Witte ledlamp bedreigt de magie van Rome

Italië

De gelige natriumlampen in Rome worden vervangen door ledlampen. Dat leidt tot protesten, maar anderen zijn blij met de besparingen.

De Engelenburcht in Rome, 2013. Foto iStock

Rome dreigt een deel van zijn magie te verliezen. Overdag heeft hooguit een klein groepje specialisten in de gaten dat er iets is veranderd. De klap komt ’s avonds, als de zon onder is en de lantarens aan gaan. Het geel-oranjeachtige licht dat zo romantisch de pastelkleurige palazzi streelt, wordt op steeds meer plaatsen vervangen door fel wit ledlicht.

„Het is bijna gewelddadig”, zegt Nathalie Naim, die voor de kleine Radicale partij in de deelgemeente van het Historisch Centrum zit en aanvoerder is van het protest tegen de vervanging van de oude lampen. „Dat witte licht is lelijk en het zijn ook nog eens lelijke lampen. Het licht van vroeger was pure poëzie. Het nieuwe licht is koud, veel minder vriendelijk, bijna sinister.”

In de wijk Monti kun je ’s avonds goed zien wat ze bedoelt. Al op de Piazza della Suburra, de naam van de antieke Romeinen voor deze wijk, valt op dat het zo licht is. Rome bij avond ziet er ineens anders uit. Als je doorloopt, verder de wijk in, wordt het contrast zichtbaar. Op de Via Panisperna hangen de nieuwe lampen boven de weg. Wit licht. Helder. Scherpe schaduwen. Als je dan op het kruispunt de Via dei Serpenti in kijkt, zie je hoe het was. Daar hangen de oude lampen nog. Het licht is er warmer, diffuser, meer koesterend.

 
Foto’s Marc Leijendekker

Lagere kosten

De gemeente Rome heeft 60 miljoen euro uitgetrokken voor een groots project om vrijwel overal de bestaande natriumlampen te vervangen door ledlampen. De stad hoopt op die manier per jaar 23 miljoen euro minder uit te geven aan verlichting. Milaan had dit eerder al gedaan en zag de kosten voor verlichting met een derde dalen.

Toen een jaar geleden de eerste lampen werden vervangen, brak er meteen een storm van protest uit. Schrijver en journalist Francesco Merlo vindt het maar niets, dit witte licht in de oude stad. „Grotesk, als een opa met een oorbel”, schreef hij in een vlammend stuk. Mede door de inspanningen van Naim in de deelgemeenteraad is het project in ieder geval in het centrum iets getemporiseerd. „Maar ook in het historische centrum zijn ze op veel plaatsen doorgegaan met het vervangen van de oude lampen”, zegt ze.

Elektriciens

„Ik kan begrijpen dat er lampen moeten worden vervangen omdat ze te oud zijn of te veel stroom verbruiken”, zegt Valeria Grilli, voorzitter van de afdeling Lazio van het FAI, een gezaghebbend fonds dat zich sterk maakt voor het behoud van het artistieke erfgoed. „We moeten minder energie gaan gebruiken. Maar er zijn betere alternatieven dan de witte ledlampen. Dat beukt op de gebouwen die ze verlichten en het is veel minder diffuus dan de oude lampen. In Venetië hebben ze ook de lampen vervangen, maar daar hebben ze veel meer geëxperimenteerd met de verschillende alternatieven. In Rome zijn elektriciens aan het werk geweest, geen ingenieurs van het licht.”

Dit is grotesk, als een opa met een oorbel

Francesco Merlo, schrijver

In de Via Panisperna zijn veel mensen het wel met de critici eens, maar nemen ze het nieuwe licht als een gegeven aan. „Het is veel kouder, veel minder mooi”, zegt Adriano Santoloci in zijn historische kapsalon – Santoloci, jaargang 1933, geldt als de oudste actieve kapper van Italië.

‘De schaduwen zijn te hard’

Ook Giuseppe Venuto en Alessandra Pecorella, die met een sigaret in de handen even uit staan te blazen van hun werk in een restaurant, zijn niet blij met de verandering. „Dat witte licht is een klap in je gezicht”, zegt Venuto. „De schaduwen zijn te hard.” En Pecorella: „Het is industrieel licht op historische gebouwen. In een buitenwijk, waar de gebouwen wit zijn, is dat witte licht prima. Maar hier?” Ze wijst op de zachtroze en okergele palazzi. „Smakeloos.”

Vincenzo Corsari, een eclectische schilder die op zijn telefoon een aantal van zijn werken laat zien, zegt dat het hem als kunstenaar wel stoort, dat nieuwe licht. „Maar gewone mensen zal het niet opvallen. De meesten die hier wonen, maken zich er niet zo druk om. Het is minder mooi, maar het is goedkoper.”

Corsari moedigt zijn vriend Alessandro Caridi, eigenaar van een fruitwinkeltje, aan ook wat te zeggen. Die houdt het kort en wijst op de sanpietrini, de kinderkopjes waarmee veel straten in het oude centrum zijn geplaveid. „De straten hier zijn slecht, de bus gaat kapot van alle gaten in de weg. Tegen die achtergrond interesseert het de meeste mensen niet wat voor licht er is. Mooi voor de gemeente als de verlichting wat goedkoper kan. Kunnen eindelijk die gaten gedicht worden.”

Correctie (12 april 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de achternaam van de kapper Adriano Santoloci foutief geschreven als Santaloci. Dit is aangepast.

    • Marc Leijendekker