‘Niets is zo prikkelend als filosofie in mei’

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

Een Decamerone-achtige vertelling van schrijver en predikant Frans Willem Verbaas. In Mensen van licht en steen vertellen vier vrienden elkaar elke week een verhaal op een bankje in Heusden en dat jaren lang. De socialist Levien werkt op een werf, de zakenman Njard komt uit een katholiek nest, de hervormde Gijs werkt in de sigarenzaak van zijn schoonouders en stort zich op de herbouw van de gebombardeerde Catharijne toren in Heusden, en de ietwat eenzame geschiedenisleraar Evert – we leren ze door en door kennen. Net als in de Decamerone leiden de vrienden het verhaal bij hun gehoor in. Zelfs vraagt men elkaar of het verhaal niet te lang duurt: ‘Wil je nog steeds dat ik verder vertel? Is het niet te pijnlijk voor je? Echt?’ In de na-oorlogse schemer begint Njard met een ontroerend verhaal over zijn katholieke moeder die in de oorlog is omgekomen en per ongeluk op de verkeerde – de hervormde – begraafplaats is terecht gekomen en wat hij daaraan gedaan heeft. Er komt nog veel meer ter sprake in de loop der jaren tot de anti-rook-lobby aan toe en na alle lief en leed eindigen we met Levien en Evert die op een nazomerdag in 2008, uitkijken op een sportveldje en een meisje een strafschop zien nemen. Een mooi symbool voor wat zij allemaal hebben meegemaakt in die zestig jaar vriendschap.

Frans Willem Verbaas: Mensen van licht en steen. Mozaïek, 282 blz. € 19,99

In De laatste getuige beschrijft Frank Krake het ongelooflijk moedige verhaal van de Amsterdamse slagersjongen Wim Aloserij die in 1943 werd opgepakt en na omzwervingen ook de hel van concentratiekamp Neuengamme overleefde. In 1945 wist hij te ontkomen uit het brandende Duitse schip Cap Arcona in de Lübecker Bocht en op een vlot voor zijn leven vocht. Op 30 mei 1945 kwam hij uitgemergeld thuis; zeventig jaar later, Aloserij is nu 93 jaar, weet hij nog precies hoe hij op slinkse wijze de keuken van het mega-schip wist te bereiken en stiekem pap klaarmaakte voor twee jonge jongens in zijn hut. Dat Aloserij de oorlog overleefde, had volgens hem niet alleen te maken met moed en de wil om dit na te kunnen vertellen, maar helaas ook met de wrede opvoeding door zijn stiefvader. Sybrand van Haersma Buma schreef een zeer betrokken voorwoord.

Frank Krake: De laatste getuige. Achtbaan, 391 blz. € 19,99

‘Ik ben de dochter van immigranten, de dochter van Europese Joden, de dochter van twee mensen wier levens onuitwisbaar getekend zijn door leed en bijna-dood, gevolgd door ballingschap, asiel en liefde.’ De Amerikaanse schrijfster en dichter Elizabeth Rosner sprak voor Survivor Café uitgebreid met haar vader met wie zij drie keer terugging naar Duitsland, andere oorlogsslachtoffers en onderzoekers: elke oorlog moet een plaats krijgen in ons collectieve geheugen, het leed moet wereldwijd onderkend worden en we mogen niet voorbijgaan aan de zogenaamde ‘intergenerationele overerving van oorlogstrauma’s’ van (groot-)ouders op de taal, de identiteit en de verbeelding van hun (klein)kinderen. Naar hoe dat werkt wordt veel onderzoek gedaan. Rosner spreekt ook met Helen F. die de Holocaust overleefde en op dat moment 98 jaar oud is. Zij heeft haar hele leven lang mensen geïnformeerd over de oorlog. Wanneer Rosner haar vraagt wat er zal gebeuren als alle overlevenden van de Holocaust overleden zijn is haar antwoord resoluut: ‘Het sterft samen met ons. Simpel. Het sterft.’ Zij benadrukt dat haar voorspelling niet melodramatisch is.

