Opinie

Amerika’s lange afscheid van het Midden-Oosten

Onder president Trump weten de VS niet langer welke rol ze moeten spelen, maar dat is al langer zo. Geen wonder dat anderen nu in het gat springen, schrijft
Luitenant-generaal Sergej Rudskoj op een persconferentie. Op het beeldscherm planten Russische soldaten een vlag in Syrië. Foto Pavel Golovkin/AP

Als u een glimp van een post-Amerikaanse wereld wilt opvangen, kijk dan eens naar Syrië. De Amerikaanse president Trump heeft onlangs gezegd: „Laat de anderen zich er nu maar eens om bekommeren.” Misschien is hij na de vermeende aanval met chemische wapens van vorige week even van gedachten veranderd. Maar de teerling is allang geworpen.

Zes jaar nadat zijn voorganger Obama heeft gezegd dat Assad moet verdwijnen, zit ’s werelds wreedste dictator steviger in het zadel dan ooit. De toekomst van Syrië zal worden bedisseld door Rusland, Iran en Turkije, en de eerste twee willen de Syrische president aan de macht houden. Wat er verder ook gebeurt, Amerika zal zijn terugtrekkende beweging doorzetten.

Trump is een symptoom, niet de oorzaak van de Amerikaanse vermoeidheid met de wereld. De belangrijkste draai over het Midden-Oosten kwam op twee momenten aan het begin van deze eeuw. Het eerste was toen Bill Clinton zonder succes probeerde een overeenkomst tot stand te brengen tussen Israël en de Palestijnen. Als er wel een akkoord was bereikt, zou het de grootste Arabische klacht tegen de VS hebben weggenomen, evenals het sterkste excuus dat de regio kan aanvoeren voor binnenlandse repressie. Het idee dat Trump een oplossing met twee staten uit zijn hoge hoed zou kunnen toveren, was al vergezocht vóórdat hij zei dat hij de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem zou verhuizen. Nu is het lachwekkend.

Het tweede moment was 11 september 2001. Sindsdien is het Amerikaanse beleid stuurloos. Syrië is het bloedigste gevolg daarvan. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Trump nauwelijks verantwoordelijkheid voor dit alles draagt. Het onder president George W. Bush genomen besluit om het Iraakse leger te ontbinden en de ambtenaren van het regime van Saddam Hussein te ontslaan, heeft de basis gelegd voor de opkomst van Islamitische Staat.

Het besluit van Barack Obama in 2011 om de Amerikaanse strijdkrachten uit Irak terug te trekken zorgde voor een vacuüm waar IS in kon springen. Toen Obama Assad in 2013 straffeloos zijn ‘rode lijn’ liet schenden door chemische wapens in te zetten, gaf hij de Russen een opening om tussenbeide te komen. President Poetin wist niet hoe snel hij in dat gat moest springen. Sindsdien hebben de VS in Syrië slechts een bijrol gespeeld. Nóg een salvo Amerikaanse kruisraketten zal daar weinig verandering in brengen.

Elk van deze blunders vond zijn oorsprong in een eerdere. Obama wilde een einde maken aan de oorlogen van Bush. Trump wil nu uitwissen wat Obama gedaan heeft. Het gevolg is een Amerika dat niet langer weet welke rol het moet spelen. Het spreekt zich niet langer uit voor meer democratie in het Midden-Oosten, maar verzet zich daar ook niet tegen. Trump belichaamt het gebrek aan belangstelling van zijn land. Het kan weinig verbazing wekken dat de spelers uit de regio – zelfs Israël – hun blik elders richten om die leemte te vullen. Benjamin Netanyahu, de premier van Israël, heeft de laatste jaren steeds meer tijd in Moskou doorgebracht.

Hoewel hem geen blaam treft voor deze erfenis, heeft Trump het wel erger gemaakt. Hij heeft tijdens zijn verkiezingscampagne drie specifieke voorstellen voor het Midden-Oosten omarmd. De eerste was een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict op basis van zijn dealmakers-ijdelheid, en niet zozeer op grond van enig begrip voor wat er op het spel staat. Hij denkt dat hij kan winnen waar anderen hebben verloren. De tweede was zijn aankondiging zich terug te trekken uit het nucleaire akkoord met Iran, tot stand gekomen onder Obama, dat hij heeft omschreven als de „slechtste deal ooit”. Dat zal waarschijnlijk volgende maand gebeuren. John Bolton, Trumps nieuwe nationale veiligheidsadviseur, is zelfs nog sterker tegen dat akkoord dan zijn baas.

Trumps derde belofte was het „uitroeien van IS”, om zich vervolgens uit Syrië terug te trekken.

Elk van deze doelstellingen is gebaseerd op de hoeveelheid applaus die hij in eigen land verwacht. Maar dat negeert het feit dat ze elkaar beïnvloeden. Een Henry Kissinger is hij niet. Het terugtrekken van de resterende Amerikaanse troepen zal Iran de vrije teugel geven in Syrië – en daarbuiten. Dat gaat rechtstreeks in tegen het doel van Trump om Iran aan banden te leggen. Het zal ook resulteren in meer Israëlische aanvallen op door Iran gesteunde krachten in Syrië, waardoor de spanning in Gaza en op de Westoever nog verder zal toenemen. Dat zal op zijn beurt weer leiden tot het verder slinken van de toch al steeds kleiner wordende kans op een tweestatenoplossing.

Op dezelfde manier zal een overwinning van Assad de wederopleving van IS of een andere extremistische groepering, zoals Al-Qaeda, onder de ontevreden soennieten tot gevolg hebben. Het was immers allereerst Assads wreedheid die tot hun opkomst heeft geleid.

Dit zijn de onbedoelde – maar te voorziene – gevolgen van Trumps daden. Ze zullen voelbaar zijn tot buiten het Midden-Oosten. Want waarom zou de Noord-Koreaanse dictator Kim Jung-un een nucleair akkoord met Trump sluiten als die van plan is een soortgelijk akkoord met Iran ongedaan te maken? Tot wie moeten Syriës wanhopige sunnieten zich wenden als Damascus de controle weer in handen heeft? Hoeveel makkelijker zal het voor IS zijn om nieuwe rekruten te werven? Hoe snel kan Rusland zijn groeiende aanwezigheid in het Midden-Oosten vertalen in meer invloed buiten de regio?

Zulke vragen spelen geen rol in Trumps overwegingen. Zijn klankbord is het binnenland. Het Amerikaanse publiek heeft zijn enthousiasme verloren om nog risico’s in het Midden-Oosten te nemen. Dat was al lang zo voordat Trump aan de macht kwam.

Vertaling: Menno Grootveld.