Commentaar

Debacle met digitale rechtspraak was voorzienbaar

De mislukte digitalisering van de rechtspraak, deze week onderkend door de scheidende voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Frits Bakker, komt niet onverwacht. De rechtspraak ondernam hier iets waar in het verleden al vaak tegen is gewaarschuwd: een combinatie van een diepgaande reorganisatie met een ten minste even ingrijpende automatisering. En dat in een organisatie die sterk is gedecentraliseerd, die intern wantrouwen koestert tegen het eigen bestuur en wordt bevolkt door hoogopgeleide, op hun onafhankelijkheid en autonomie geselecteerde professionals, die hun handen meer dan vol hebben aan wat burgers en bedrijven écht van hen willen. Namelijk uitspraken.

Daar kwamen dan intern ‘die lui van KEI’ – het project Kwaliteit en Innovatie – tussendoor. Die bleken van plan voor alle vier nogal verschillende rechtsgebieden de werkprocessen en procedures sterk te vereenvoudigen, te uniformeren en gelijktijdig het gehele werkproces te digitaliseren. Dus niet alleen maar ‘van papier naar digitaal’. Maar, eenmaal digitaal, ook de invoering van een heel areaal aan nieuwe werkwijzen, waar rechters, griffiers, advocaten en deurwaarders veel van hun gekoesterde gewoontes op zouden moeten aanpassen.

Daarin waren allerlei doelmatigheidswensen van de Raad ondergebracht: meer regie voor de rechter, sneller uitspraken doen, elektronische communicatie met partijen, vlottere werkwijzen, een uniform proces voor álle rechtsgebieden. Gelijktijdig werd de alvast overbodig verklaarde administratieve ondersteuning ontslag op termijn aangezegd, met spontane leegloop en kwaliteitsafname tot gevolg. Op veel gerechtelijke administraties zijn de resterende krachten in vaste dienst sindsdien bezig met het inwerken van steeds weer nieuwe tijdelijke krachten. Voor hen is het KEI-debacle pas echt bitter.

Overigens is de beoogde uniforme en vereenvoudigde basisprocedure al een revolutie voor het sterk door tradities en zekerheden gekenmerkte juridische wereldje. Dat dit veel te ambitieuze project ten onder is gegaan mag dus geen verrassing heten. Volgens de laatste ‘review’ is het geheel veel te groot en te ingewikkeld. De rechtspraak beschikte niet over de bestuurskracht, de competenties of het inzicht dit tot een goed einde brengen. Het ministerie liet het gebeuren.

Over de financiën vertelt Bakker dat de „kosten langer doorlopen” en de baten dus langer uitblijven. Met KEI had de rechtspraak jaarlijks 270 miljoen euro willen besparen; dit jaar is dat 7 miljoen, volgend jaar wordt gehoopt op 12 miljoen opbrengst. De kosten zouden inmiddels zijn opgelopen tot 220 miljoen. Dit IT-debacle beantwoordt precies aan de lijst vaakst voorkomende gebreken uit het onderzoek van toenmalig Tweede Kamerlid Ton Elias (VVD) naar ICT-projecten bij de overheid in 2014. Gebrek aan realiteitszin, gebrek aan kennis, onbestuurbaarheid, geen inzicht in de kosten.

Het reviewrapport vraagt nu om „een cultuur- en systeemdoorbraak”. De Raad moet „zakelijke doorzettingsmacht” krijgen - die had het dus kennelijk niet. Er dient een „cultuur van samenwerking en vertrouwen” te komen binnen de rechtspraak. Die was er dus kennelijk niet. Bij de onvermijdelijke verdere digitalisering moet worden gekoerst op een keten van ‘kleine successen’, de ‘parelsnoeraanpak’ geheten. Als het niet zo treurig was, was het om te lachen. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) heeft er een klus bij.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.