De nieuwe lente in het Nederlandse basketbal

Achtergrond Groningen staat verrassend in een Europese halve finale. Staat dit voor een bredere ontwikkeling in het Nederlands basketbal?

Een uitverkocht Martiniplaza, de thuisbasis van het Groningse Donar, eind vorige maand. De club heeft historisch een grote achterban. Foto Kees van de Veen

Een maandagavond, juni 2016. In zalencentrum NDC den Hommel in Utrecht vergadert de bestuurlijke top van het Nederlandse basketbal, ruim vijftien man. In de kern is het een crisisberaad, al is de sfeer er niet naar. De meesten hebben vaker moeilijke periodes meegemaakt in het basketbal en schrikken niet meer zo snel. Het is gemoedelijk. Na afloop wordt op het terras nog wat gedronken, het is een warme dag geweest.

De situatie in de eredivisie is zorgelijk, dat jaar. Acht teams telt de competitie, maar het voortbestaan van twee clubs staat op het spel: Weert en zestienvoudig landskampioen Den Bosch. Als zij wegvallen, wankelt ook de toekomst van de eredivisie. Zes teams zou een dieptepunt zijn. Een van de aanwezigen zegt nu: „De competitie was op sterven na dood.”

De problemen zijn veelomvattend, met een gebrek aan geld als rode draad. Het semi-professionalisme heeft de overhand. Sponsors zijn sinds de crisis (2008) moeilijk te vinden, budgetten teruggelopen, salarissen gedaald en spelers hebben er regulier werk naast. Het is hangen en wurgen, voor de meerderheid van de clubs.

Die avond in Utrecht presenteert de competitieleiding een reddingsplan, Buzzer beater genaamd. Er moet wat gebeuren. De instabiliteit en financiële problemen zijn door de jaren heen structureel. Elke zomer vechten met name kleinere clubs om de begroting rond te krijgen. Twee seizoenen eerder ging Den Helder failliet, voor de derde keer in tien jaar.

10.000 euro inschrijfgeld

De Dutch Basketball League (DBL) is een gesloten competitie, zonder promotie en degradatie. Je kunt in principe instappen als je een hal, spelers, een coach en genoeg sponsors hebt. Een begroting van tweeënhalve ton wordt als minimum gezien. Toetreding kan na toetsing van de financiële mogelijkheden en met 10.000 euro inschrijfgeld. Doordat het aantal clubs beperkt is, wordt een dubbel programma afgewerkt. Hoogtepunt: de play-offs, vanaf eind april.

De clubs zijn zelf eigenaar van de competitie. Ze zijn verenigd in een overkoepelende organisatie, de DBL, met een driekoppig, onbezoldigd bestuur, verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de league. Clubs zijn in zekere zin afhankelijk van elkaar, ze moeten het samen doen. Te weinig teams betekent geen competitie. De crux van het reddingsplan: hoe kunnen ze hun ‘product’ – de eredivisie – gezamenlijk sterker maken. Wetende dat de sport hier klein is, de basketbalbond zit al jaren op zo’n 40.000 leden.

Achter de schermen in Martiniplaza, de thuisbasis van Donar.

Foto Kees van de Veen

Met name de kleinere clubs moeten professionaliseren en bedrijfsmatiger aangestuurd gaan worden. Zij leunen nu veelal op vrijwilligers. Het moet commerciëler, meer gericht op de beleving van fans, met strakkere regie bij wedstrijden, livestreaming via site en app. Basketbal moet mee in de vaart der volkeren.

De praktijk is weerbarstiger. Neem Aris Leeuwarden, vijf jaar geleden nog finalist, nu worstelend in de middenmoot. Tot vier jaar terug hadden ze een begroting van een half miljoen, maar nadat een hoofdsponsor afhaakte konden ze twee ton minder besteden. Ze moesten saneren, er werd afscheid genomen van een managementbureau dat de club runde. De organisatie kwam weer in handen van vrijwilligers. „We draaien op gekken die er heel veel energie in stoppen”, zegt bestuurslid Gert Schurer.

Zeven van de elf spelers hebben een salaris. De rest speelt op amateurbasis of is semi-professioneel, zij werken of studeren ernaast. Drie auto’s heeft de club voor de spelers, die moeten ze onderling delen. En als de ploeg 60 kilometer verderop in Groningen speelt, huren ze geen bus. „Dan gaan we gewoon met de auto.” Scheelt op een seizoen 1.500 euro bushuur – twee keer 750 euro voor die twee uitwedstrijden.

