Recensie

Boter smokkelen in guur grensgebied

Joke van Leeuwen

Conformisme slokt eigenheid op. En hoe dat gebeurt, wordt in de roman Hier schitterend verteld.

Tekening Paul van der Steen

‘Ik hoor hier niet’, zegt een bijfiguur op driekwart van de schitterende nieuwe roman van Joke van Leeuwen (1952). En: ‘ik weet niet waar ik wel hoor, maar hier niet, misschien hoor ik ergens waar niemand echt hoort’. De spreker, Kors, is eerder in het verhaal het mikpunt van pesterij, later een wegloper, en altijd is hij het buitenbeentje. En geen hoofdrolspeler, maar een tegenspeler, die vooral bestaat om te contrasteren met de hoofdpersonen. Die horen daar wel.

Hier heet de roman en daarmee benadrukt Van Leeuwen meteen het belangrijkste gegeven: de plaats van handeling. Die heeft een allesbepalende invloed, want deze mensen, wezens met een vrije wil of niet, ontkomen niet aan hun wortels, aan hoe hun omgeving in hen doorwerkt. Heart is where the home is.

Die plaats, dat ‘hier’, is een bijna vergeten dorp aan de rand van een fictief en onbenoemd land. Het is ten prooi gevallen aan een totalitair regime, dat in de loop van de roman de achterlijkheid en armoede probeert te weerstaan door het land op slot te doen, een grenshek te plaatsen. Intussen volhardt het volk vreugdevol in de tradities. In hun feesten: iedere lente iets met stoffen ballen die door een gat gemikt moeten worden, en in de herfst een gemaskerd bal met aan het einde samen springen op muziek. Het blijft hún land.

Echt een Van Leeuwen-onderwerp, die Heimat, dat ergens horen. Zo is Hier een soort tegenhanger van haar vorige roman De onervarenen (2015), over Europeanen in de negentiende eeuw die juist heel ergens anders probeerden te wortelen: aan de andere kant van de oceaan. Dat ging maar moeizaam, ze bleven buitenstaanders. En daarmee ging het natúúrlijk over buitenstaanderschap, het thema dat de onveranderlijke kern vormt van Van Leeuwens schrijverschap. Maar in Hier belicht ze degenen die er wél bij horen.

Romig stroompje

Want aan de rand van dat land woont Stamvader, daar geplaatst als grensbewaker. Hij is staatsdienaar en modelburger, en hij houdt afstand tot zijn dorpsgenoten, die hij immers moet controleren. ‘Wantrouwen is zijn werk.’ Wanneer hij vermoedt dat een vrouw onder haar rok boter probeert te smokkelen, mag zij plaatsnemen naast de brandende kachel – en afwachten. Tot er een romig stroompje langs haar benen haar schoenen inloopt.

Stamvader is de eerste hoofdpersoon van Hier, diens zoon Bardo is de tweede, en diens dochtertje, die Kleine wordt genoemd, zou je de derde hoofdpersoon kunnen noemen. Even bepalende rollen zijn er, hoewel veelzeggend onderhorig en opererend op het tweede plan, voor de vrouwen: Onna, Stamvaders vrouw die jong verongelukt en tevens moeder van Bardo, en diens geliefde Mara. Eén hoofdpersoon is er niet, hun verhalen lopen door elkaar heen en volgen elkaar op. Het gáát juist om die opeenvolging van generaties, om dat wat doorgegeven wordt, daar in dat gure grensgebied.

Dankzij die vreemde namen en dat eigenaardige decor doet Hier aan als een legende, een beetje zoals Dit zijn de namen van Tommy Wieringa. Een verhaal dat zich niet bindt aan één tijd of plaats. Het verhaal suggereert: dit gaat over iets groters. Maar meer nog roept het Van Leeuwens werk voor kinderen in herinnering, en dan wel hoogtepunten als Iep! (1996) en Toen mijn vader een struik werd (2010). En dan niet alleen dankzij de innemende, speelse, maar ook eenzame kinderen (zoals Bardo die met een balletje gooit en ‘bij elke voltreffer juicht alsof hij een menigte is’), of een enkel ontregelend taalgrapje (de jonge Bardo zingt het volkslied als: ‘Heerlijk land, mooist op paarden, onze hopen waar de geit’). Het is vooral omdat er, zoals in die meesterlijke kinderboeken, wel een groot allegorisch verhaal verteld wordt, maar dat het in de eerste plaats de scènes en de personages zijn die je meesleuren en vastgrijpen, en die uiteindelijk beklijven.

