Opinie

    • Christiaan Weijts

Gezichtsbedrog

Het lijkt goed te gaan met onze musea, maar in werkelijkheid stuwt alleen een handjevol giganten de bezoekersaantallen op met kaskrakers, terwijl veel kleintjes en middelgroten vechten voor hun leven. En er is ‘sluipend verval’: alle aandacht voor die publieksvriendelijke tentoonstellingen gaat ten koste van minder sexy zaken als beheer, behoud en kennisoverdracht.

Die waarschuwing van de Raad voor Cultuur, donderdag, kwam natuurlijk niet als een verrassing, want overal is het hetzelfde liedje. De heiligverklaring van clicks, kijk- en verkoopcijfers heeft ons allemaal dezelfde smalle straatjes in gejaagd, waar de opkomst massaal lijkt, maar het is maar net vanuit welke hoek je filmt.

Optische illusie. Die term komt in me op, want ik wandel langs het Eschermuseum aan het Haagse Lange Voorhout. Verderop staat het lege gebouw van de Amerikaanse ambassade, die pas is verhuisd.

Het voelt vreemd, onwettig haast, om weer zo dichtbij te kunnen komen, voor het eerst sinds 9/11. De massieve hekken zijn weggehaald, net als de camera’s, de wachtposten, de stalen pollers. Uitgekleed staat dat pand hier, onwennig, als iemand die net is vrijgelaten en verbluft de afdrukken bestudeert die de ketens achterlieten in zijn huid, die ineens weer ademt.

Straks gaat dit een kopstuk worden van het Haagse Museumkwartier. Een mooie gelegenheid zou je zeggen, om iets te maken wat aansluit bij de verandering van het concept ‘museum’, zoals ook de Raad die constateert. Dat wordt steeds meer een ‘platform’, een ‘ontmoetingsplaats voor bezoekers van verschillende leeftijden, achtergronden en opleidingsniveaus’.

Prachtig streven. En wat wil Den Haag hier gaan doen? Het Eschermuseum erheen verhuizen en samenvoegen met een hotel: The Escher Museum Hotel. Alles aan die naam ademt citymarketing op één doelgroep. Die van de mondiale middenklasse, die hier voor een prikkie heen vliegt voor het soort genoegens waar het zo goed in is: eten, drinken, foto’s, en achter gidsen met opgestoken paraplu’s aansjokken.

Niets ten nadele van die verdienstelijke graficus, met z’n mathematische prenten, maar dit is wel tekenend voor een manier van denken waar de Raad voor Cultuur nu terecht vraagtekens bij plaatst.

Toeristen zijn dol op Eschers werk. En dat Bauhausstijltje, met die gekke scheve raampjes, dat heeft ook wel iets grafisch-wiskundigs, toch? Ik zie de onvermijdelijke zwart-witdecoratie al voor me, van vissen die in vogels veranderen in het hotelkamerbehang, de onlogische trappenhuizen, de vervormende spiegels en meer van dat soort plaisanterieën.

Arme ambassade. Amper is ze hersteld van de handboeien van de terreurdreiging of ze krijgt weer nieuwe omgebonden. Maar dan verpakt als een optische illusie.

Christiaan Weijts schrijft iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts