Bondgenoten van Trump worstelen met ‘Syrië’

Vergelding

Het staat nog niet vast of er militaire actie volgt tegen Syrië, maar in dit stadium moeten veel regeringen hun positie al bepalen.

Een hoge Iraanse functionaris, Ali Akbar Velayati (r), adviseur van Ayatollah Khamenei, was donderdag op bezoek bij Bashar al-Assad in Damascus. Assad liet weten dat een aanval op de regio de vrede en veiligheid bedreigen. Foto Syrisch persbureau SANA / EPA

De vermoedelijke gifgasaanval in het Syrische Douma van afgelopen zaterdag plaatst regeringen in veel landen voor een lastige beslissing. Kunnen zij een eventuele militaire actie van de Verenigde Staten tegen het bewind van president Assad, al dan niet met bondgenoten, steunen of niet? En doen ze ook actief militair mee? We kijken naar vier landen, waar deze afweging extra gevoelig ligt.

Turkije Spagaat

De Turkse reactie op de gifgasaanval op Douma laat zien in wat voor spagaat Turkije zit in Syrië. Na de aanval riepen Turkse leiders aanvankelijk op tot internationaal ingrijpen om het Syrische regime te straffen. Maar na dreigende taal uit Moskou en een telefoongesprek tussen president Erdogan en president Poetin matigde Ankara zijn toon aanmerkelijk.

„We hopen dat de gifgasaanval van het Syrische regime deze keer niet onbestraft zal blijven”, schreef regeringswoordvoerder Bekir Bozdag op Twitter. „Degenen die deze barbaarsheid, deze aanvallen, deze doden niet tegenhouden, zijn net zo schuldig als het regime”, schreef hij in een nauwelijks verhulde aanklacht tegen Rusland en Iran, bondgenoten van president Assad.

Maar maandag dreigde Rusland zijn steun voor de Turkse operatie in Afrin, Noord-Syrië, in te trekken. Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov zei dat de Turken de controle over Afrin moesten overdragen aan het regime. Erdogan reageerde fel: „We weten heel goed aan wie we Afrin terug zullen geven […] aan de bevolking van Afrin, wanneer de tijd rijp is. Wij zullen dit besluiten, niet Lavrov.”

Maar Erdogan beseft terdege dat de Turkse operatie in Afrin afhankelijk is van Rusland, dat het luchtruim boven Syrië controleert. Daarom drongen de Turken na Lavrovs verklaring niet meer aan op vergelding tegen Assad. Wel steunde Turkije de Amerikaanse resolutie in de Veiligheidsraad die opriep tot onafhankelijk onderzoek – die werd gevetood door Rusland.

Turkije probeert nu een bemiddelende rol te spelen om te voorkomen dat het gedwongen wordt partij te kiezen door de escalerende spanningen tussen Rusland en de Verenigde Staten. Erdogan zei donderdag dat Turkije „zeer bezorgd is door sommige landen, die vertrouwen op hun militaire macht, en Syrië veranderen in een virtueel worstelperk”.

Erdogan verklaarde dat de verbeterde relaties tussen Turkije, Rusland en Iran „geen alternatief” zijn voor zijn traditionele banden met het Westen – ondanks de recente spanningen. Hij zei dat Turkije „tot het einde toe” zal vechten tegen de Russische steun voor president Assad, én tegen de Amerikaanse steun voor de Syrisch-Koerdische militie YPG.

Verenigd Koninkrijk Behoedzaam

De Britse premier May en haar ministers steunen de samenwerking met Frankrijk en de VS om het vermoedelijke gebruik van chemische wapens door Assad af te straffen. May en haar ministers overlegden donderdag twee uur over een reactie op de aanval met gifgas in het Syrische Douma afgelopen weekend. De regering drukte zich behoedzaam uit. „De ministerraad is het eens over de noodzaak om actie te ondernemen om de humanitaire nood te verlichten en in internationaal verband te reageren op het gebruik van chemische wapens door het Assad-regime”, zo luidde de verklaring.

Voor May ligt de zaak extra gevoelig omdat de regering van haar voorganger David Cameron een pijnlijk figuur sloeg bij een soortgelijke gifgasaanval in 2013. Toen wilde Cameron zich aansluiten bij militaire actie tegen Syrië, maar het Lagerhuis stak hier een stokje voor.

May en haar ministers zeiden donderdag van mening te zijn dat het Assad- regime een geschiedenis heeft wat betreft het inzetten van chemische wapens, en dat het zeer aannemelijk is dat Syrië ook verantwoordelijk is voor de aanval van zaterdag. Het Britse kabinet besloot dat actie noodzakelijk is om het Assad-regime te laten inzien dat het gebruik van chemische wapens echt niet kan.

