Zwakke stroom koelt Europa af

Klimaat

Volgens twee onderzoeken zwakken warme stromingen richting Europa af. Maar oceanografen zijn kritisch.

Ingekleurd satellietbeeld van de oceaanstromingen op aarde, dicht bij het wateroppervlak. Foto’s NASA

De stromingen in de Atlantische Oceaan die warmte vanaf de evenaar naar het noorden transporteren, zijn sinds 1950 afgezwakt. Als dit doorzet zou het klimaat in West-Europa kouder kunnen worden. Dat concluderen wetenschappers in een studie die woensdag is gepubliceerd in Nature.

„Alle aandacht voor deze stromingen is welkom, maar op dit artikel heb ik wel de nodige aanmerkingen”, zegt Femke de Jong, fysisch oceanograaf bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel.

Het artikel gaat over een complex systeem van stromingen in de Atlantische Oceaan, dat bekend staat als de Atlantic meridional overturning circulation (AMOC). Dit systeem transporteert vanaf de evenaar netto meer warmte naar het noorden dan naar het zuiden. Hierin is deze oceaan uniek vergeleken met de andere.

Eenmaal in het koude noorden staat het water veel warmte af aan de atmosfeer. De afname in temperatuur, samen met het hoge zoutgehalte van dit water van tropische origine, zorgt ervoor dat de dichtheid toeneemt. Het nu zwaardere water zinkt naar de diepte en wordt weer zuidwaarts getransporteerd, tot helemaal aan het zuidelijk poolgebied. Daar welt het weer op, op plaatsen waar harde winden het oppervlaktewater wegblazen.

De AMOC wordt omschreven als een transportband. Klimaatwetenschappers maken zich zorgen dat door de opwarming van de aarde die band kan vertragen, of stilvallen. Als het water aan het zee-oppervlak warmer wordt, of zoeter door de instroom van smeltend gletsjer-ijs (bijvoorbeeld van Groenland), zou het kunnen dat het water in het noordelijk poolgebied onvoldoende meer ‘indikt’ om af te zinken. Het klimaat in West-Europa zou kouder worden.

Satellietbeeld van turbulente stromingen aan de oostkust van de VS. De turbulentie is zichtbaar door bloei van fytoplankton. Foto NASA

Zo’n vertraging in de AMOC is waarop het nu gepubliceerde onderzoek uit komt: een vertraging van 15 procent sinds 1950. De wetenschappers baseren dat op een nieuw klimaatmodel. Ze lieten dat model vanaf 1870 draaien, waarbij de CO2-concentratie in de atmosfeer elk jaar met 1 procent toenam. Ze selecteren twee trends die uit het model komen: in een groot gebied onder Groenland is de temperatuur van het zee-oppervlak gedaald ten opzichte van het wereldwijde gemiddelde, en langs de oostkust van de Verenigde Staten is de temperatuur gestegen ten opzichte van dat gemiddelde. Dat is precies wat uit observaties en metingen blijkt. Omdat het model die trends koppelt aan een vertraging van de AMOC, concluderen de onderzoekers dat dat in werkelijkheid ook gebeurd moet zijn.

Maar het bewijs daarvoor is mager, zegt De Jong. „Ik vind het te makkelijk om alleen af te gaan op temperatuurmetingen aan het zee-oppervlak in een beperkt gebied.”

Ook Sybren Drijfhout, hoogleraar fysische oceanografie aan de universiteit van Southampton en onderzoeker bij het KNMI, is kritisch. „Ook al ziet het model in twee gebiedjes dezelfde temperatuurtrends als in het echt, dat hoeft nog niet te betekenen dat de verklaring van het model ook is wat er in het echt gebeurt.”

Nature publiceerde woensdag nog een ander artikel over de AMOC. Hierin komt een andere groep onderzoekers tot de conclusie dat die rond 1850 al sterk is verzwakt. Ook over deze publicatie zijn De Jong en Drijfhout kritisch. De conclusie is gebaseerd op onderzoek aan sedimentkernen halverwege de oostkust van de VS. Uit de grootteverdeling van de sedimentkorrels (bij een sterkere stroming worden ook grotere korrels meegenomen) leiden de onderzoekers af dat rond 1850 de diepe zoute stroming in snelheid is afgenomen. En dus ook de AMOC in zijn geheel. De Jong: „Maar deze methode is niet goed te gebruiken in gebieden met veel wervelingen, zoals de Golfstroom.”