De zwerftocht van Naya de wolf: een reisdagboek

De afgelopen maanden zijn er herhaaldelijk wolven gezien in Nederland. Waarom zijn het er opeens zoveel? Waar komen ze vandaan, waar gaan ze naartoe?

Freek Schravesande en Gemma Venhuizen reisden de afgelopen weken in de voetsporen van wolvin Naya, die eind vorig jaar via Overijssel ons land binnenkwam.

De wolvin Naya kreeg in Duitsland onder verdoving een GPS-zender om. Foto Stier & Meissner-Hylanova

Op 19 december 2017 kreeg ecoloog Hugh Jansman van Wageningen Environmental Research een telefoontje van zijn Duitse collega Norman Stier, werkzaam bij de Technische Universiteit Dresden. Dat er daags tevoren een gezenderde wolvin uit Stiers onderzoek de grens met Nederland was overgestoken: Naya, geboren in 2016 op een militair oefenterrein in het Duitse Mecklenburg-Vorpommern. Geschat gewicht: 40 kilo. Dankzij de GPS-signalen van haar halsband was haar route nauwkeurig na te gaan.

Later dit jaar hoopt Jansman Naya’s tocht in detail te analyseren, om inzicht te krijgen in haar activiteiten van uur tot uur. Maar de grote lijnen van het verhaal kan hij nu al vertellen. Waarom Naya bijvoorbeeld van alle mogelijke plekken om te gaan wonen net het Belgische militaire terrein in Leopoldsburg uitkoos. Daar zit ze nu al zo’n drie maanden.

Jansman: „Er is natuur en vreten zat in ons land, dat is het probleem niet. Maar in de ecologie is imprinting heel belangrijk. En dus is het logisch dat wolven die een eigen roedel willen stichten op zoek gaan naar een terrein dat herinnert aan hun eigen jeugd.”

De route van wolvin Naya. NRC

Dat een jonge wolvin de roedel waarin ze is geboren verlaat, is niet verwonderlijk. Jansman: „In de roedel paart in principe alleen het alfavrouwtje met het alfamannetje. De andere wolvinnen hebben vaak een verzorgende rol, of helpen bij de jacht. Dus om een eigen roedel te beginnen, moest ze wegtrekken van de groep.”

Op dit moment zijn er nog zo weinig wolven in België en Nederland dat Naya de luxe had de perfecte spot uit te kiezen, aldus Jansman. In ons land is er nog geen enkele ‘vaste’ wolf. „Maar als de dichtheden hoger worden, dan zullen wolven ook genoegen moeten nemen met een tweede of derde keus. In cultuurgebied wellicht, dichter bij de mensen. Zover is het nog lang niet – dan ben je wel een paar generaties verder.”

Een pootafdruk van een wolf. Foto Hugh Jansman

Dat er opeens zoveel wolven in ons land worden gesignaleerd (zeker vier betrouwbare waarnemingen vorig jaar, en al meer dan tien waarnemingen dit jaar) heeft te maken met de uitdijende wolvenpopulatie in Duitsland. „Daar is het aantal wolvenroedels binnen zo’n twintig jaar toegenomen van 1 tot 74. De meeste toppredatoren, zoals zeearenden, planten zich langzaam voort: ze doen er soms wel vijf jaar over om volwassen te worden, en krijgen dan twee of drie jongen. Wolven zijn na twee jaar al geslachtsrijp, en ze kunnen per worp vijf tot acht jongen krijgen.”

Begin maart werd er een mannetjeswolf gesignaleerd in België, niet ver van waar Naya zich bevond. Maar de twee hebben elkaar vermoedelijk nooit ontmoet: het mannetje werd doodgereden. Een voortijdig gesneuvelde liefde? Het zou kunnen, zegt Jansman, maar zeker is het niet. „Als je een mannelijke en vrouwelijke wolf bij elkaar zet, zullen ze zich niet per se voortplanten. Er moet een klik zijn, hun karakter moet matchen.”

Voor een bezoekende wolf zal het in ieder geval niet moeilijk zijn om Naya op te sporen. „Nu ze haar verblijfplaats eenmaal gekozen heeft, is ze druk bezig met het afbakenen van haar territorium: ze poept en plast midden op de kruisingen van zandwegen, zodat haar sporen duidelijk vindbaar zijn voor soortgenoten.”

Het geurspoor van een wolf blijft gemiddeld twee tot drie weken ‘actief’, onder meer afhankelijk van de hoeveelheid regen. Het is dus niet zo dat wolven uit Duitsland nog steeds het spoor dat Naya door Nederland aflegde kunnen volgen.