Israël Delicaat

Israël bevestigt het niet, maar de hele wereld weet het: in de nacht van zondag op maandag voerde het een bombardement uit op een basis bij Homs, waarbij zeker zeven Iraniërs omkwamen en grote materiële schade werd toegebracht. Al was deze aanval niet direct gerelateerd aan de vermeende gifgasaanval op Douma, de timing was wel erg toevallig.

Israëls positie in buurland Syrië is delicaat. Het land wil niet dat aartsvijand Iran zich via zijn Syrische bondgenoot Assad en de Libanese Hezbollah-milities definitief aan zijn grenzen vestigt, en het is een publiek geheim dat het regelmatig bombardementen uitvoert in Syrië om dat te voorkomen. Ook stuurt het land al geruime tijd aan op Amerikaans ingrijpen tegen Iran. Bij een directe confrontatie met de Russen heeft Israël echter geen belang.

Op het bombardement van maandag reageerde Rusland ongebruikelijk hard. Tot nu toe kon Israël relatief ongestoord zijn gang gaan in Syrië, zolang het niet te dicht bij de Russische belangen kwam. Dit keer was de Russische president Poetin de eerste die Israël ervan beschuldigde achter de aanval te zitten. Er zou wel met Washington en niet met Moskou zijn overlegd. Bovendien sprak Poetin zich tegen zijn gewoonte in uit over het Israëlische optreden bij demonstraties in de Gazastrook. Woensdagavond belde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu nog met Poetin, die hem waarschuwde in Syrië „geen stappen te zetten die de situatie destabiliseren”.

Israël zal de voorgenomen acties van de Verenigde Staten van harte toejuichen, maar als het al een materiële bijdrage levert, hult het zich daarover waarschijnlijk wederom in stilzwijgen.

Lees ook: Adembenemende confrontatie Rusland en VS – wie durft wat?

Frankrijk Rode lijn

„Zodra het bewijs er is, zal ik doen wat ik gezegd heb: aanvallen”, zei de Franse president Macron in februari over represailles voor mogelijk gebruik van chemische wapens in Syrië. Dat punt is volgens hem nu bereikt. „We hebben het bewijs dat afgelopen week chemische wapens, op zijn minst chloorgas, door het regime van Bashar al-Assad gebruikt zijn”, oordeelde hij donderdag in een televisie-interview.

Het Élysée heeft volgens Macron dagelijks contact met het Witte Huis over een mogelijke aanval. „We zullen nu op het gewenste moment beslissingen moeten nemen”, zei Macron, zonder nadere toelichting over het tijdspad en het soort reactie dat hij voor ogen heeft. Een diplomatieke oplossing lijkt minder vanzelfsprekend voor de president die zegt te doen wat hij belooft. „Als je rode lijnen stelt en die niet respecteert, dan besluit je om zwak te zijn”, zei hij in februari tegen Le Figaro.

Het was in het bijzijn van de Russische president Vladimir Poetin dat Macron kort na zijn aantreden, vorig jaar mei in Versailles, voor het eerst over een „rode lijn” sprak bij nieuw gebruik van chemische wapens in Syrië „door wie dan ook”. Zo’n grens was eerder gesteld door de Amerikaanse president Obama.

Toen in 2013 de Franse Rafales klaarstonden voor bombardementen tegen het Syrische regime, zag Obama op het laatste moment af van een aanval omdat de Britse premier Cameron, ook deel van de coalitie, parlementaire toestemming wilde. Frankrijk kon slechts volgen.

De toenmalige Franse president Hollande heeft het daar nog altijd moeilijk mee. „Het was onmogelijk om alleen te beginnen”, zei hij deze week. Frankrijk had destijds, mede dankzij door journalisten van Le Monde meegebrachte monsters, eigen bewijs dat gifgas gebruikt was en vond dat de internationale gemeenschap een grens moest stellen.

Al sinds het begin van het conflict speelt het land een prominente rol. Frankrijk pleitte al vroeg voor wapenleveranties aan de opstandelingen. Hollande zei eerder dit jaar dat Macron niet hard genoeg was geweest tegen Poetin.

Anders dan bij de inval in Irak in 2003 is Frankrijk de laatste jaren militair een van de trouwste bondgenoten van Washington. Macron is eind deze maand het eerste buitenlandse staatshoofd dat een officieel staatsbezoek aan de Amerikaanse president Donald Trump aflegt.

Correctie (13-04-18): In een eerdere versie stond dat voor May de zaak extra gevoelig ligt omdat de regering van haar voorganger David Cameron een pijnlijk figuur sloeg bij een soortgelijke gifgasaanval in 2015. Dit moet 2013 zijn.