Recensie

Turtle van 14 is goed met geweren

Gabriel Tallent De debuutroman van deze Amerikaanse schrijver over een sadistische vader die zijn toegewijde tienerdochter mishandelt, biedt zoveel horror dat je het ene moment dit boek geschokt wilt neerleggen en het andere moment ademloos de volgende pagina wilt opslaan.

Kind met pistool in de VS, 1947 Foto Wayne Miller/ Magnum

De lezer die gelooft in Tsjechovs dictum (over dat geweer in het eerste bedrijf en wat daarmee gebeurt in het laatste) moet wel de vreselijkste vermoedens krijgen bij het lezen van de eerste pagina’s van de even verbluffende als angstaanjagende debuutroman Mijn allerliefste schat van de Amerikaan Gabriel Tallent.

Julia Alveston (die Turtle wordt genoemd, en ‘klontje’ door haar vader) heeft een Remington 870, een Noveske AR-15 en een Lewis Machine & Tool AR-10 aan de muur hangen die allemaal ‘hun eigen gebruiksdoeleinden hebben’. Haar Sig Sauer-handwapen zit ze net schoon te maken, een bezigheid die ze in de loop van het verhaal met eindeloze toewijding zal blijven herhalen. O ja, ze is veertien jaar oud.

Die toewijding levert haar de goedkeuring op van Martin, haar verbitterde en sadistische vader met wie ze samenwoont in een verwilderd, afgelegen huis in Mendocino, bij de Californische kustlijn. Hij leerde haar al op haar zesde schieten, en daar heeft ze nu als tiener een enorme bedrevenheid in. Martin is een typische lone wolf die de samenleving de rug heeft toegekeerd. Hij werkt niet, leest Kant en steekt lange misantropische oraties af tegenover ‘klontje’, waarmee hij haar deelgenoot probeert te maken van zijn bittere wereldbeeld.

Verschrikkelijke tijden

Martin vernedert, mishandelt en verkracht haar, wordt wild heen en weer geslingerd tussen zijn driftige agressie en de tedere momenten waarin hij haar zijn liefde betuigt en haar schoonheid looft, wanneer zij de ‘allerliefste schat’ uit de titel is. Haar moeder is dood overigens, en hoezeer ze zich ook afvraagt hoe dat is gebeurd, van haar vader zal ze het antwoord niet krijgen.

Turtle lijkt in alles de levenshouding van haar vader te gaan imiteren; ook zij ontwikkelt een weerzin tegen de buitenwereld; ze gaat zelden naar school, waar men wel vermoedens heeft over wat er in huize Alveston gaande is. Maar tot ingrijpen leidt het niet. Haar toevlucht is de uitbundige natuur van de Californische kustlijn en de lezer leert meer over het bestaan van gifeik, bremraap en lammerstaart dan hij ooit dacht te willen weten.

De toon wordt al meteen op imponerende wijze gezet als Martin tijdens een oudergesprek op school de bezwaren tegen Julia’s functioneren pareert. ‘Haar schoolwerk is saai. We leven in spannende en verschrikkelijke tijden. De westerse wereld is in oorlog met het Midden-Oosten. Het CO2-gehalte in de atmosfeer nadert de 400 ppm. We zitten midden in de zesde massa-extinctie. In de komende tien jaar zullen we de hubbertpiek bereiken. […] Vindt u het vreemd dat ze er met haar gedachten niet bij is?’

Het is op sommige punten absoluut indrukwekkend hoe Tallent (Santa Fe, 1988) de claustrofobische sfeer beschrijft waarin de onderlinge verbondenheid van vader en dochter wordt getoond. Vooral omdat hij dat hoofdzakelijk doet vanuit het perspectief van Turtle en aanvaardbaar maakt hoezeer ze ondanks alle mishandeling aan haar vader gehecht blijft. Ze lijkt zich erbij neer te leggen dat ze tot elkaar veroordeeld zijn.

Haar beeld begint langzaam te veranderen als ze bij toeval twee wat oudere jongens ontmoet, Jacob en Brett, nerdy types die elkaar op wat potsierlijke wijze in intellectualisme proberen af te troeven. Ze komt bij een van de twee thuis en hoezeer ze zich ook innerlijk verzet, ze raakt toch geleidelijk onder de indruk van het feit dat er iets anders bestaat dan de vervallen en met geweren volgepropte hut van haar agressieve vader. Maar zo gauw deze laatste iets van de ontluikende affectie begint te bespeuren neemt het horror-karakter van deze roman fors toe.

Overlevingstechnieken

Tallent brengt bekwaam iets van buitenlucht binnen in het benauwende bestaan door de introductie van enkele bijfiguren in het narratief. Turtle’s grootvader, die zijn zorgen om haar opvoeding indirect met de dood moet bekopen. Anna, een lerares op school, die uiteindelijk haar redding zal blijken te zijn. En zelfs Caroline, de overjarige hippie-moeder van Brett, die zich na al die jaren nog steeds Turtle’s vader als ‘een echte charmeur’ herinnert. Wanneer dan vervolgens Martin impulsief een ander jong en nog kwetsbaarder meisje in het huis opneemt, komen daar bij Turtle gevoelens van bescherming bij. Haar overlevingstechnieken komen vervolgens goed van pas.

En, krijgt Tsjechov weer eens gelijk? Welzeker, zij het op een té uitgebreide, bloedige wijze. Met dezelfde voorliefde voor wat te veel detail waarmee Tallent de uitbundige natuur rondom Turtle’s domicilie beschrijft wordt ook de apotheose in al zijn gruwelijkheid weergegeven. Die overdaad wordt dan weer ruimschoots goedgemaakt door het naspel (door Tallent overduidelijk met de blik vooruit op een verfilming geschreven) waarin Turtle (of Julia, maar niet langer ‘klontje’) de natuur probeert te dwingen en temmen in plaats van te ondergaan.

Dit is een boek dat je niet onberoerd laat. De lezer zal beurtelings heen en weer bewogen worden tussen de neiging het geschokt neer te leggen en ademloos naar de volgende pagina te gaan.

Gabriel Tallent is deze week in Nederland voor twee optredens. Zondag 15/4 (16.00 uur) wordt hij geïnterviewd bij BorderKitchen in Den Haag, maandag 16/4 (20.30 uur) in De Balie, Amsterdam.