De twintiger van nu wil te veel

Ideaalbeeld Uit onderzoek blijkt dat de huidige generatie twintigers perfectionistischer is dan ooit. Waar komt die prestatiedruk toch vandaan?

Illustraties Roland Blokhuizen

Een uitgebreid cv, vier keer per week naar de sportschool, een bloeiend sociaal leven: de huidige generatie twintigers voelt een constante druk om aan hoge eisen te voldoen. Zij die verzuchten dat ze het zwaarder hebben dan vorige generaties twintigers lijken nu bovendien gelijk te krijgen: uit grootschalig Brits onderzoek blijkt dat hoogopgeleide twintigers van nu de meest perfectionistische generatie sinds de jaren tachtig vertegenwoordigen.

Gezondheidswetenschappers Thomas Curran van de Universiteit van Bath en Andrew Hill van York St. John University analyseerden data van ruim 41.000 Britse, Canadese en Amerikaanse hbo en wo-studenten van 1989 tot 2016. In de 164 studies waaruit de data kwamen, werd telkens gewerkt met dezelfde vragenlijst. Daarin gaven twintigers op een schaal van één tot zeven antwoord op stellingen over werkdruk, presteren op de toppen van je kunnen en de verwachtingen van anderen. Vervolgens werd er een onderscheid gemaakt tussen drie vormen van perfectionisme: de druk die twintigers zichzelf opleggen, de sociale druk die van buitenaf ervaren wordt en de druk die twintigers voelen wanneer ze zichzelf met leeftijdsgenoten vergelijken.

In vergelijking met de vier vorige generaties scoorde de meest recente generatie twintigers op alle vormen van perfectionisme hoger dan hun voorgangers. De studie, onlangs gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Psychological Bulletin, geeft daar een aantal cijfers bij: de druk die twintigers van nu zichzelf opleggen om het ‘uiterste’ te bereiken steeg met 10 procent ten opzichte van eerdere generaties. De sociale druk die ze voelen steeg met 33 procent en het gevoel anderen te moeten overvleugelen steeg met 16 procent.

Elkaar aftroeven

Jaap van der Stel, lector geestelijke gezondheid aan de Hogeschool Leiden, zegt niet verbaasd te zijn over de uitkomsten van het onderzoek. Een aantal maatschappelijke ontwikkelingen geeft hij daarvan de schuld: „Onze leefwereld wordt onder invloed van sociale media en globalisering steeds groter. De onderlinge concurrentie neemt toe, waardoor jonge mensen op weg naar een eerste baan het idee hebben elkaar continu af te moeten troeven.”

Maar de verwachtingen die hoogopgeleide twintigers van zichzelf en anderen hebben, zijn vaak helemaal niet zo reëel. „Juist omdat ze zo jong en onervaren zijn voelen ze zich nog niet in de positie om te zeggen dat iets te veel werk is”, zegt Van der Stel. „Ze zien mensen om zich heen die óók hard werken en nergens last van lijken te hebben, dus spiegelen ze zich daaraan.”

Zelf was Van der Stel twintiger in de jaren zeventig. „Een tijd waarin we naar mijn idee niet zó streng voor onszelf en de mensen om ons heen waren. Het gevoel dat er voor mij tien anderen klaar zouden staan had ik bijvoorbeeld nooit, terwijl dat nu een veel gehoorde klacht onder twintigers is.” Daar zou je de economische crisis van tien jaar geleden en de gevolgen ervan voor de arbeidsmarkt natuurlijk de schuld van kunnen geven. Maar aan de andere kant: de oliecrisis van de jaren zeventig en de ongekende werkloosheid in de jaren tachtig maakten de zoektocht naar een baan destijds ook niet al te gemakkelijk.

Toch is het gevoel dat de concurrentie onder hoogopgeleide twintigers is toegenomen ook weer niet helemaal onterecht, blijkt uit cijfers van de Vereniging van Universiteiten en Vereniging Hogescholen. Alleen al in het studiejaar 2017-2018 groeide het aantal studenten in het hoger onderwijs ten opzichte van een studiejaar eerder met 11 procent op de universiteiten en met 5,5 procent op de hogescholen. Samen hebben ze nu 729.700 ingeschreven studenten. Ter vergelijking: in 2009 stonden er 231.786 studenten aan de Nederlandse universiteiten ingeschreven en waren er 403.577 studenten die een hbo-studie volgden. Het aantal twintigers nam in de tussentijd niet exponentieel toe.

De twintigers van nu zijn dus hoger opgeleid. Bovendien weten steeds meer internationale studenten onze universiteiten te vinden. Volgens cijfers van de Vereniging van Universiteiten gaat dat in het huidige studiejaar om ruim 48.000 wo-studenten. In 2010 ging het nog om 23.000 universitaire studenten. „Dat maakt de wedloop om een stage, promotieplaats of baan alleen maar groter”, zegt Van der Stel. Terwijl universiteiten er intussen nogal happig op zijn internationale studenten aan te nemen. „Ze krijgen er extra financiering voor.”

Ook wetenschapper Curran benadrukt de rol van universiteiten in het toegenomen perfectionisme onder hoogopgeleide twintigers. Volgens hem moedigen zij de competitie tussen studenten aan en willen ze een meritocratie aanjagen, waarin iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen sociaal-economische positie. Van der Stel stelt dat de cultuur in Nederland nog altijd anders is dan die in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar de nadruk altijd al meer op maakbaarheid lag. „Maar ook Nederlandse universiteiten zijn in toenemende mate gericht op presteren”, in plaats van op leren. „En dat is een zorgwekkende ontwikkeling.”

Depressie en angst

Claudia van der Heijde, onderzoeker bij de Studentenartsen van de Universiteit van Amsterdam, erkent dat het huidige onderwijssysteem en de universiteiten in het bijzonder, steeds meer gericht zijn op maakbaarheid. „En als alles maakbaar is, komt de verantwoordelijkheid voor succes volledig bij jou te liggen.” Zo worden studenten tegenwoordig sneller afgerekend op hun resultaten, door middel van een negatief bindend studieadvies bijvoorbeeld. „Ook besteden universiteiten steeds meer aandacht aan de manier waarop studenten hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen vergroten. Ze geven tips om extra vaardigheden op te doen naast de studie en om het cv uit te breiden. Daarmee werk je perfectionisme wel in de hand.”

Aan de hand van onderzoeken onder studenten houdt Van der Heijde zich binnen de Universiteit van Amsterdam bezig met het ontwikkelen van online diensten voor studenten. „Zo bleek uit onderzoek dat behoorlijk wat studenten tijdens hun studie last hebben van psychische klachten, maar het moeilijk vinden de stap naar hulpverlening te zetten.”

Van der Heijde ontwikkelde daarom samen met collega’s een gezondheidstest voor studenten. Aan de hand van vragen over psychische gezondheidsproblemen als depressie en angst, maar bijvoorbeeld ook over drank- en drugsgebruik, kan een student zien hoe hij het ‘doet’ ten opzichte van andere studenten die de test invulden. „Op die manier proberen we statistisch inzicht te geven in sociale normen. Veel studenten zullen bijvoorbeeld het idee hebben dat anderen nergens last van hebben en alleen zijzelf angsten voelen. Op het moment dat ze zien dat ze niet zo ver van het gemiddelde liggen, kan dat helpen.”

Volgens Van der Stel is het inderdaad belangrijk dat twintigers geholpen worden hun bevindingen aan de realiteit te toetsen. „Het gras is altijd groener aan de overkant, en daar kun je jezelf een behoorlijk minderwaardigheidscomplex mee aanpraten. Het is dan goed om te zien dat je eigen ideeën best ver af kunnen staan van de werkelijkheid.”

De perfectionistische studenten ziet Van der Heijde vaak. „En ook zeker meer dan eerder. Een bestuursjaar is al niet meer genoeg, want dat doet iedereen. Een master idem dito, dus doen studenten twéé masters. Alles om maar het beste jongetje van de klas te zijn, waarbij ze de eigen grenzen niet meer lijken te accepteren.”

Wat ís een burn-out eigenlijk precies? We beantwoorden zes vragen over het fenomeen.

Van der Stel benadrukt overigens dat er niets mis is met streven naar het ‘allerbeste’. „Maar het moet niet zo zijn dat mensen eronder lijden.” Er is volgens hem een groot verschil tussen perfectionisme en ambitie. „Wie doorslaat en eisen aan zichzelf stelt waar hij niet aan kan voldoen, kan te maken krijgen met psychische klachten als stress, depressie of een burn-out.”

Burn-outklachten

De ervaring is bovendien dat het perfectionisme niet stopt op het moment dat de studie is afgerond. Integendeel: op de arbeidsmarkt is het helemaal ieder voor zich. Dat vraagt veel van jonge mensen: volgens cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en het CBS onder ruim 46.000 werkende Nederlanders had 16 procent van de mannen en 18,3 procent van de vrouwen tussen de 25 en 35 jaar oud in 2016 last van burn-outklachten. Het Nationaal Salaris Onderzoek van de universiteit Nyenrode wijst uit dat de kans op burn-outklachten voor mensen onder de 36 jaar groter is dan mensen uit andere leeftijdsgroepen.

Dat veel mensen niet weten dat perfectionisme werkstress in de hand werkt, noemt Van der Stel een groot probleem. „Vaak wordt er met bewondering over mensen gesproken die de langste dagen op kantoor maken. Daardoor houden we de onrust met z’n allen in stand.”