Jansman: „Wie weet duurt het nog jaren tot ze een partner vindt. Haar vader was ook lang alleen voor hij zijn roedel stichtte. Het is een kwestie van geduld hebben.”

  • 18 december 2017. Locatie: langs de L43

    Gemma Venhuizen en Freek Schravesande maakten deze foto’s op de route van wolvin Naya. Gemma Venhuizen en Freek Schravesande

    ‘Mmmhh, lecker!’ staat er in grote letters op de luifel van Imbiss Pikkemaat. Maar de braadworstkraam, op een paar kilometer van de grens met Nederland, is gesloten. Vaag is de vetdamp nog te ruiken. Af en toe rijdt er een auto over de naastgelegen L43 – een weg om met groot licht te rijden, want straatverlichting ontbreekt. En de kans bestaat dat er uit het naastgelegen sparrenwoud opeens een hert of ree de weg oversteekt. Of een wolf.

    Alhoewel: een beetje wolf weet de wegen te mijden. Die sluipt in de schemering tussen de bomen door, over het met mos begroeide dode hout, langs de halfbevroren waterplassen en de rijen netjes gestapelde net gezaagde stammen.

    Her en der hebben de oude bomen het veld geruimd voor jonge exemplaren: Nordmann- of blauwsparren van nog geen halve meter hoog, netjes in het gelid. De kerstbomen van de toekomst.

  • 18 december 2017. Locatie: grens tussen Duitsland en Nederland


    Direct na het bord ‘Welkom in Nederland’ verandert het landschap. Geen hoog opgeschoten sparren meer, maar kale akkers en weiden. Her en der een bedrijventerrein. Een wolf die hier rondloopt heeft grotere kans gezien te worden dan in Duitsland. Maar wolven zijn vooral ’s nachts op pad, wanneer de meeste mensen slapen. Wie toch een wolf ziet in het halfduister, kan algauw denken: een hond.

    Wat rest zijn de wolvensporen. Die lijken niet op hondensporen. De pootafdruk lijkt weliswaar op die van een grote hond, maar een wolf loopt heel rechtlijnig, honden zigzaggen meer. En wolvenpoep lijkt niet op hondenpoep: de keutels bevatten meer haar en hebben een spits puntje, net als een vossendrol, maar dan groter. Een wolf eet zijn prooi vaak met huid en haar op. Een reeënschedel of konijnenbotten? De wolvenkaken malen alles met gemak fijn. Alleen schapenvacht is vaak te dik en te wollig om te verteren.

  • 18 december 2017. Locatie: Boswachterij Hardenberg


    Midden in de natuur ronkt de motor van een bladblazer. Een man met groene pet en shag in zijn borstzak verwijdert op de parkeerplaats grenzend aan de recreatieplas met verharde weg voor de mindervaliden keurig al het onwelgevallig groen. Uit zijn jeep galmt carnavalsmuziek.

    In Boswachterij Hardenberg komen ‘natuur en recreatie samen’, meldt de website. In Nederland komt altijd álles samen, daar moet de wolf maar aan wennen. Dit is haar eerste kennismaking met Nederlandse wildernis. Met exoten als mountainbikers en hardlopers en nordic walkers en vierpotigen aan de lijn – maar dan weer niet bij de speelvijver met bordje ‘verboden voor honden’.

    De bladblazer in het bos heet Ron. Hij is vrijwilliger van Staatsbosbeheer. Wild heb je hier best, zegt hij. Maar hij zou de wolf niet aanraden te blijven. „’s Avonds, als de boswachter weg is, schijnen hier stropers te komen. Die schieten vanuit hun auto op de reeën.”

  • 19 december 2017. Locatie: A28 bij De Wijk

    Bijna had de wolf de 4.000 hectare bereikt van het Dwingelderveld, het grootste aaneengesloten gebied natte heide van West-Europa. Dan had ze zich kunnen verlustigen aan liefst twee kuddes Drentse heideschapen.

    Maar er zat een weg dwars. Rijksweg A28. Ze botste erop tussen Meppel en Hoogeveen ter hoogte van De Wijk. Een dorp met een zwembad en een voetbalclub en een jaren-zeventig-woonwijk met carports. Of ze daar een wolf hebben gezien? Een bewoner voor zijn huis knikt. „Meneer Wolf.” Maar inmiddels is kapper Martin Wolf, een begrip in De Wijk, na een polsblessure, met zijn gelijknamige kapsalon (‘Veur echte Keerls’) vertrokken uit het dorp.

