Opinie

    • Arjen Fortuin

Goede gesprekken over depressie

Zap De uitzendingen van de NPO over depressie zijn met verstand en gevoel gemaakt – maar het is erg veel, waardoor de monotonie op de loer ligt. De beste gesprekken zaten in het EO-programma Tweestrijd.

De ongeneeslijk zieke Erik en de depressieve Remy in Tweestrijd (EO).

De NPO heeft vreemde lentekriebels. Terwijl buiten de natuur een blos op de wangen krijgt en de knoppen op uitbarsten staan, komt de omroep ineens met een depressiemaand. Kennelijk volgt men een paradoxale logica, want afgelopen herfst, toen de somberheid met liters motregen uit de hemel viel, organiseerde de publieke omroep juist weer ‘seksweken’.

De maand van de depressie begon maandag met De depressie kennistest (BNNVARA) om reeksen misverstanden uit de weg te ruimen over aard en omvang van depressies en om via fragmenten aan te kondigen wat er verder op stapel staat. Dinsdag ging de korte serie True Selfie (BNNVARA) van start (waarin depressieve jongeren zichzelf filmen), woensdag volgde Tweestrijd (met dialogen tussen suïcidale en ongeneeslijk zieke jongvolwassenen) en volgende week begint de reportagereeks #jesuisdepri van KRO-NCRV.

Het is nuttige televisie, bedoeld om depressieve mensen over hun schaamte heen te helpen en anderen ervan te doordringen dat ze met een ziekte te maken hebben. De uitzendingen zijn met verstand en gevoel gemaakt – maar het is erg véél, waardoor de monotonie op de loer ligt. Dat wordt versterkt doordat alle programma’s zich richten op depressie bij jongeren, terwijl het óók bij ouderen een ernstig probleem is - een gemiste kans.

Het comic relief wordt verzorgd door de Finse serie Mental, over de bewoners van een psychiatrische inrichting. Daarin worden onbekommerd grappen gemaakt, zoals dit klassieke intakedialoogje: „Ik ben hier omdat ik een zelfmoordpoging heb gedaan.” Antwoord van achter de balie: „Is het gelukt?” Medicijnen blijken bij een van de patiënten een rigoureuze bijwerking te hebben, door hemzelf omschreven als ‘super viagra’. Geen dokter kan de daaruit voortkomende erectie temmen, uiteindelijk moet de druk operatief van de ketel worden gehaald – het bloed spat in het rond.

De kernboodschap van de vele depressieuren op tv is dat depressie een ziekte is. Dus kun je voor iemand die depressief is, het beste zorgen zoals je voor een andere zieke zorgt: boodschappen doen, koken en dingen uit handen nemen. Belangrijk advies: geef geen advies. Zeg niet dat het mooi weer is. Dat wijst de patiënt alleen maar op zijn onvermogen om van dat mooie weer te genieten.

De angst als aansteller gezien te worden, is een van de grootste problemen van de patiënten. Dus zwijgen ze. Praten helpt niet altijd, maar niet praten helpt in elk geval niet. De beste gesprekken zaten in Tweestrijd, een EO-programma waarvan ik vooraf juist vreesde dat het zou uitlopen op een aansporing aan de depressieve jongere om zijn zegeningen te tellen.

De deelnemers waren in drie duo’s bijeengebracht, waarbij de fysieke aandoeningen eenvoudiger bespreekbaar bleken dan de psychische. Prachtig waren de gesprekken tussen de ongeneeslijk zieke Erik en de extraverte Remy. Aan het eind van hun ontmoeting hadden ze het over een bromance.

Dat kwam vooral door Erik, die de ongelukkige Remy verbijsterde door te vertellen dat hij begreep hoe het voelt als „je geest een loopje met je neemt”. Sterker: dat hij dat, nu hij ziek was, ook meemaakte. Je zag hoe Remy zich ineens écht gezien voelde. Maar niet genezen. Nadat hij kennis had gemaakt met Eriks vrouw en kind wendde hij zich scherp tot de camera om te zeggen dat er wat hem betreft niets was veranderd: „Dit is een bevestiging van hoe het leven is: kut.”

    • Arjen Fortuin