Column

Het onderwijs heeft juist mínder ambitie nodig

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: ‘ambitie’, ‘opgave’ en ‘uitdaging’.

Waar ik de hele week al smartelijk om moet huilen, is om de kwaliteit van onze basisscholen. Die is de laatste twintig jaar langzaam achteruit gekacheld, zo blijkt uit het jaarlijkse verslag van de Onderwijsinspectie. 2,2 procent van de leerlingen verlaat de basisschool ‘laaggeletterd’, 7 procent ‘laaggecijferd’ – zij redden het niet op de middelbare school, laat staan daarna.

Maar waar ik nóg harder om moest huilen, was om de oorzaak die de inspectie hiervoor ziet. Volgens de inspecteur-generaal van het Onderwijs Monique Vogelzang komt het door „een alarmerend gebrek aan ambitie” bij de scholen. Ambitie! Als er één woord is waar ik uitslag van krijg, dan is het wel van ‘ambitie’. Het nieuwe modewoord voor alles waar we geen raad mee weten. Overal hebben mensen tegenwoordig ambities. In de „energietransitie”, in het „migrantendossier”, in de woningbouw, heel moe word ik ervan.

Want je hébt niet zoveel aan ambitie. Natuurlijk, het is beter dan futloos op de bank hangen. Maar is ambitie genoeg? Haal je er je doel mee, nee hè? Niet automatisch. Ga maar eens kijken bij de F-jes in het voetbal. Daar branden ze van de ambitie, maar het kan thuis ook zomaar 0-17 worden.

Ambitie kan ook van het ene op het andere moment omslaan, dat heb ik tenminste vaak. Dan barst ik ’s ochtends bij mijn eerste kop koffie van de ambitie, maar als ik dan die enorme berg werk zie, zakt de moed me al snel weer in de schoenen. Ik word trouwens ook vaak heel moedeloos van mensen met de verkeerde ambitie. Een zanger met ambitie, ik noem maar wat, hoor – je steekt vaak nog liever fondueprikkers in je oren.

Het onderwijs lijdt niet aan te weinig, maar juist aan te véél ambitie

‘Opgave’ is ook zo’n woord dat ik tegenwoordig vaak hoor als er een probleem is. Of ‘vraagstuk’ en ‘uitdaging’. Dan zeggen ze dat er „een grote opgave ligt in het onderwijs”, dat het „een complex vraagstuk” is en dat weer een „enorme uitdaging”. Vreselijk. Alsof het geen ‘probleem’ meer mag heten. Het helpt ook helemaal niet, om het zo te noemen. Want wat doen we meestal met lastige opgaven en grote uitdagingen? Juist, die slaan we gewoon over. En is er weer niets opgelost.

Ik zou daarom graag het woord ‘doelstelling’ weer terug willen. Want ambitie is slechts emotie, maar een doelstelling is meetbaar. Ambitieuze mensen zonder doel lopen alles omver wat op hun pad komt, mensen met een doelstelling weten waar ze naar toe werken.

En ik wil dus minder ambitie. Zeker in het onderwijs. Sterker nog, ik durf te beweren dat niet te weinig, maar juist een teveel aan ambitie het onderwijs naar de haaien heeft geholpen. Al die onderwijsvernieuwers, onderwijsadviseurs en onderwijsconsultants bijvoorbeeld, met hun nieuwlichterij als het ‘realistisch rekenen’, steeds meer ‘doelen’ voor het basisonderwijs, het toetsen van kleuters en ‘leerlingen eigenaar maken van hun eigen leerproces’ – die branden allemaal van de ambitie. En kijk eens waar we nu zijn.

De voorzitter van vakbond CNV Onderwijs Loek Schueler schreef deze week op Twitter in een reactie op de inspectie: „Pak handschoen graag op door leraren, schoolleiders en ondersteuners te verbinden en versterken om regie op kwaliteit te pakken.” Euh, wat? Nog zo’n ambitieus type.

Ik zou zeggen: praat er niet omheen. Leerkrachten willen helemaal niet verbinden en versterken om de regie op de kwaliteit te pakken, die willen gewoon meer geld en minder regeldruk. Zo moeilijk is het allemaal niet. Van ambitie komt alleen maar stress.

En dikke tranen met tuiten.

Taaltips via @Japked op Twitter.