    De snelweg, afgescheiden door een metersbrede sloot, is vierbaans. Het verkeer raast er met 130 kilometer per uur overheen. „Vroeger was het alleen druk als verderop de TT in Assen werd verreden”, zegt de 82-jarige Aldert Oetsen turend naar de weg. Hij maakt een wandeling over een smal voetpad langs de weg. Oetsen kwam als kind al op dit pad, telkens zag hij er de weg breder worden. „Vroeger was dit weiland.”

    Oetsen wijst naar beneden. „Pas op voor de kak.” Het voetpad is een populair hondenuitlaatpad. De kleine hondjes vinden langs de snelweg lopen prima. Ze blijven keurig aangelijnd en vertrouwen op hun baas. Maar de grote jachthonden, zegt Oetsen, worden er onrustig van. „Die houden niet van de weg.”

    Vanaf dit punt trok de wolf alleen nog zuidelijk.

  • 23 december 2017. Locatie: Luttenberg


    „Er is wat aan de hand!” riep de boer van verderop toen hij aanklopte. „Er ligt een dood schaap in de wei! Aangevroten!” De 54-jarige Karla Schotman en haar broer gingen direct mee en troffen twee van hun schapen aan. Doodgebeten in de nek. Zomaar hier in Luttenberg, ‘de Parel van Salland’.

    „Dit is niet normaal”, zei haar broer direct. Hij informeerde de jagers van het dorp en die dachten meteen aan een wolf. Vanwege het type beet – een wolf eet alles met huid en haar op, maar wol lust-ie niet. Een wolvenexpert uit Wageningen nam weefsel af en bevestigde hun vermoedens. Intussen was er van hun kudde nóg een schaap doodgebeten. Karla Schotman wijst vanuit haar achtertuin naar het weiland honderd meter verder. „Dáár gebeurde het.”

    Sommigen van de schapen waren in hun kont gebeten, zegt Schotman. „Je zag de bloedsporen”. Ze heeft de schapen van haar broer, zo’n dertig stuks, nog nooit zó opgejaagd gezien. „Normaal staan ze bij elkaar te grazen op één plek. Nu liepen ze onrustig rond, verspreid over de hele wei.”

    Haar broer heeft toen alle schapen opgehaald en een paar dagen in de fruitgaard naast het woonhuis laten staan. Tussen de appel- en de perenbomen. „Dichtbij huis, dat gaf hen rust.”

    Haar broer is er nóg boos om. „Dat rotbeest valt schapen aan”, zei hij. „Míjn schapen.” Hij hoopt de schade – een schaap kost honderd euro – te kunnen verhalen. De wolf verstoort het natuurlijk evenwicht, vindt hij. Maar zus Karla Schotman denkt er anders over. „Wie was er hier nou eerder, de wolf of de mens? De wolf móést wel vertrekken, omdat wij alles cultiveren.”

  • 24 december 2017. Locatie: Sallandse Heuvelrug


    Boswachter Ine Nijveld hoorde pas een paar dagen later dat wolvin Naya in ‘haar’ gebied had rondgelopen. Wat haar betreft zijn wolven welkom op de Sallandse Heuvelrug. „Ik verwacht dat onze korhoenders ze te snel af zullen zijn, dat blijkt ook uit buitenlands onderzoek.” Er zijn nog maar enkele tientallen korhoenders in het gebied; precieze aantallen zijn lastig te noemen, omdat de hanen en hennen zich buiten de baltsperiode niet makkelijk laten zien. De vogels vallen soms ten prooi aan haviken en vossen, dus nog meer predatie is niet wenselijk. En mocht een wolf de Sallandse Heuvelrug uitkiezen voor een langer verblijf, dan ligt er (net als in andere natuurgebieden) al een speciaal wolvendraaiboek klaar, opgesteld door het Interprovinciaal Overleg, BIJ12/Faunafonds en het Ministerie van Economische Zaken. Daarin staat onder meer wat moet worden gedaan met ‘probleemwolven’, en wanneer schadevergoedingen worden verleend.

    Op een paar kilometer van het bezoekerscentrum ligt de schaapskooi. Binnen klinkt geblaat; het is nog te koud om de schapen en de vroeggeboren lammetjes naar buiten te laten. Bovendien zitten ze hier wel zo veilig, mocht er toch weer een wolf langskomen.

  • 28 december 2017. Locatie: Brug over de Rijn bij Emmerik

    Hoe steekt een wolf de Rijn over? Wolven zijn prima zwemmers – het Twentekanaal, even ten zuiden van de Sallandse Heuvelrug, zal Naya zonder problemen zijn overgestoken. Maar de Rijn ziet er veel imposanter uit. Gebruikte ze hier wellicht de brug bij Emmerik? Veilig onttrokken aan automobilistenogen door de betonblokken die de rijstrook van het fietspad scheiden.