Ze zijn grotendeels afhankelijk van sponsors, vertelt Schurer. Slechts 5 tot 10 procent komt uit wedstrijdrecettes en seizoenkaarten. Ze willen groeien. „We moeten challengen.” Ze kijken „strontjaloers” naar de topclubs, die betaalde krachten in de organisatie hebben. Om dat weer in Leeuwarden te bereiken moeten ze terug naar een begroting van een half miljoen – maar vindt het geld maar eens.

Terug naar juni 2016. Na die eerste bijeenkomst komen de bestuurders vaker samen, zes werkgroepen maken plannen die de competitie op langere termijn stabieler, spannender en zichtbaarder moeten maken. Maar de korte termijn dwingt tot snel handelen.

Donar plaatste zich eind maart voor de halve finale van de Europe Cup.

Foto Kees van de Veen

Grootmacht Den Bosch dreigt failliet te gaan. Hoofdsponsor SPM is gestopt en er is een betalingsachterstand van 250.000 euro. En in Weert rommelt het bestuurlijk en financieel al jaren. De situatie verslechterde na het faillissement van hoofdsponsor Maxxcom in 2015.

Met man en macht wordt gewerkt om beide teams te behouden. „Iedereen had wel zoiets van: dit is te mooi om helemaal stuk te laten gaan”, zegt Marcel Verburg, voorzitter van Leiden en destijds de hoogste man bij de DBL.

Loyaliteit van de andere clubs wordt gevraagd. Weert heeft een schuld van duizenden euro’s opgebouwd bij de DBL, door achterstanden in hun jaarlijkse contributie en scheidsrechterskosten. Clubs stemmen ermee in dat dit wordt afgeboekt van de gezamenlijke pot. Ofwel: ze dragen zo indirect bij aan de herstructurering van Weert.

Bij Den Bosch stapt de invloedrijke sportmarketeer en basketballiefhebber Bob van Oosterhout in met zijn bedrijf Triple Double. De organisatie wordt gerevitaliseerd, schulden weggewerkt, tientallen bedrijven vastgelegd en de begroting wordt opgeschroefd naar 1 miljoen.

De zwakke plek

September 2016, tien dagen voor het begin van de eredivisie, wordt duidelijk dat er weer acht teams zijn. De competitie is gered.

Het huis stond in de fik, er is geblust en de opbouw begint. Er is een nieuw realisme ontstaan. Clubs draaien niet langer op één hoofdsponsor. Het was de zwakke plek: viel de grootste geldschieter weg, dan klapte de club om. Nu wordt geprobeerd een bredere basis te leggen, met een grote groep sponsors en partners.

Lichtend voorbeeld is Donar. De Groningse club heeft geen hoofdsponsor, maar is met zo’n tweehonderd businessclubleden en hoge recettes verzekerd van een stevig fundament. Donar, dat historisch een grote achterban heeft, is met een begroting van ruim 1,5 miljoen euro (dat groeit naar 1,8 miljoen) de kapitaalkrachtigste club.

Met drie landstitels in de laatste vier jaar en op koers voor een nieuw kampioenschap, stijgt Donar boven het veld uit. Hun Europese krachttoer – halve finale Europe Cup – lijkt op zichzelf te staan en niet onderdeel te zijn van een bredere Nederlandse ontwikkeling.

Donar laat zien wat Europees mogelijk is, waar clubs vroeger nog bedankten voor Europese deelname om de kosten. Andere teams „spiegelen” zich daaraan, zegt Donar-coach Erik Braal, zaterdag in Den Bosch, na een zege. „Mensen zien hoe we spelen, dat we de bal delen. Dat wordt hier ook gezegd: zo moet je spelen, alleen zo kan je Europees succes hebben.”

Toen hij drie jaar terug begon bij Donar waren de Europese duels vooral „voor de teambuilding”, niet zozeer voor het resultaat. Nu wil de club structureel meedoen in Europa, ook omdat de eredivisie te weinig te bieden heeft. „Als je alleen de Nederlandse competitie zou spelen, zou ik het heel saai vinden”, zegt Martin de Vries, Donars bestuurslid technische zaken.

Langjarige trends zijn dalend

De top is uitgedund, doordat clubs verdwenen of een stap terug deden. De langjarige trends zijn dalend. Tien jaar terug hadden Den Bosch (toen met sponsor Eiffel) en Amsterdam (Eclipsejet MyGuide) begrotingenvan rond de 3 miljoen euro. Daar komt nu geen club bij in de buurt.

Salarissen zijn fors gedaald, klinkt het. Cijfers geeft de DBL niet. Sommige Amerikanen kregen destijds 20.000 euro per maand. Nu ondenkbaar. Bij het gros van de clubs variëren de salarissen tussen de 1.700 en 3.000 euro. Met uitschieters naar boven – maar vooral naar beneden. Basiskrachten van Donar zitten daar ruim boven, zeggen meerdere mensen. Bestuurslid De Vries wil niet op salarissen ingaan.

