Kan chemo de Tasmaanse duivel redden?

Natuurbescherming

Door besmettelijke kanker staat de Tasmaanse duivel op de rand van uitsterven. De kanker blijkt nu gevoelig voor tumorremmers.

Onderzoekers nemen een monster van een in het wild gevangen Tasmaanse duivel, voor genetische analyse. Foto Maximilian Stammnitz

De overdraagbare tumoren die de Tasmaanse duivel met uitsterven bedreigt, blijken gevoelig voor bepaalde kankerremmende middelen. Dat hebben Britse en Australische biologen uitgezocht in uitgebreid laboratoriumonderzoek dat deze week verscheen in het blad Cancer Cell. Het is goed nieuws voor natuurbeschermers. Het betekent dat er mogelijk iets te doen is aan de dodelijke epidemie.

Tasmaanse duivels (Sarcophilus harrisii) zijn viervoetige buideldieren die leven op het eiland Tasmanië, ten zuiden van Australië. Behalve dat ze ’s nachts ijselijk kunnen gillen (vandaar hun naam duivel) bijten ze elkaar veel. Ze vechten om van alles: om territorium, om voedsel of om een partner. Het hoort erbij, het is hun manier van leven. De wonden die ze bij de onderlinge ruzies en ruzietjes oplopen, genezen wel weer.

Toch kan het gebijt levensbedreigend zijn: via de wondjes wordt soms een gevaarlijke huidkanker overgedragen. De tumor bestaat uit de huidcellen van één dier die door mutaties onsterfelijk zijn geworden en die zich nu via beten uitzaait. De tumor werd voor het eerst ontdekt in 1996 bij Tasmaanse duivels in het noordoosten van het eiland. Daarna verspreidde het zich verder over het eiland, wat zijn tol eiste op de populatie van de dieren.

In 2014 ontdekten biologen in het zuidoosten van het eiland een tweede besmettelijke kanker bij Tasmaanse duivels. Die leek erg op de eerste, met gezwellen aan de kop en in de mond, maar onder de microscoop en bij genetische analyse bleek deze toch anders.

Besmettelijke kankers, zonder dat er een virus in het spel is, zijn heel zeldzaam. Er is een seksueel overdraagbare kanker bekend bij honden en bij schelpdieren zijn er in totaal vijf leukemie-achtige besmettelijke tumoren gevonden. Daarom is het des te opvallender er zich bij de Tasmaanse duivel in korte tijd twee keer zo’n kanker ontwikkelde.

Een team onder leiding van geneticus Elizabeth Murchison van de University of Cambridge heeft het nu tot op de bodem uitgezocht. In de tumorcellen waren geen virussen te vinden, die de kanker zouden kunnen veroorzaken. Interne genetische veranderingen moeten dat in gang hebben gezet.

Het onderzoek bevestigde dat beide tumorlijnen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan. De eerste kanker blijkt terug te voeren op één vrouwtje waarin de cellen door DNA-mutaties ontspoorden. De tweede tumor begon bij een mannetje, te zien aan resten van een Y-chromosoom in de tumor.

„In onze studie ontdekten we dat de genetische architectuur van beide tumorlijnen erg op elkaar lijkt”, mailt Max Stammnitz, eerste auteur van het artikel. „Allebei bevatten ze een spectrum aan kleine mutaties en hebben ze soortgelijke grote structurele veranderingen in de chromosomen. Hoewel we geen bronmutatie hebben kunnen identificeren, zien we dat in beide tumoren dezelfde klassen van belangrijke genen zijn aangetast, met name in de genen die coderen voor zogeheten receptor-tyrosine kinases. Deze genen zijn uitvoerig bestudeerd in menselijke tumoren, en daarbij is vastgesteld dat ze bijdragen aan de ongebreidelde groei.”

De onderzoekers testten vervolgens een breed palet van 104 verschillende tumorremmers op kweken van beide tumorlijnen. Beide bleken in hun groei geremd te worden door remmers van tyrosinekinases. zoals de middelen afatinib en dasatinib. Die worden gebruikt als chemokuur bij humane kanker, maar zijn duur, ongeveer 100 euro per pil.

„Het is zeker nog een ethische, financiële en politieke vraag of deze geneesmiddelen aan dieren in het wild gegeven moeten worden”, zegt Stammnitz, „Naar mijn mening zal het in de discussie over de kosten ook moeten gaan wat het kost als we deze iconische diersoort verliezen.”

Ook praktisch is het nog lastig voor te stellen dat tummorremmers de duivels kan redden, zolang er kans is op herbesmetting. „Geïnfecteerde duivels sterven meestal binnen enkele maanden nadat de eerste symptomen zich voordoen. Intussen kan één besmet dier nog tientallen andere duivels infecteren”