Tweede Kamerlid Van Haga (VVD) mag in fractie blijven

Van Haga raakte in opspraak om het overtreden van huurregels en zijn actieve bemoeienis met zaken waarvan hij zei dat hij ze had afgestoten.

Wybren van Haga (VVD) Foto Bart Maat

Tweede Kamerlid Wybren van Haga (VVD) hoeft van zijn partij niet uit de Kamer te vertrekken. Van Haga was onderwerp van onderzoek nadat bleek dat hij huurregels overtrad en zich actief bleef bemoeien met zaken die hij zei te hebben afgestoten. Hem vallen geen „overtredingen of ernstig verwijtbaar handelen” aan te rekenen, oordeelt een interne integriteitscommissie die Van Haga vier maanden lang onderzocht. Wel is „een onwerkbare en onwenselijke situatie is ontstaan” en moet hij al zijn activiteiten als vastgoedondernemer staken om de partij te kunnen blijven vertegenwoordigen.

Met Van Haga’s belofte dat hij „zal afzien van bemoeienis bij de bedrijfsvoering van mijn bedrijven en de verhuur van de panden die ik privé bezit” behoudt de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie haar meerderheid. Het integriteitsonderzoek naar Van Haga hing dreigend boven het kabinet. Als Van Haga had moeten vertrekken en daarbij zijn Kamerzetel zou hebben meegenomen, was de coalitie teruggevallen van 76 naar 75 (van de 150) zetels.

90 woningen en 46 winkels

Wybren van Haga (51) kwam kort nadat hij eind oktober toetrad tot de Tweede Kamer in opspraak. De vastgoedondernemer, met een portfolio van 90 woningen en 46 winkels in vooral Haarlem en Amsterdam, bleek in Amsterdam verhuurregels te overtreden. Nadat de VVD een integriteitsonderzoek naar hem begon, bleek uit onderzoek van NRC dat Van Haga zelf contact met huurders zocht om te zorgen dat ze zouden verhuizen. Onderzoek naar zijn periode als gemeenteraadslid in Haarlem toonde aan dat Van Haga daar regelmatig ruzie zocht, ook met partijgenoten.

In december zei een woordvoerder van fractievoorzitter Klaas Dijkhoff dat de VVD-integriteitscommissie, onder leiding van commissaris van de koning in Utrecht Willibrord van Beek, was gevraagd te onderzoeken of Van Haga „naar beste vermogen heeft gehandeld”.

Die vraag wordt op de 13 pagina’s van het onderzoeksrapport echter niet beantwoord. Wel noemt de commissie het feit dat Van Haga zich als formeel adviseur actief met de bedrijfsvoering van zijn zaken bleef bemoeien een „schijnconstructie”.

Politiek compromis

Het rapport van de integriteitscommissie leest als een politiek compromis. Van Haga wordt niet veroordeeld om zijn handelen, ook al is dat moeilijk te rijmen met de integriteitsregels van de partij en zijn voorbeeldfunctie als Kamerlid. Maar hij moet in de toekomst alle „mogelijke belangenverstrengeling door de ‘dubbele petten’ (...) als politicus en ondernemer” vermijden door zijn bedrijven nu écht op afstand te plaatsen omdat „het risico op een toekomstige integriteitsschending aanzienlijk is”.

    • Emilie van Outeren