Recensie

De T-Roc is een keurige auto (en overbodig)

De T-Roc van VW geeft mensen wat ze denken dat ze willen, aldus .

De Volkswagen T-Roc bij Heron Auto Amsterdam Foto Merlijn Doomernik

In een benauwde droom moet de bestuursvoorzitter van VW mij zijn T-Roc uitleggen. Dat is als een gesprek tussen twee loonslaven die elkaar bij de koffieautomaat wijsmaken dat ze hun miezerige levens naar hun pijpen laten dansen; we acteren controle. Hij meent niet wat hij zegt en ik geloof niet wat ik hoor. De waarheid verdwijnt in een zwart gat tussen fictie en werkelijkheid, terwijl we dwars door elkaar heen kijken. Veel gesprekken zijn zo.

Voor de transparantie zet ik de eerlijke antwoorden die ik niet krijg tussen haakjes. Hij begint: „Kijk, is hij niet beeldig? Onze nieuwe, nonconformistische crossover in de Golf-klasse!” Ik: „Die hadden jullie toch al? De Tiguan!” Hij: „Die is duurder en we misten nog een speels alternatief.” (= „We hadden snel iets goedkopers nodig, nu de Fransen, Koreanen en Japanners ons het gras voor de voeten wegmaaien met hinderlijk betaalbare designpaleisjes. Door het volk voor elke tech- en led-scheet te laten bijbetalen zorgen we dat het lekker toch VW-geld uitgeeft.”) Ik: „Het is een SUV, maar je koopt hem met voorwielaandrijving.” Hij: „We bieden 4×4 als optie aan.” („U weet toch dat het SUV-rijders geen sodemieter interesseert wat auto’s kunnen?”). Ik: „En wordt het dan een terreinwagen?” Hij: „Dan is hij heel wat mans, mijnheer!” („Ik zou de proef niet op de som nemen, compadre”.)

Hij pepert me de hoge instap in en het gebruiksgemak. Ik: „Wat kan hij meer dan een Golf?” Hij: „De kofferbak is groter.” Ik: „Dat geldt helaas niet voor de ruimte achterin.” Hij: „Zo ervaren wij dat niet en bovendien; de markt vraagt om de T-Roc.” Ik: „Omdat de mensen hem misten, of omdat jullie hem bouwen?” Hij: „Ze vallen voor zijn frisse uitstraling. Ze willen leuk rijden.” En hij schildert me de tijdgeest die VW nu haarscherp op het netvlies heeft, uitbundig en een beetje stout, een beetje.

Ik stap in, op zoek naar het leuke. Leuk is een greep uit de beautycase. Een oversized chroomlijn daalt vanaf de dakrand af langs de elektrisch afsluitbare achterklep. Strak en hoogpotig, met een snaakse wenkbrauwlijn over de achterwielkasten, daagt hij op 17 inch Mayfield-velgen de amusementsbehoeftige burgerij uit. Mijn T-Roc Style is een tweekleurige, White Silver met bruin dak. Kurkuma Yellow met zwart dak kan ook, of Atlantic Blue met een wit. Speels.

Bandenkelder

Over het praktische: de kofferruimte heeft een volume van 445 liter, 65 liter meer dan de Golf. Je ziet het er niet meteen aan af. Maar let op: de vloer is verstelbaar, de bodem een afdekluik. Ik kan hem een etage laten zakken in de verborgen, bassinvormige groeve eronder. Dat wil zeggen: als je hem zonder het reservewiel bestelt dat daar hoort te liggen. Lekke banden zijn dan provisorisch te repareren met de TyreFit-set in een keurig opbergvakje. Mij best, in de dertig jaar dat ik rijd, heb ik nooit met een lekke band gestaan. Het is kaal in die bandenkelder: een gat met de onbeklede bodemplaat in de kleur van de auto. Zo zagen kofferruimtes er vroeger uit. Dat is VW niet gekleed genoeg. De klant wil een vlakke vloer met tapijt. Dat is deftiger.

Moet de T-Roc deftig willen zijn? Zou hij niet meer de ruwe bolster moeten zijn voor jongens met elektrische gitaren? Nee. Hij hoeft er alleen maar op te lijken. De VW-rijder wil toch zijn elektrische kofferklep, zijn touchscreen multimediapanelen, zijn stoel- en stuurverwarming, zijn dodelijk vermoeide Duitse kwaliteit. Op dat snijvlak van uitdagend en onkreukbaar staat de T-Roc stoer maar tactisch wankel op de benen. Op de vorm na is er niets waarvan je zegt: yes, typisch T-Roc! Van de stoelen tot de meters heb je zijn interieurarchitectuur in honderd andere VW’s gezien. Zo rijdt hij ook; een keurige scholier, zevens en achten. Rationeel gesproken zou je zeggen: VW snijdt zich met deze auto in de vingers, hij is overbodig. Ik zie niet in waarom je aan een T-Roc vijftienduizend euro meer zou uitgeven dan aan de voortreffelijke Polo die achterin even ruim is, even luxueus is uit te rusten, en met dezelfde driecilindermotor ruim een liter minder drinkt per honderd kilometer. Maar ik kan mokken als Brugman, mensen gaan hem kopen. Die CEO spreekt misschien niet de waarheid, hij heeft wel gelijk; hij geeft de mensen wat ze denken dat ze willen.

    • Bas van Putten