Ecorexia: ontzettend duurzaam zijn, en ontzettend ongelukkig

Groen doen Elke week gidst NRC je richting een duurzaam leven.

Foto iStock

Onlangs kreeg ik een uitnodiging voor een etentje. Of ik wél vis at – de afzender was ervan uitgegaan dat ik geen vlees eet. Ik word wel vaker aangezien voor vegetariër. En steeds moet ik schoorvoetend opbiechten dat ik gewoon hamburgers, braadworsten en gehakt eet. Biologisch, dat wel. Maar toch. „Ja, maar jij schrijft toch over groene dingen? Jij houdt toch van natuur?”

Dat klopt, en ik probeer mijn vleesconsumptie in te perken, maar vegetariër ben ik niet. Twintig jaar geleden, op mijn twaalfde, heb ik het overwogen. Alleen: ik durfde niet. In die tijd was geen vlees eten nog niet mainstream zoals nu, en als puber wilde ik toch vooral zo normaal mogelijk zijn. Inmiddels vrees ik niet meer voor imagoschade, maar veel vleesvervangers (blauwe kaas!) lust ik niet. En toegegeven: ik ben ook gewoon te lui om mijn eetgewoonten te wijzigen.

Nu we toch bezig zijn: ik heb geen auto, maar ga wel soms met het vliegtuig. Ik scheid netjes mijn afval, maar soms verdwijnt er onterecht wat bij het restvuil. Ik heb een groene tuin mét tegels.

Tegenover mijn lakse persoon staan de duurzaamheidshelden, die hun kleding wassen met een ecologische wasmagneet en hun eten niet afdekken met folie maar met een doek van bijenwas.

Enerzijds ben ik jaloers op hun doortastendheid. Anderzijds kun je ook doorslaan in duurzaamheid. De laatste tijd las ik een aantal interviews met mensen die zo bewust leven dat ze er ongelukkig van worden. Zo’n obsessie met groen leven wordt ‘ecorexia’ genoemd, al is die term in de wetenschap niet terug te vinden.

Té duurzaam leven kan saamhorigheid soms ook in de weg staan

„Soms begreep ik mezelf niet eens”, aldus een vrouw in tijdschrift Viva. „Het was een bewuste keuze om geen auto te rijden. Maar ik belde soms wel een taxi. Ik raakte in de war van mijn eigen filosofie, maar voelde een continue drang om goed voor het milieu te zorgen.”

Wat drijft iemand ertoe extreem duurzaam te leven? Verlangen naar controle? De wens om het gedrag van milieuvervuilende medemensen te compenseren? Perfectionisme? Of gaat het om identiteit? Het verlangen om bij een bepaalde groep te horen – die van de duurzame mensen.

Maar té duurzaam leven kan saamhorigheid soms ook in de weg staan. In het AD vertelde een moeder onlangs dat haar zoon woedend werd toen hij vilten schoenen moest dragen: „Hij wilde stoere sneakers, niet die stomme dingen die ik hem opdrong.” En dus besloot ze wat losser te worden. Soms leidt iets minder duurzaamheid tot duurzamere relaties.