Elizabeth Rosner: Survivor Café. Oorspronkelijke titel Survivor Café. Vertaald uit het Engels door Vanja Walsmit, Scriptum, 256 blz. € 19,99

Eind vorig jaar werden zeven ‘jonge denkers’ gekozen die het beste essay hadden geschreven over de ‘verbeelding aan de macht’ – het thema van de maand van de filosofie. Hebben scholieren die eindexamen doen in filosofie idealen? Zijn zij bereid daarvoor de straat op te gaan zoals de studenten in 1968 in Parijs? Door welke filosofen laten zij zich inspireren? Er waren 53 inzendingen waarvan er veertien zijn opgenomen in de bundel De Jonge Denkers: verbeelding aan de macht. Niet alleen leerzaam voor leerlingen filosofie maar voor iedere scholier met idealen. Eén van de criteria voor een winnend essay was: ‘De Jonge Denker stelt filosofische (begin)vragen die relevant zijn voor de wereld van nu en schetst een heldere alledaagse context.’ De gymnasiast Ehsan Razaghi (17) van het St. Ignatiusgymnasium in Amsterdam komt meteen ter zake: ‘Mijn ideaal is een filosofie die wetenschappelijk getoetst kan worden. Een methode om zo dicht mogelijk bij dit ideaal te komen, noem ik filonochie.’ Dan volgt een interessante uitleg van, uh, filonochie. Scholieren blijken wel degelijk nog idealen te hebben of er in ieder geval over na te denken. In zijn afsluitend essay combineert schrijver en filosoof Ger Groot de gedachte achter het ‘verlangen naar macht’ in 1968 in Parijs met de idealen van de leerlingen van nu: ‘Niets is zo prikkelend als Parijs in de lente of als filosofie in mei.’

De jonge denkers: De verbeelding aan de macht. Inleiding door Fransiscus Ismaël Kusters. Lemniscaat, 159 blz. € 4,95

De Vlaamse schrijver, dichter, schilder en filmmaker Hugo Claus (1929-2008) overleed tien jaar geleden en dat wordt herdacht met verschillende uitgaven. Nieuwe tekeningen en gedichten is er daar één van. Toen Claus in 2003 in het ziekenhuis lag, kreeg hij ter afleiding een blauw notitieboekje waarin Claus uiteindelijk 108 kleine tekeningen heeft gemaakt. Suzanne Holtzer, jarenlang Claus’ redacteur, zocht er dichtregels bij zoals uit ‘Het teken van de hamster’: De hamster is begerig naar beweging,/maar blind boven de aarde. Het is maar een fragment uit een episch-lyrisch gedicht dat meer dan andere gedichten de gemaskerde persoonlijkheid van Claus onthult.

Hugo Claus: Nieuwe tekeningen en gedichten. De Bezige Bij, 228 blz. € 24,99

Precies over dat gedicht – een ‘mini-epos van welhaast duizend verzen’ – is een prettig leesbare tekstverklaring verschenen van classicus en vertaler Paul Claes die ‘het oorspronkelijke typoscript’ van Het teken van de hamster interpreteert en van verwijzingen voorziet. Het gedicht gaat over een reis die Claus maakte van Gent naar zijn geboortestad Brugge, maar is doordrongen van psychologische onvrede van de dichter met zichzelf en met de wereld. De hamster staat symbool voor de dichter die zich niet thuis voelt buiten zijn eigen gebied. De hamster is immers ‘begerig naar beweging,/maar blind boven de aarde’. Ook Claus’ citaten op muzikaal gebied, krijgen meer waarde door de uitleg van Claes. Claus had Claes al eens laten weten tevreden te zijn over diens aantekeningen bij de vertalingen van Het teken van de hamster – deze uitgebreide close reading zou bij Claus dan ook zeker in goede aarde zijn gevallen.

Paul Claes: Het teken van de hamster. Van Tilt, 175 blz. € 19,95

    • Margot Poll