Onderzoeker bekijkt ontbinding op AMC-begraafplaats

Lijkenonderzoek Op een nieuwe wetenschappelijke begraafplaats wordt via camera’s en sensoren de ontbinding van een lijk nauwlettend geobserveerd.

Hoe kom je erachter hoe lang een lijk al dood is? Om daar zicht op te krijgen is kennis van de ontbinding van lichamen nodig. Die werd aanvankelijk vooral opgedaan aan de snijtafel in het laboratorium. Sinds deze maand komt de informatie ook van onder de grond, tussen de wormen.

In Amsterdam Zuidoost, op het terrein van het Academisch Medisch Centrum, doet een grasveld van 15 bij 25 meter dienst als wetenschappelijke begraafplaats. Daar wordt via camera’s en sensoren de ontbinding van een lijk nauwlettend geobserveerd. Vorige maand ging het eerste de grond in. Er is ruimte voor ongeveer vijftig lichamen.

De komst van deze wetenschappelijke begraafplaats is fijn voor de forensische opsporing, zegt Roelof-Jan Oostra, hoogleraar anatomie aan het AMC. Criminelen die in Nederland een moord hebben gepleegd, begraven het lijk meestal in een ondiepe kuil, legt hij uit: „Nederland is dichtbevolkt. Lijken in de buitenlucht worden eerder gevonden.” Als zo’n begraven moordslachtoffer alsnog wordt gevonden, is gedetailleerde kennis van het ontbindingsproces voor het onderzoek essentieel.

Volgens de hoogleraar heeft Nederland met de wetenschappelijke begraafplaats een Europese primeur. Lichaamsontbinding ondergronds onderzoeken is nieuw. „Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zagen groen van jaloezie.” Het duurde acht jaar voordat er toestemming was. Instanties, véél instanties waren betrokken. Van politieke onwil was overigens geen sprake, verzekert Oostra – de politiek was juist doordrongen van het belang.

De lichamen die voor het onderzoek worden gebruikt, zijn donaties aan de wetenschap geweest. Oostra: „We zijn pragmatisch hier: je kunt je lichaam laten begraven of cremeren, maar waarom zou je het niet schenken aan de wetenschap?”

Aan mensen die voor die laatste optie kiezen, wordt sinds 2014 gevraagd of ze er bezwaar tegen hebben op de AMC-begraafplaats terecht te komen. Wie er ten slotte wordt begraven, komt zestig centimeter onder de grond te liggen, zegt Oostra, en wordt vijf jaar gemonitord. Het risico dat mollen of konijnen het wetenschappelijk onderzoek verstoren, acht hij klein: „Er is een hek om het terrein geplaatst en dat gaat een meter diep de grond in.”

    • Martin Kuiper