‘Euroscepsis verlamt de nationale politiek’

Nederland kan niet zonder Europa, schrijft de Raad van State, de belangrijkste adviseur van de regering, in zijn jaarverslag. „Nationale en Europese instituties zijn nog maar moeilijk te onderscheiden”.

Portret van Piet Hein Donner, vicevoorzitter van de Raad van State.

Nederland is machteloos zonder Europese samenwerking. Debatten over Europa worden steeds meer gezogen in een „schijntegenstelling” met nationale autonomie aan de ene kant en Europese samenwerking aan de andere. En juist euroscepsis verlamt de slagvaardigheid van de nationale politiek. Dat schrijft de Raad van State, de belangrijkste adviseur van de regering, in zijn jaarverslag.

Debatten over Europa „miskennen het feit dat in Europa nationale staten voor hun eigen functioneren inmiddels zo verweven zijn met de Europese ordening dat de een niet ter discussie gesteld kan worden zonder dat de ander in het geding is”, schrijft de Raad. Het jaarverslag is traditioneel een beschouwing op de staat van de Staat. Het wordt geschreven door de vice-president van de Raad, nu Piet Hein Donner. Hij gaat later dit jaar met pensioen.

Het is „verontrustend” dat in steeds meer Europese landen de noodzaak samenwerking ter discussie staat, schrijft de Raad van State. De „verworvenheden van bestaande samenwerking worden als vanzelfsprekend beschouwd”: volgens de Raad beseffen eurosceptici niet wat de gevolgen van ontvlechting van samenwerking zou zijn. „Minder groei, minder welvaart en lagere inkomens.”

En nog belangrijker: euroscepsis van politici en burgers maakt natiestaten volgens de Raad van State niet effectiever, maar verlamt juist politieke besluitvorming. In een interview met NRC zegt Donner: „Kijk naar de uitdagingen waar we voor staan. Klimaatverandering, terrorismebestrijding, sociale zekerheid, veiligheid. Dat kan je niet nationaal oplossen.” Grensoverschrijdende problemen vragen volgens Donner juist om verregaande Europese samenwerking. Teveel nadruk op (vermeende) soevereiniteit van nationale politiek leidt dan af van de noodzaak van internationale oplossingen, vindt Donner.

Kwaadwillend

De natiestaat is namelijk inmiddels zó verweven met Europese samenwerking, dat van een tegenstelling tussen nationale autonomie en Europees beleid volgens de Raad geen sprake meer is. „Nationale en Europese instituties, recht en regels zijn nauw verweven en nog maar moeilijk te onderscheiden”, schrijft het in het jaarverslag. Om überhaupt te kunnen overleven is de natiestaat dan ook afhankelijk van Europese samenwerking: alleen dan kunnen problemen worden opgelost.

De Raad van State vraagt bovendien aandacht voor de „groeiende complexiteit en toenemende onderlingen verstrengeling van regels”. Dat zorgt er volgens de Raad voor dat veel regels en wetten onduidelijk of zelfs onbekend zijn voor burgers. Tegen NRC pleit Donner, naar Frans voorbeeld, voor een wet die burgers niet direct verantwoordelijk maakt voor een fout in hun omgang met de overheid. „We moeten er niet direct van uit gaan dat burgers kwaadwillend zijn”, zegt Donner.

    • Mark Lievisse Adriaanse
    • Folkert Jensma