Hier rijdt al jaren geen reguliere bus

Openbaar vervoer Een groot deel van Nederland heeft geen regulier openbaar vervoer, maar is afhankelijk van de buurtbus. Die staat onder druk: vrijwilligers waren al moeilijk te vinden, maar overheidsregels maken het nóg lastiger.

De buurtbus tussen Nieuw Heeten en Deventer. Chauffeur en passagiers staan niet in dit artikel.

Nieuw Heeten, 06.53 uur. Stipt op tijd rijdt Tonnie Leemereise weg van ’t Pleintie voor de kerk. In buurtbus 590 zit een ambtenaar, op weg naar zijn werk in Utrecht. Een student techniek die een praktijkdag heeft in Zutphen. Drie scholieren. Ze hebben het over hun huiswerk Nederlands, dat nog niet af is.

Over smalle wegen langs bedauwde weilanden gaat het naar Okkenbroek, Lettele en uiteindelijk station Deventer. In de verte af en toe licht van een boerderij. Bij de Vlessedijk – een halte midden in het groen – remt Leemereise af. Daar staan iedere dag in de vroegte een projectmanager en zijn zoon, weet hij. Met hen is het busje, inclusief de journalist, vol.

Een groot deel van dunbevolkt Nederland forenst zo: in een achtpersoonsbusje, gereden door een vrijwilliger. Verspreid over het land zijn er meer dan tweehonderd van zulke buurtbuslijnen. Ze rijden waar nooit openbaar vervoer was én steeds vaker ook waar volgens de vervoersmaatschappijen grote bussen, met betaalde beroepschauffeurs, niet rendabel zijn.

De routes klinken als een gedicht: Zoutkamp-Niekerk-Houwerzijl-Zuurdijk-Warfhuizen-Wehe den Hoorn-Leens, in Groningen. In Friesland: Gorredijk-Tijnje-Terwispel-Lippenhuizen-Hemrik-Wijnjewoude-Bakkeveen- Allardsoog. Gelderland: Wijchen-Alverna-Nederasselt-Overasselt-Heumen-Malden. Zeeland: Oud-Sabbinge-Wolphaartsdijk-Wilhelminadorp-Goes.

In deze gebieden is er geen keuze tussen bussen, trams en treinen. Laat staan dat die ‘spoorboekloos’ rijden. Als je geen rijbewijs hebt, is het óf kilometers fietsen óf met de buurtbus naar school, werk, supermarkt of postkantoor.

De vraag is: hoelang nog? In alle provincies merken buurtbusverenigingen hetzelfde, blijkt uit een rondgang van NRC: het is lastig vrijwillige chauffeurs te vinden. Terwijl iedereen met een B-rijbewijs mag chaufferen en het aantal buurtbuslijnen toeneemt.

Het komt door maatregelen van de overheid. De verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar en afschaffing van regelingen voor vervroegd uittreden, verkleinen het reservoir vrijwilligers. Daar kampen álle organisaties mee die op vrijwilligers draaien. Maar de buurtbus heeft nog een extra probleem. De meeste vervoersmaatschappijen – die de busjes leveren – eisen dat chauffeurs vanwege de verzekering stoppen met (meestal) 75 jaar.

„Vorig jaar hadden we er vier die 75 werden”, zegt Tonnie Leemereise. Hij is zelf 67, was 48 jaar timmerman en ging vervroegd met pensioen. En naast de kerk, de handbalvereniging, het dorpsbestuur en oppassen op de kleinkinderen wilde hij nog wel iets doen. Het werd de buurtbus.

Terug naar huis

Station Deventer, 07.25 uur. De drie scholieren druppelen naar buiten. Drie kwartier te vroeg zijn ze, de school begint pas om kwart over acht. Met de volgende buurtbus komen ze te laat. Wat vooral balen is, zeggen ze, is dat ze pas in de bus horen of een les uitvalt. Onderwijl moppert de student techniek hartgrondig: er rijdt geen trein naar Zutphen door een stroomstoring. Terug naar huis dus.

Meestal, zegt Leemereise, rijdt hij ’s ochtends in zijn eentje terug. Pas ’s middags wil men van Deventer terug naar de dorpen en zit het busje weer vol. Overdag reizen de dorpelingen vooral van en naar het ziekenhuis – naast het station de enige andere halte in Deventer – of doen ze boodschappen in de stad.

Voor zes dagen rijden in diensten van vier uur heeft bus 590 38 vrijwilligers nodig. De buurtbus van Heeten naar Deventer via Schalkhaar, de 517, heeft óók vrijwilligers nodig. En die van Olst naar Raalte via Heeten, de 516, ook. Karin Köster, die deze lijnen eind vorig jaar opzette op verzoek van de provincie Overijssel, zegt: „We merken dat de economie aantrekt. We hadden een aantal werklozen op de lijst staan, maar die konden weer bij hun oude baas terecht.”

