Opinie

Dank Antjie Krog, voor het Afrikaans

Zuid-Afrika

Nederlands- en Afrikaanssprekenden komen er steeds vaker achter dat ze met elkaar kunnen praten, schrijven en .

Antjie Krog tijdens een loflied aan de Vlaamse schrijver Tom Lanoye die de Constantijn Huygens-prijs kreeguitgereikt voor zijn gehele oeuvre tijdens het Schrijversfeest. Foto Jerry Lampen/ANP

Op donderdag 19 april krijgt de Zuid-Afrikaanse schrijfster Antjie Krog de Gouden Ganzenveer. Een prestigieuze erkenning van haar schrijverschap. Academie De Gouden Ganzenveer eert de Zuid-Afrikaanse schrijfster als een „bijzondere en veelzijdige dichteres, als een uitzonderlijk integer schrijfster en journaliste en als een begenadigd performer van haar eigen werk”. Met de prijs wordt niet alleen het schrijverschap van Krog gelauwerd. Ook wordt er, weliswaar impliciet, aandacht gevraagd voor de taal waarin zij de meeste van haar gedichten heeft geschreven: het Afrikaans. Daarom is Krogs prijs ook een erkenning van het Afrikaans als (literaire) taal.

De toekenning van de Gouden Ganzenveer aan Krog voegt een heel andere dimensie toe aan het huidige taaldebat in Zuid-Afrika. Dat debat woedt hevig in Zuid-Afrikaanse media. De toonzetting is tamelijk eenzijdig: de positie van het Afrikaans wordt vooral beschreven in nostalgische termen van verlies en teloorgang. Krog slaat een andere toon aan. Niet de bedreigde positie van het Afrikaans, maar de culturele complexiteit klinkt door in haar bijdragen aan het debat.

Lees ook: Gouden Ganzeveer voor Antjie Krog

Krog beschouwt het Afrikaans als één van de elf officiële talen in Zuid-Afrika. Voor haar zijn de historische, economische en culturele banden tussen verschillende groepen mensen het vertrekpunt van kritische reflectie. Een jaar geleden verwoordde de dichteres het zo in het programma Buitenhof:

Afrikaners en wit mense het baie geleer by Nederland gedurende apartheid. En dit is die non-diskriminasie, om nie te diskrimineer nie. Dat alle mense mense is, dat alle mense gelyk is en regte het. Maar ek dink waar ons nou voor is, is dat ons geforseer is om te lewe saam met ’n verskeidenheid van ander groeperinge. Met ander waardes, ander godsdienste, ander tale, ander kleure. Dis nie nou net meer swart en wit nie, dis ’n mengelmoes. En om daarin gelukkig te wees, om daarin ’n geweldige energie te put, om so vermeng te wees. En miskien, hoop ek, as alles goed gaan, en ons deurmodder, dat ons eintlik ook ’n voorbeeld kan word van waar dit kan gebeur.”

Sentimenteel beeld

In Nederland blijft de aandacht voor het Afrikaans vooral beperkt tot literaire kringen. Daardoor overheerst een sentimenteel beeld van de taal. Daarnaast heeft de taal last van een ander hardnekkig vooroordeel: Afrikaans is de taal van de Apartheid. Dat het Afrikaans voor een meerderheid van niet-witte sprekers hun moedertaal is, (bijna zeven miljoen ‘witte’, ‘bruine’ en ‘zwarte’ mensen spreken de taal dagelijks) is nauwelijks bekend – al helemaal niet in Nederland.

De talige producties van schrijvers en andere kunstenaars laten iets heel anders zien dan een wit, besmet, kindertaaltje. De poëtische taal van dichters als Ingrid Jonker, Elisabeth Eybers, Breyten Breytenbach en Ronelda Kamfer; de aangrijpende romans van Etienne van Heerden, Marlene van Niekerk, Deon Meyer; de enerverende taalacrobatiek van hiphopartiesten als Jitsvinger en Hemelbesem krijgen in Zuid-Afrika én daarbuiten erkenning.

De huidige taalsituatie in Zuid-Afrika is ingewikkeld. Het Afrikaans draagt het odium van Apartheid met zich mee, dat is te zien aan de relatief sterke positie van het Afrikaans. Maar de Afrikaanse taal staat wel degelijk onder druk, vooral als het gaat om haar positie als onderwijstaal op universiteiten.

Writers Unlimited

Er is gelukkig ook veel positieve aandacht voor het Afrikaans. Afrikaanse literatuur wordt (mondjesmaat, dat wel) vertaald in onder meer het Duits, Engels, Frans, Japans, Nederlands. Op bijeenkomsten als Writers Unlimited/Winternachten in Den Haag en Thinking Planet in Tilburg komen Afrikaanse schrijvers en buitenlandse collega’s samen. Ook tussen Nederlands- en Afrikaanssprekenden is een vruchtbare samenwerking tot stand gekomen. Antjie Krog en Tom Lanoye werken al jaren samen aan verschillende literaire projecten, Kluun en Deon Meyer namen onlangs hun schrijverschap voor een Zuid-Afrikaanse publiek onder de loep. Op een website als Voertaal, die zich richt tot alle Nederlands- en Afrikaans-sprekenden in Vlaanderen, Nederland, Zuid-Afrika en Suriname staan de teksten in het Nederlands en Afrikaans naast elkaar.

Goede wil

Dit alles leidt er toe dat, ondanks vermeende taal- en cultuurgrenzen, ervaringen worden gedeeld, perspectieven worden uitgewisseld en gemene delers omtrent migratie, armoede en diversiteit worden ontdekt.

Nederlands- en Afrikaanssprekenden komen er steeds vaker achter dat ze met elkaar kunnen praten. Dat is niet zo verwonderlijk; met een beetje goede wil kan een Nederlander Afrikaans lezen, en een Afrikaanssprekende Nederlands. Het Nederlands en Afrikaans zijn twee verschillende talen, maar ze hebben historisch veel met elkaar gemeen. Het Afrikaans biedt een poort tot een nieuwe wereld voor Nederlandssprekenden – zij dienen zich daar wel voor open te stellen. Diversiteit en culturele verschillen zijn al heel lang een gegeven. In een tijd waarin identiteit en diversiteit centraal staan in het Nederlandse publieke debat, valt daar veel van op te steken. Mede daarom verdient het Afrikaanse taal onze aandacht.