Dagboek van iemand zonder haast: ‘Mijn kinderen hebben geen haast, dus ik ook niet’

Ingeborg Halfmouw (36) voelt zich helemaal niet opgejaagd. Ondanks haar drukke baan en zorgtaken.

‘Ik vind dat we in een gehaaste maatschappij leven”, zegt Ingeborg Halfmouw (36) uit Voorschoten. „Neem die vinkjes bij WhatsApp. Als ik binnen een uur niet heb geantwoord, krijg ik nóg een app met de vraag of ik het berichtje heb gezien. Ik heb die vinkjes uitgezet.” Halfmouw is GZ-psycholoog (in een maatschap met drie anderen), is getrouwd en heeft drie kinderen (3, 5 en 8). Ze werkt 32 tot 40 uur per week. Haar man heeft ook een drukke baan, een eigen aannemersbedrijf. Zij doet vrijwel alle zorgtaken: het ochtendritueel, de boodschappen, koken, kinderen brengen naar en halen van school en naar judo en tennis. Ze heeft geen last van haastgevoelens, voelt zich zelden opgejaagd.

Hoe ziet uw werkweek eruit?

„Op maandag, dinsdag en donderdag ben ik op de praktijk en heb ik van 9.15 uur tot 15.00 uur aan één stuk door cliënten, elke afspraak duurt 45 minuten. Ik woon op 15 minuten fietsen van de praktijk. Om 15.30 uur haal ik de oudste twee uit school, breng ze naar sport of neem vriendjes mee naar huis om te spelen. Dan koken, eten, spelen, voorlezen. Rond half acht breng ik de kinderen naar bed. Doordeweeks klap ik elke avond om 20 uur mijn laptop open om gespreksverslagen te maken en de administratie te doen. Daar ben ik meestal tot 23 of 23.30 uur mee bezig. En eens in de twee weken vergader ik in de avond met mijn collega’s van de maatschap.”

Vindt u het moeilijk om werk en privé te scheiden?

„Ik heb bewust twee telefoons. Na een werkdag gaat mijn werktelefoon in een laatje, op stil. Ik had eerst één telefoon, maar dat was niet fijn. Zodra je een mail hebt gelezen, zit je ermee. Als ik op het strand ben of op de kinderboerderij, wil ik niet denken aan ‘Mevrouw Janssen’.

Als ik een gevoel van haast voel opkomen, ga ik rationaliseren

Ingeborg Halfmouw

„Natuurlijk popt een cliënt buiten werktijd weleens op in mijn gedachten, dat kan ik niet uitschakelen. Ik bespreek de hele dag ernstige kwesties; mensen zijn depressief, soms suïcidaal, kinderen met thuissituaties die niet rooskleurig zijn. Natuurlijk zijn er verhalen die me raken. Terwijl ik met mijn dochter een puzzel leg, denk ik: heb ik het goed gedaan? Moet ik doorverwijzen? Maar daar krijg ik geen stress van. Door mijn werk besef ik ook hoe goed wij het hebben.”

Voelt u zich thuis weleens opgejaagd?

„Thuis gelden mijn eigen regels. We eten om zes uur, maar als dat niet lukt is zeven uur ook goed; ik hoef aan niemand verantwoording af te leggen. En mocht ik het een keer niet redden om een warme maaltijd te koken, dan eten we toch brood? Daar wordt geen mens slechter van. Dit soort gedachtes helpen me. Wat ook helpt: niet mijn eigen tempo volgen en de kinderen daarin meesleuren, maar meer hun tempo aanhouden. Kinderen hebben geen haast.”

Vindt u dat we gehaaster zijn?

