‘Nee’ bij referendum door lastminute keuzeswitch

Dat een kleine meerderheid tegen stemde bij het referendum over de inlichtingenwet, kwam vooral vanwege kiezers die in de laatste dagen van mening veranderden.

Een tasje met bij het referendum uitgebrachte stemmen.

De ‘nee’-stem bij het referendum over de inlichtingenwet kwam drie weken terug als een grote verrassing. Opiniepeilers hadden namelijk tot de dag voor het referendum een ruime overwinning voor de voorstanders gepeild. Uit onderzoek van peilingbureau Kantar Public, voorheen TNS Nipo, blijkt nu dat een flinke groep kiezers in de laatste week voor het referendum nog naar het tegenkamp is overgestapt.

Kantar peilde in de dagen voor het referendum dat van de mensen die sowieso van plan waren te gaan stemmen, 47 procent voor de inlichtingenwet was en 28 procent tegen. De uitslag van het referendum was heel anders: 49,4 procent stemde tegen, 46,5 procent voor. In een onderzoek daags na het referendum vroeg Kantar wat mensen daadwerkelijk hadden gestemd. Dat beeld zat dichter bij de werkelijke uitslag: 31 procent stemde voor, 33 procent tegen. De rest blanco of niet.

Een groot aantal mensen is tussen het moment van de laatste peiling en verkiezingsdag dus nog van mening veranderd. Uit het onderzoek van Kantar blijkt dat tweederde van de aanvankelijke voor-stemmers ook echt ‘voor’ stemde en 14 procent alsnog ‘tegen’. Van de aanvankelijke tegen-stemmers stemde 80 procent ook echt tegen en switchte slechts 3 procent naar voor. Van de mensen die in de peiling nog zeiden niet te gaan stemmen, stemde uiteindelijk 18 procent alsnog tegen en slechts 5 procent alsnog voor.

Lees ook deze reconstructie:Hoe het kabinet het referendum over de Intelwet uit handen gaf

Wat bewoog kiezers nog naar het tegenkamp over te stappen? De meesten geven aan dat zij overgestapt zijn nadat zij zich beter over de inlichtingenwet hadden geïnformeerd en daardoor kritischer werden. Andere redenen die genoemd worden voor een overstap zijn media-aandacht bij onder meer het tv-programma Zondag met Lubach, toegenomen zorgen over privacy en de hoop dat het kabinet door een tegenstem iets aan de wet zou veranderen.

In het weekend voor het referendum werd bekend dat databedrijf Cambridge Analytica miljoenen gegevens van Facebookgebruikers heeft misbruikt om de campagne van Donald Trump te steunen. Dat lijkt een kleine rol te hebben gespeeld. Slechts 52 procent van de kiezers zei tegenover Kantar op de hoogte te zijn van dit schandaal en maar 11 procent heeft zich erdoor bij het stemmen laten beïnvloeden.

Bij het Oekraïne-referendum in 2016 was het verschil tussen de slotpeiling van Kantar en de uitslag nog minimaal. Onderzoeker Tim de Beer van Kantar zegt dat het Oekraïne-referendum „veel makkelijker te meten was”. „Dat ging over Europa, een thema waar velen al echt een mening over hadden. Hier moesten mensen echt informatie inwinnen.”

    • Pim van den Dool