Voor veel buurtbusverenigingen zouden werklozen wel een ideale oplossing zijn, met name de 55-plussers die moeilijker aan werk komen. Maar in verschillende regio’s worden zij dan gekort op hun WW-uitkering. Het rijden van de buurtbus wordt niet gezien als echt vrijwilligerswerk.

Dat merkte een buurtbusvereniging in de Zaanstreek als een van de eerste, in 2012. Oud-voorzitter Ben Baars, ook oud-voorzitter van het Landelijk Platform Buurtbussen, vertelt: „We hadden vijftien man die ook bij het UWV liepen. Ze zagen de buurtbus als een opstap naar een betaalde baan. Onze bus reed door een industrieterrein en een babbeltje leidde weleens tot werk.”

„Niemand maakte er gewag van dat er WW’ers op de bus reden. Tot de bezuinigingshausse in het openbaar vervoer en slechte routes in de regio werden opgeheven”, zegt Baars. Het UWV meldde de WW’ers dat het rijden op de buurtbus werkverdringing was – betaalde krachten zouden niet aan werk komen. Als de vrijwilligers zouden doorgaan, zouden ze op hun uitkering worden gekort.

Dirk van Oort van de buurtbusvereniging Veluwezoom-West (bus 589 en 590 bij Doorwerth en Oosterbeek) zegt: „Het is zo flauw geredeneerd van het UWV: als mensen een baan krijgen, gaan ze meteen weg. Dat gaat immers voor. We wilden een rechtszaak tegen het UWV aanspannen, maar een bevriende advocaat zei: ‘Dat gaan jullie niet winnen’.” Van Oort zegt: „Er rijden hier al tien jaar geen reguliere bussen.”

„Wij zijn geen vervanging van de beroeps”, zegt in Zuid-Beveland Kees van den Pol (bus 582 van Oud-Sabbinge naar Goes). „Als wij niet rijden, rijdt er niets.” Hij vertelt: „Begin 2014 werd er 20 procent bezuinigd op het openbaar vervoer. Ruim daarvoor was Connexion zelf op zoek gegaan naar een alternatief. Toen de klap echt kwam, waren wij er al.”

Frits Beukema van buurtbusvereniging Duurswold (bus 565, 564 en 566 bij Appingedam, in Groningen): „Het UWV denkt nog steeds dat wij de beroeps verdringen. Als wij er niet zijn, worden alle halteborden verwijderd.”

Goede training

Een woordvoerder van het UWV zegt: „Wij zijn voor vrijwilligerswerk, het is goede training. Maar wij zijn wel gebonden aan de regels.” Zo mag vrijwilligerswerk „geen betaald werk verdringen”. Als in het afgelopen jaar een functie nog betaald is geweest – dus als er een beroepschauffeur heeft gereden op de lijn – is het verdringing, volgens de uitkeringsinstantie.

Het UWV toetst verder of een vrijwilligersorganisatie een ANBI- of SSBI-status heeft. Die worden verleend door de Belastingdienst aan organisaties die zich inzetten voor het algemeen nut (ANBI) of een maatschappelijke waarde hebben (SBBI) en niet het doel hebben winst te maken. Zangkoren bijvoorbeeld, of scoutinggroepen.

Dáár zit het volgende knelpunt: de chauffeurs van de buurtbus zijn vrijwilligers, maar de busjes zijn eigendom van commerciële vervoersmaatschappijen, die ook de inkomsten van de OV-chipkaart krijgen. De meeste vrijwilligers, zo vertellen de verenigingen, ‘verdienen’ een jaarlijks uitje en een etentje met de partner erbij.

„De buurtbus is een vereniging zonder winstoogmerk”, zegt Conny Bieze, gedeputeerde in Gelderland. „Wij blijven maar uitleggen: ‘De inkomsten gaan naar de concessiehouder, niet naar de vereniging.’ De letter van de wet wordt aangehouden, terwijl volgens de geest van de wet een buurtbus wel een ANBI- of SBBI-status zou moeten kunnen krijgen.”

Ze roept de Tweede Kamer en het kabinet op „nog eens naar de wet te kijken”. In 2015 werd de regeling voor vrijwilligers in de WW al verruimd, maar onvoldoende om van toepassing te zijn op buurtbussen, zegt Bieze.

Op schriftelijke Kamervragen antwoordde minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) half februari: „De regeling [ziet] erop toe dat met vrijwilligerswerk door mensen met een WW-uitkering geen economisch voordeel behaald wordt, teneinde verdringing van regulier werk te voorkomen.”

In een overleg in de Tweede Kamer zei hij: „Er wordt gekeken naar verruiming. Ik kan niet garanderen dat bij alle buurtbussen de vrijwilligersregeling wordt verruimd, omdat bij sommige bussen wordt gewerkt met een OV-chipkaart en dan is weer sprake van verdringing.”

Nieuw Heeten, 07.57 uur. „Nul-nul was het hè”, zegt Leemereise tegen een scholier. Het eerste elftal van het dorp voetbalde tegen Diepenveen. Tegen een meisje zegt hij: „Hoe was het in Arnhem?” Hij kent iedereen. Pikt op en zet af bij bestemmingen die wel aan de route, maar niet bij een halte liggen.

Achter zijn bus rijdt Paul Disselhorst met een tweede busje. Dat wordt ’s ochtends ingezet als het eerste busje vol is. Disselhorst komt uit Okkenbroek en kent daar weer iedereen. Behendig nemen ze de bochten op de smalle Oerdijk. De weg is net iets breder dan het busje, met aan weerszijden dikke bomen.

Alleen nog een bakker

De buurtbusvereniging werd veertig jaar geleden opgericht door de dorpen zelf. Voor steeds meer moesten de dorpelingen naar Deventer. Nieuw Heeten heeft alleen nog een bakker, Lettele een kleine supermarkt, Okkenbroek niets. En er reed nooit een reguliere bus.

„Dit was altijd een blinde vlek”, zegt ook Henk Vos uit Hijken, in Drenthe – bus 520. Die lijn werd in 1979 opgericht. „Een paar dorpen hebben het initiatief genomen.” De bus vervoert zo’n 20.000 passagiers per jaar. Behalve in 2016, toen er opeens 48.000 passagiers waren door het asielzoekerscentrum in Oranje.

Een tweede bestaansreden voor de buurtbus is dat reguliere lijnen worden geschrapt. Jo Heidendal (bus 193 van Margraten naar Eijsden) werkte in de jaren zeventig voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Hij zegt: „Limburg was de eerste provincie waar aanbestedingen plaatsvonden. Toen werd de buurtbus al ingezet op plekken waar de bus niet meer kwam omdat het niet rendabel was.”

Hij zegt: „Er zijn twee redenen om te stoppen als buurtbus: we hebben te weinig vrijwilligers, óf het succes is zo groot dat de vervoerder de lijn weer overneemt met grotere bussen.”

Provincies verlenen de concessies aan vervoerders. In Groningen en Drenthe doet het OV-bureau dat. De inmiddels elders werkende directeur Jan van Selm legde begin dit jaar uit: „Wij vinden dat het openbaar vervoer professioneel gereden moet worden. Dat wil niet zeggen dat er geen lege plekken zijn. Als die overblijven dan moet je lokale initiatieven ondersteunen met kennis of de aanleg van haltes.”

Maar hij zei ook: „Als een buurtbusvereniging stopt, gaan wij niet dwingen dat ze doorzetten.” Dat doet het OV-bureau alleen bij commerciële vervoerders met een concessie.

Gedeputeerde Bieze uit Gelderland zegt: „De witte vlekken, de kleine kernen in landelijke gebieden, passen niet in de concessie. Anders zou je te veel reguliere bussen hebben die leeg rondrijden. Dat is een dure oplossing die moeilijk is vol te houden.”

Maar ze zegt ook: „De buurtbussen zijn de haarvaten van Nederland. Als er geen vrijwilligers meer zijn, zullen we wel iets moeten verzinnen.” Ze denkt aan deelauto’s of regiotaxi’s, die nu alleen voor het vervoer van gehandicapten worden ingezet. In sommige provincies wordt gereden met belbussen, die je een uur van tevoren moet bellen. „In de Achterhoek rijden we nu met ‘nachtvlinders’.” Dat zijn achtpersoonsbusjes die ’s avonds aansluiten op treinen en naar haltes rijden, maar niemand meer oppikken.

Deventer Station, 09.42 uur. Drie minuten speling heeft Tonnie Leemereise. Nét tijd genoeg voor een plaspauze. Geen tijd genoeg voor een kopje koffie. Terug moet het naar Nieuw Heeten. Daar staan alweer drie nieuwe passagiers te wachten.

foto Bram Petraeus

Correctie (12-04-18): In een eerde versie van dit artikel stond dat de bus van Wijchen naar Malden in Noord-Brabant rijdt. Dit moet Gelderland zijn.

    • Titia Ketelaar