Een happenteller in je waffel

Janneke kookt Janneke Vreugdenhil las deze week over food-sciencefiction, zoals een happenteller in je mond. En ze tipt een recept waar de teller van op hol zou slaan.

Foto Merlijn Doomernik

Zomaar een greep uit de tot de rand gevulde grabbelton met hoe-voorkomen-we-dat-we-aan-onze-eigen-vraatzucht-ten-onder-gaan-nieuwsberichten van de afgelopen weken: Amerikaanse ingenieurs hebben een zogenaamde happenteller ontwikkeld. Het gaat om een mini-sensortje, 2 bij 2 millimeter, die je op je tand kunt plakken en die niet alleen bijhoudt hoeveel je in je waffel stopt, maar bijvoorbeeld ook hoeveel suiker, zout en alcohol je binnenkrijgt. Het schijnt nog even te duren voor dit tandjuweel in de handel komt, maar wannéér het gebeurt, voorspel ik alvast een herwaardering van het oude gezegde ‘ieder pondje gaat door het mondje’.

Dan was er de radioloog, alweer een Amerikaan, die met behulp van argon gas een zenuw onderaan de slokdarm van zijn obese patiënten bevroor en hen zo in 90 dagen 3,6 procent van hun lichaamsgewicht liet verliezen. Het gaat om een zenuw die, in onbevroren staat, de hersenen het signaal geeft dat de maag leeg is. Even rekenen. Een persoon van 150 kilo – een wild gokje – viel dus 5,4 kilo af in 3 maanden tijd. Dat is niet zo heel spectaculair, toch? Blijkbaar wel, want het experiment wordt als zeer succesvol gezien en zal op grotere schaal worden voortgezet.

Tot besluit was daar voedingsgigant Nestlé, die in Engeland een chocoladereep op de markt bracht met ‘gestructureerde suiker’. Voor de Milkybar Wowsomes (goeie naam!) wordt suiker vermengd met melkpoeder en water, verneveld in warme lucht en vervolgens gedroogd. Daardoor ontstaan poreuze, amorfe suikermoleculen die hun zoete smaak sneller afstaan. Waardoor er minder van nodig is. Saillant detail: het gaat om repen met witte chocolade, die nu dus 30 procent minder suiker bevatten, maar die waarschijnlijk nog steeds op die typisch wittechocoladeachtige manier verzengend zoet zijn.

Lees ook: Gezond eten is een kwestie van gezond verstand

Ik vind het allemaal prima hoor, deze food-sciencefiction. Of non-fiction, moet ik natuurlijk schrijven. Er zal toch íéts moeten gebeuren, en laten we vooral niet redeloos bang zijn voor nieuwe technologieën. (Hoewel ik die happenteller van een hoog Big Brother-potentieel verdenk.) Alleen één ding: ik mag toch hopen dat er in de toekomst ruimte blijft om te genieten van eten. Gezond, vanzelfsprekend. Maar mag het alsjeblieft ook nog domweg lekker zijn?

Gegrilde little gem met kefir-parmezaandressing

(4 pers.)

Voor de dressing:

125 ml kefir (of karnemelk); 75 g fatsoenlijke mayonaise; 1 teentje knoflook, gepeld; 1 niet te zuinige tl dijonmosterd; 75 g versgeraspte Parmezaanse kaas; rasp van 1 citroen + een beetje citroensap

Voor de salade:

een klein handje (2 – 3 el) gemengde zaden, zoals sesam-, lijn-, hennep- en maanzaad en zonnebloempitten; 4 – 6 kropjes little gem; olijfolie; een snuf pul biber (milde, Turkse chilivlokken)

Maak eerst de dressing. Doe de kefir, mayo, knoflook, mosterd, parmezaan en citroenzest in de mengkom van een blender of keukenmachine en draai tot een gladde saus.

Proef en maak op smaak met een kneepje citroen, zo nodig zout (maar wees terughoudend, de kaas is al zout) en versgemalen peper (wees daar royaal mee). U heeft nu een jampot vol dressing, genoeg voor deze salade en een restje in de koelkast.

Rooster de zaden eventjes in een droge koekenpan. Verhit een grillpan tot hij begint te walmen.

Halveer de slakropjes in de lengte en kwast de snijvlakken lichtjes in met olijfolie. Gril de little gems heel even, alleen op de snijkant, net lang genoeg om een mooi streeppatroon te verkrijgen.

Leg de gegrilde sla op een grote schaal of maak individuele bordjes op.

Zigzag er een niet te zuinige hoeveelheid dressing over en bestrooi met de geroosterde zaden en een heel klein snufje pul biber.

    • Janneke Vreugdenhil