat die vormfout van het OM is gecompenseerd, want door de advocaat opgelost, en dat er dus geen probleem meer is. Dat overwoog de rechtbank in Assen ook even. De verdediging had de betreffende getuige en de politiemensen mogen ondervragen, dus er ‘heeft compensatie plaatsgevonden voor de geleden schade’. En daarmee eindigt in vrijwel elke vergelijkbare zaak zo’n affaire voor het OM.

Een premie op liegen

Rechters kijken niet verder dan die ene zaak en realiseren zich kennelijk niet dat het een premie zet op liegen door het OM. De praktijk is nu: als je wordt gesnapt, dan ben je alleen maar een bewijsmiddel kwijt. De kans om gesnapt te worden is, gezien de beperkte middelen die de verdediging in Nederland heeft, echter niet groot. Dat kan alleen worden verholpen als rechters altijd bij het ontdekken van een ‘leugen-vormverzuim’ het OM niet-ontvankelijk verklaren. Anders is het rendabel om te liegen.

De officier van justitie in Assen heeft haar ambtseed geschonden. De vraag doet zich voor welke consequentie dat voor haar zou moeten hebben. Daarop kan geen eenvoudig antwoord worden gegeven. Officieren van justitie staan aan het front van de criminaliteitsbestrijding. Dat vergt dat men onderling een grote mate van solidariteit en steun moet ervaren om het af en toe bijzonder zware beroep te kunnen uitoefenen. En ook van de leiding van het OM moet men steun ervaren. Als men elk personeelslid op elke misstap zou afrekenen, zou het gehele huis van de criminaliteitsbestrijding in elkaar zakken.

Zo liet een officier van justitie op slechte gronden Transavia-piloot Julio Poch aan Argentinië uitleveren waar hij acht jaar in voorarrest zou zitten voordat hij werd vrijgesproken. Over die officier van justitie wordt gezegd dat hij zou moeten worden ontslagen. Dat lijkt mij onterecht. Iedereen maakt fouten en iedereen moet ook fouten mogen maken. Dat geldt zeker voor een functionaris die voortdurend moeilijke beslissingen moet nemen. Als er dan geen fouten mogen worden gemaakt, leidt dat alleen maar tot krampachtig en ineffectief functioneren.

Jokkende officier is bevorderd

Verkeerd beoordelen van een zaak als die van Julio Poch is iets anders dan ronduit liegen. De officier die dat laatste naar het oordeel van de rechtbank deed, is nog steeds in functie. Sterker: zij is bevorderd tot advocaat-generaal bij het Gerechtshof Leeuwarden. Vanuit rechtsstatelijk oogpunt zou dat categorisch moeten worden afgewezen. Als op liegen tegen de rechter niet altijd een sanctie volgt, heeft dat op de lange termijn desastreuze gevolgen voor het functioneren van het strafrecht. Dossiers worden suspect, processen-verbaal kunnen we niet meer vertrouwen, de verdediging krijgt ruim baan om bij alles twijfel te zaaien en rechters moeten in toenemende mate op drijfzand of vermeend drijfzand hun beslissingen baseren. Liegen tegen de rechter is voor een officier van justitie een rechtsstatelijke doodzonde waarop altijd een gepaste reactie nodig is. Het ligt voor de hand dat dat ontslag inhoudt, maar dat is niet in elk geval vereist. Er zou echter altijd een publieke reactie van het college van procureurs-generaal moeten volgen waarin wordt benadrukt dat liegen niet mag. In deze zaak is het wel erg stil gebleven.