  • 31 december 2017. Nationaal Park De Groote Peel


    Op oudjaarsdag organiseert Staatsbosbeheer traditiegetrouw een eindejaarswandeling in de Groote Peel, met een fles ‘peelneut’ waarmee de excursiegangers kunnen klinken op het nieuwe jaar. Ook zijn er regelmatig vollemaanwandelingen: onder leiding van een boswachter dwalen over de door de maan verlichte knuppelpaden. Plassen en putten herinneren in dit gebied aan de ooit bloeiende economie van de turf. Nu vind je er vleesetende zonnedauw en lavendelheide. Ook leven er reeën, woelratten, wezels, bunzings en wilde zwijnen. En kabouters met knalrode mutsjes, daar staat het bos vol mee. Maar van de wolf geen spoor. Alleen in het bezoekerscentrum, als knuffel.

  • 3 januari 2018. Locatie: Budel-Dorplein, vlak bij de Belgische grens


    Voor frituur Dorplein (ondertitel: ‘goeie friet’) draaien de gebraden haantjes onophoudelijk. De wolf heeft er vast likkebaardend naar gekeken. Maar nog veel méér lekkers had Naya kunnen vinden in de dierenwinkel even verderop. Hertenpoten à drie euro vijftig, vijfentwintig runderoren voor vijftien euro, hoefjes, achillespezen, konijnenoren met honingsmaak en zelfs hele schapenhoofden.

    „Goeie vitaminebommen”, zegt eigenaar Walter Sterk terwijl hij er eentje uit de vriezer haalt. „Vooral de hersenen.” Zijn winkel ligt vól met vers vlees. „Veel beter dan al die brokken.”

    Intussen toont zijn vrouw Karin op haar telefoon foto’s van hun eigen huisdieren. Wolfshonden – nakomelingen van een kruising tussen een hond en een wolf . „Loeien hetzelfde als een wolf.”

    Overeenkomsten met Naya zijn er wel meer. „Het gangwerk, die zwevende manier van lopen.” Karin scrollt door. „En kijk die blik! Die felle ogen, die felle uitdrukking! Dat masker!” In gedrag is de wolfshond, mits als pup gesocialiseerd, minder schuw. Maar het karakter komt erg met dat van een wolf overeen. Ze zijn slim en hebben álles in de gaten. „Ze lezen je gedrag.”

    Vlakbij het dorp zou Naya hebben gelopen. Misschien wel dóór de straat van hun dierenwinkel, langs de grote wolvenfoto’s die op de ramen prijken. Het logo van de winkel is een huilende wolf. Karin Sterk was de wolf graag tegengekomen. Dan had Naya haar met haar lichte felle ogen van een afstandje aangekeken en het hazenpad gekozen. Want wolven gaan, net als wolfshonden, de confrontatie liever uit de weg. „Agressief naar mensen zijn ze écht niet. Wie dat denkt heeft te veel Roodkapje gehoord.”

  • 15 januari 2018. Locatie: Militair oefenterrein Leopoldsburg, België

    Bordjes met doodshoofden markeren het militair oefenterrein net over de grens met België. Veilig gebied, moet de wolf hebben gedacht. Hier geen vrees voor auto’s, stropers of nordic walkers. Slechts dennenbos en spar. En periodiek een lichte kogelregen.

    Leopoldsburg lijkt het meest op het terrein in Duitsland, waar ze opgroeide. Ze herkent hier het zand, de militaire bandensporen, het gebrek aan menselijke geur. Hier kan ze eindelijk gebied markeren als háár gebied.

    Het oefenterrein staat als maquette te pronken in het naastgelegen museum. „Veertigduizend soldaten waren hier ooit gelegerd”, vertelt de Belgische opzichter met Frans accent. De kleine kalende man, handen in de zakken, schopte het in 36 jaar van soldaat tot onderofficier in het leger. Hij zat vooral op de tank. Als kanonnier, lader, chauffeur en later chef.

    En al die jaren heeft hij genoten van de rust en stilte op het oefenterrein. „Je weet toch dat er geen vijand is.” Dan lag hij met zijn verrekijker te observeren en zag hij herten, merels en konijnen.

    Maar dat de wolf juist dít oefenterrein heeft uitgekozen, snapt de opzichter niet. Haar Duitse geboorteterrein, waar hij als militair ook geregeld kwam, was nog véél uitgestrekter. „Daar mochten we vuren met de zwaarste munitie. 120 millimeter!” Op Leopoldsburg mag alleen geschoten worden met mitrailleurs. „Anders raken we de omliggende dorpen.”

  • Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over de reis van wolf Naya. U kunt zich ook abonneren via iTunes of Stitcher.