Zo’n 70 eredivisiespelers hebben een (volwaardig) salaris, 50 zijn amateur of krijgen een onkostenvergoeding, blijkt uit de rondgang. Woning en vervoer zijn vaak inbegrepen.

Iedereen probeert op zijn manier te overleven. Weert maakte vorig jaar een nieuwe start met opleidingsclub Basketbal Academie Limburg. Drie selectiespelers van 17 en 18 jaar moeten 5.000 euro opleidingskosten betalen. „Je krijgt bij ons de kans om je op het allerhoogste niveau te laten zien, en als je dat doet, ga je naar een profcontract toe”, zegt voorzitter Gerard Ackermans. Zes meer ervaren spelers krijgen een jaarsalaris tót maximaal 8.000 euro.

Apollo Amsterdam heeft met zo’n 150.000 euro de laagste begroting. Met daarnaast barterdeals die de club (in natura) veel oplevert, vertelt voorzitter Ramon Siljade. Bedrijven leveren producten of diensten op het gebied van kleding, vervoer, fysieke training, huisvesting en krijgen daar naamsbekendheid voor terug.

De volgende stap is dat de club naar „meer cash” gaat. Opsteker in deze: dinsdag presenteerden ze RAI als shirtsponsor. Drie van de veertien spelers kunnen van hun sport leven. Spelers studeren of werken ernaast, trainingen zijn ’s avonds zodat het te combineren is. De coach heeft er ook een baan naast.

Investeren in nieuwe carrière

Kees Akerboom jr. (34) is nu de helft van zijn leven prof. Hij speelde altijd in de top, vooral bij Den Bosch, zijn huidige club. Het einde nadert. „Het is geen vetpot”, zegt Akerboom, 99-voudig international. Hij is vader van drie kinderen. Zijn vrouw werkt, ze hebben een hypotheek. Om te voorkomen dat hij na zijn carrière zonder baan komt en financieel terugvalt, investeert hij in een nieuwe loopbaan. Sinds januari werkt hij ook 12 uur per week bij Biesheuvel Techniek, leverancier voor onderhouds- en productiebenodigdheden.

Met het dalen van de lonen zag Akerboom het niveau in de competitie achteruitgaan, met ook kwalitatief mindere Amerikanen. „We kunnen het als basketballand maar niet voor elkaar krijgen de sport te laten groeien.”

Dat is precies wat het DBL-bestuur onder voorzitter Ramses Braakman ambieert. Ze willen een grote competitiesponsor binden en de sport vermarkten. Maar dat is complex met een competitie die zijn beperkingen heeft. Ziggo Sport zond de afgelopen twee seizoenen op donderdag eredivisiebasketbal uit, maar stopte daarmee „omdat we de kijker meer kijkplezier doen door ons te richten op andere zaken”, zegt Ben Visser, hoofd programmering. Van de play-offs en de Europese wedstrijden doen ze wel verslag. Europese duels van Donar trekken zo’n 50.000 kijkers.

Wat zou helpen is een volwaardige competitie met meer teams – dit seizoen zijn er negen. Doel is uitbreiding naar twaalf tot veertien ploegen. Zes potentiële nieuwkomers zijn eind 2016 uitgenodigd voor een presentatie: hoe begin je een club, hoeveel geld heb je nodig.

Den Helder kwam er voor dit seizoen bij. En Dordrecht verwacht volgend seizoen in te stromen met een begroting van minimaal 450.000 euro. Er zijn ook plannen in Haarlem, Den Haag, Wijchen, Utrecht. Initiatiefnemers in die steden zeggen: het grote probleem is het vinden van sponsors, of de accommodatie.

Feyenoord basketbal

Langzaam klimt het Nederlands basketbal uit de put, zeggen velen. Er gebeurt veel. Zoals in Rotterdam, dat opkrabbelt na jaren in de marge. Daar verwachten ze volgend seizoen onder de naam Feyenoord te kunnen spelen, als onderdeel van de plannen voor een multisportvereniging, met naast het vlaggenschip voetbal ook hockey, handbal en volleybal.

„Ik merk nu al toenemende interesse bij bedrijven, het merk is heel sterk”, zegt voorzitter Cees-Willem Koorneef. Ze hebben nu twintig seizoenkaarthouders. „We staan aan de vooravond van een spannend seizoen.” Hij hoopt richting de honderd seizoenkaarten te gaan. „Laten we dan weer eens afspreken.”