Recensie

Brieven schrijven aan een man in coma

Nathan Englander

Wie Englander leest zit in het hoofd van een in Israël gevangen spion en in het comateuze brein van een generaal. Het Israëlisch-Palestijnse conflict is niet ver weg.

In 2010 kwam een Australische spion in Israël in de gevangenis terecht. Hij was al jong naar dat land geëmigreerd om er in het leger te gaan. Als spion opereerde hij onder de naam Ben Zigier, maar hij was weinig succesvol en belandde dus in de cel, zo anoniem dat hij bekend werd als ‘gevangene X’. Hij verhing zichzelf in de cel, maar het duurde drie jaar voordat dat bekend werd. Men was X gewoon vergeten. Je kunt zeggen dat dat nog erger is dan mislukt zijn, maar niet voor de Amerikaanse schrijver Nathan Englander (1970). De vergeten spion werd de spil van zijn roman Weerzien in het midden van de aarde.

In deze roman maak je kennis met een spion, die hier Gevangene Z heet en al twaalf jaar opgesloten zit ergens in de Negev-woestijn. De cel heeft drie camera’s waarmee elke beweging van Z wordt vastgelegd. Een vierde ontbreekt omdat ‘een vierde camera overkill zou zijn voor de overkill, aangezien alleen al de raamcamera, met het vogelperspectief van zijn fish-eyelens, alle hoeken van de cel bestrijkt.’ De bewaker en de gevangene spelen samen bordspelletjes; elk jaar geeft de bewaker aan Z een cadeau: een schone badjas met ceintuur.

Switchend tussen verschillende plaatsen en tijden (2014 en 2002) kom je te weten wat er gebeurd is en om welke ideeën Z zo erg gestraft moest worden dat hij naamloos zou eindigen. Daarbij maak je kennis met onder anderen de Palestijnse Farid, een vrouw waar Z verliefd op is geworden, en de tweede belangrijke figuur in deze roman, De Generaal. Hij is de enige die weet van het lot van Z, zij het dat hij enkele jaren na de gevangenneming van Z in coma is geraakt.

Generaal in coma

Terwijl De Generaal (gemodelleerd naar oud-premier Ariel Sharon) in coma ligt, komen er flashbacks op zijn beslissingen in gevechten, en ook de gevolgen daarvan voor zijn ondergeschikten en zijn gesprekken over de Gaza. Daarnaast zijn er de herinneringen en ijldromen waarin een kogel de elfjarige zoon van De Generaal raakt. Telkens hoort De Generaal het schot en elke keer hoopt hij dat hij het verkeerd heeft gehoord, want ‘het is ondenkbaar dat een vader dit overleeft. Het klopt gewoon niet dat hij ook maar een seconde zou doorleven nadat hij in zijn armen heeft genomen wat niet waar kan zijn.’

„Ik vraag me vaak af waarom mensen een identiteit claimen”, zei Nathan Englander een paar jaar geleden in NRC. Het is een vraag die hij ook in deze roman aankaart. Iedereen doet zich hier in veel opzichten anders voor dan hij of zij is. Dat de twee naamloze personages die gevangen zitten – de een in zijn lichaam, de ander in de cel – daarbij de boeiendste zijn, pleit voor het vakmanschap van Englander.

Lees ook het interview met Englander uit 2012: ‘Joods? Amerikaanser dan ik bestaat niet’

Voor Z, die in zijn brieven aan De Generaal steeds minder de behoefte heeft zijn verhaal nog te vertellen maar alleen zijn identiteit of mens-zijn terug wil, geldt dat hij als gevangene vele malen fascinerender is dan de Z in vrijheid. Hoogtepunt van de roman is wat er met Z gebeurt wanneer hij hoort dat De Generaal al jaren in een coma lag zonder dat iemand dat hem had verteld.

Weerzien in het midden van de aarde, dat bijna in elk hoofdstuk van zowel tijd als personage verspringt, is eigenlijk een voortreffelijke verhalenbundel die tot roman is uitgewerkt. De ingewikkelde structuur accentueert dat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet een onderwerp is dat je in een verhaal kan pakken, en dat werkt.

John le Carré-roman

Englander is niet voor niets geprezen om de ijzersterke verhalenbundels Verlost van vleselijke verlangens (1999) en Waar we het over hebben wanneer we het over Anne Frank hebben (2012). Net als in die bundels weet hij ook in deze roman je in elk hoofdstuk snel bij de les te trekken. Daarnaast speelt hij met stijlen en genres en is het middendeel bijvoorbeeld een behoorlijk spannende John le Carré-roman.

Tegelijkertijd kleeft er een nadeel aan die structuur. Wat werkt in een hoofdstuk of verhaal, overtuigt niet altijd in een roman. Z bijvoorbeeld, die voor alles op zijn hoede is en in een staat van bijna-paranoia leeft, wordt zonder argwaan verliefd op een vrouw. Als lezer voel je aan dat er iets niet deugt aan haar, maar waarom Z dat volledig ontgaat, wordt niet duidelijk.

Ook het Israëlisch-Palestijnse liefdesverhaal dat naast dat van Z en De Generaal loopt is te zoetsappig. De lijntjes die in alle verhalen samengebracht worden in deze liefdesgeschiedenis tonen het nadeel van een roman boven een verhalenbundel. Wellicht is deze onmogelijke liefde die zo bepalend is geweest voor het lot van Z wrang bedoeld. Maar waarom is wrangheid nodig in een verhaal dat al genoeg indruk maakt met een Gevangene Z die in de comateuze Generaal zijn enige correspondentievriend ziet, en in de bewaker zijn enige vriend?