„Ja. Dat komt niet alleen door werk, maar ook door vrienden. Ik merk dat iedereen verwacht dat je altijd online bent en snel reageert. Je hebt een mobiel, dus dan ben je toch continu bereikbaar? Mensen vinden mij slecht bereikbaar. Ik neem mijn telefoon niet mee naar de supermarkt, ik ga daar niet bellen terwijl ik boodschappen doe. Dat is een soort zelfbescherming; ik wíl niet meegaan in het continue gehaast. Als ik geen telefoon bij me heb, kan ik me makkelijker overgeven aan de situatie zoals die op dat moment is. Doordat er minder prikkels zijn, ben ik ervan overtuigd dat je meer en bewuster kunt genieten van de dingen om je heen.

„Er is een soort constante druk dat dingen binnen een bepaalde tijd geregeld moeten zijn. Tweeverdieners met kinderen op school, sport en partijtjes: onze levens zitten te vol. Zolang het goed gaat, is het te doen, maar als iets nét anders loopt dan gepland – oma is ziek of de voetbaltraining loopt uit – dan valt het hele kaartenhuis in elkaar.

„Door onze werkkeuze en tijdsindeling hebben we ervoor gezorgd dat als er een knelpunt is, wij dit kunnen opvangen. Wij hebben geen opa’s en oma’s die brengen en halen, ik hoef weinig een beroep te doen op andere mensen. Wat ook goed werkt is de dagen niet volplannen. Als er dan één kind ziek is, lukken allerlei dingen niet meer. En keuzes maken: ik ga niet meer naar drie kinderverjaardagen op een zaterdag. Ik beloof niet meer dat ik overal ben.”

Voelt u zich weleens opgejaagd door anderen?

„Als je een kind krijgt, zijn er lijsten met alles wat je in huis moet hebben. Toen ik zwanger was van de derde, dacht ik: ik heb een wieg en luiers, dus het komt goed. Anderen hadden die lijst wel bestudeerd en iemand bleef maar zeggen dat ik meer theedoeken in huis moest hebben. ‘In je kraamtijd zitten die de hele tijd in de was’ en ‘Wat zal de kraamhulp wel niet denken?’ Ik dacht: jeetje, laat me. Er zijn overal winkels, als het nodig blijkt te zijn, heb ik het zo in huis.

Mensen vinden mij slecht bereikbaar, maar ik ga gewoon niet bellen in de supermarkt als ik boodschappen doe

Ingeborg Halfmouw

„Ik heb ook geen tas vol met rompers, melk, ligakoeken, extra kleding en een regenjas als ik met de kinderen naar buiten ga. Ik kan zo gaan wandelen en een uur later bedenken dat ik geen luiers bij me heb. Een ander raakt daar misschien van in de stress – wat als ze haar hele broek volpoept en doorlekt? Ik kan me daar totaal niet druk om maken. Als dat gebeurt, loop ik naar de Zeeman en haal ik een schoon setje. Ik voel dat niet alsof er iets misgaat.”

Hoe gaat u om met haastgevoelens?

„Als ik een gevoel van haast voel opkomen, ga ik rationaliseren. ‘Ing, waar maak je je druk om? Wat is het ergste dat kan gebeuren?’ Op die vraag heb ik vaak geen antwoord en zo ebt het gevoel weer weg.

„Juist door de kinderen ben ik meer zo geworden. Toen nummer drie kwam, wist ik: het kan niet meer perfect, dat idee moet je loslaten. Soms sta ik op het schoolplein met moeders met een megacarrière, drie kinderen en twee honden. Ze klagen dat ze het zo druk hebben en dan denk ik: het kan ook niet allemaal en-en-en. Ik denk meer in of-of-of.”

Wat doet u om te ontspannen?

„Sporten of andere dingen voor mezelf: daar is wel tijd voor, maar dat doe ik te weinig. We hebben wel elk weekend een etentje of een feestje; gezelligheid met vrienden heb ik nodig. Anderen zeggen weleens: je moet meer aan jezelf denken. Maar dat past helemaal niet bij mij. Ik word niet gelukkig van de kinderen bij een oppas zetten en zelf naar een massagesalon gaan. Dus voor wie moet dat dan?”

    • Carlijn Vis