Recensie

Snedig eerbetoon aan muzikaal Nederlandse erfgoed

Muziek Met de voorstelling ‘Magazijn Hollandia’ breekt Frommermann een lans voor het Nederlandse muzikale erfgoed. De vocale prestaties zijn sterk. Regiematig regeert de knipoog.

‘Magazijn Hollandia’ speelt zich af in een fictief restdepot, compleet met beige-bruine stofjassen voor de zangers. Foto Ronald Knapp

Sinds de ingrijpende cultuurbezuinigingen van het kabinet-Rutte I hangt het voortbestaan van drie grote Nederlandse muziekarchieven aan een zijden draadje. Op papier bestaan ze nog, de collecties van het Nederlands Muziekinstituut en het ter ziele gegane Muziekcentrum Nederland. In werkelijkheid leiden beide een bestaan in de spreekwoordelijke bezemkast.

Middelen om de boel op orde te houden en nieuw materiaal te ontsluiten zijn er nauwelijks. Nog een bezuiniging en het doek valt definitief. Voor de bibliotheek van de Stichting Omroep Muziek gloort een sprankje hoop sinds het Rijk een subsidie toezegde voor het digitaliseren van de enorme collectie. Eenmalig, dat dan weer wel.

Het vocale heren-ensemble Frommermann breekt deze maand een lans voor het Nederlandse muzikale erfgoed en toert door het land met Magazijn Hollandia, ‘een ode aan het Nederlandse lied door de eeuwen heen’. Plaats van handeling is een fictief restdepot voor overtollige collecties, compleet met kantinetafel, papierbak en beige-bruine stofjassen voor de zangers.

Het programma dat de Frommermannen opdiepen uit de archieven is divers en reikt van een zeventiende-eeuws verzetslied als Merck doch hoe sterck (Adriaen Valerius) tot Jules de Cortes Ik zou wel eens willen weten, en John Ewbanks Wereld zonder jou.

Muzikaal is het allemaal dik in orde: de vocale prestaties zijn sterk. Snedige arrangementen (veelal van eigen makelij) volgen elkaar in hoog tempo op, met als hoogtepunt een vernuftig in elkaar stekende ‘Hollandia Medley’. Johnny and Jones’ Hoe platter het bord swingt als een trein in een bewerking van gitarist Paul van Utrecht, en Nacht over Java (Hans Ninaber) beklijft door mooie solo’s en hilarische imitaties van exotische fauna.

Ook regiematig regeert de knipoog, getuige collectief gesnotter in Als sterren flonk’rend aan de hemel staan en iets roekeloos met stekkerdozen in Louis Davids’ Doe het elektrisch.