We volgen hoe Bardo opgroeit, hij zijn moeder verliest en dankzij de baan van zijn vader een buitenstaanderspositie krijgt in het dorp – een guur verhaal. (Die afzondering van en tegelijk diepe verbondenheid met de plaats van handeling is de grootste en meelijwekkendste paradox van de roman.) We zien hoe zijn enige kindervriendschap resulteert in een allersmartelijkste scène met een hond. We volgen hoe Bardo met Mara de liefde ontdekt, hoe er een kind komt – het is niet uitsluitend guur. Hoe Stamvader verbiedt dat hun dochtertje Onna genoemd wordt – er blijft een deken van ongeluk over deze plaats liggen. Hoe Bardo zijn militaire dienstplicht vervult en zijn liefde voor Mara thuis achterlaat. Hoe hij Kors leert kennen – tussen de militairen het pispaaltje, en de volgzaam opgevoede Bardo verzet zich niet. Hoe Stamvader zijn baan verliest en gekluisterd raakt aan één plek: hij wordt zo dik dat zijn benen hem niet meer kunnen dragen. Hoe hij verkilt.

De alwetende verteller in Hier versterkt het legendarische gevoel én weet ons heel dicht bij de personages te brengen. Deze verteller kruipt gemakkelijk onder hun huid, geeft hun gedachten weer – al dan niet in de indirecte rede. En Van Leeuwen toont haar scherpe schrijversoog voor het levendige detail en de eigenzinnige formulering, die haar herkenbaar maakt uit duizenden. Zie de opvallende oren in deze zin, over moeder Onna: ‘Terwijl ze met een lepel kuiltjes voor hun wortels schept, denkt ze aan de bekenden in het dorp van haar jeugd, die nieuwe ervaringen met elkaar zullen delen waarvoor haar oren hier te ver weg zitten.’

De totalitaire staat

Het proza van Van Leeuwen is dichterlijk: ze schonk haar verteller welluidende woorden, die soms dankzij geniepig begin- of binnenrijm zelfs zangerig klinken. Van Leeuwen smokkelt zo zelf ook roomboter haar gure verhaal binnen: details die kleur geven, kleine waarnemingen die speelsheid verraden, menselijke gebaren die warmte wasemen. Haar zinnen zijn op een onopvallende manier rijk en smeuïg, waardoor er toch nog weldadige warmte het verhaal binnenstroomt.

Dat doet iets met de personages. En iets met het grote verhaal over de mensen die ergens horen – of in die veronderstelling leven. Dat verhaal wordt steeds tragischer, want modelburger Stamvader is in feite een buitenstaander – dat is wat de totalitaire staat, die niet om individuen geeft, met hem doet. Bardo neemt zich voor niet zoals zijn vader te worden, maar valt bij tegenslag terug in oude patronen – en dreigt ze door te geven aan Kleine.

Zo toont Van Leeuwen in Hier iets over het tegenovergestelde van buitenstaanderschap: conformisme. Namelijk: die slokt eigenheid op en probeert glad te strijken wat nou net bijzonder is aan een mens met een eigen, vrije wil. Een conformistisch land is een land waar niemand meer écht hoort, en wie er wel hoort, is eigenlijk geen mens meer.

In dat soort grote termen staat het er natuurlijk niet. Van Leeuwen kijkt naar de mensen, zoekt hun warmte, toont die. Alles wat Joke van Leeuwens werk zo sterk maakt, zit hierin, in Hier – een nieuw hoogtepunt in haar oeuvre.

    • Thomas de Veen