WHO: zeker 500 patiënten met symptomen gifgas Douma

De Wereldgezondheidsorganisatie eist onmiddellijke toegang tot het gebied rond Oost-Ghouta, waar de vermoedelijke gifgasaanval plaatsvond.

Een kind wordt gewassen in Douma, na wat vermoedelijk een gifgasaanval is geweest. Foto AP

De Wereldgezondheidsorganisatie WHO eist dat hulpverleners onmiddellijke toegang krijgen tot de regio rondom de Syrische plaats Douma, waar zaterdag vermoedelijk een gifgasaanval heeft plaatsgevonden. Onderzoekers van de WHO concluderen woensdag aan de hand van videobeelden uit het gebied dat er zo’n vijfhonderd patiënten zijn opgenomen die “verschijnselen en symptomen vertonen die duiden op blootstelling aan giftige chemicaliën”.

Bij de bombardementen van dit weekend, waarbij volgens eerdere berichten chloorgas zou zijn ingezet, vielen meer dan zeventig doden. Van de doden vertoonden volgens de WHO 43 de symptomen van een gifgasaanval. Volgens de WHO hadden de slachtoffers geïrriteerde slijmvliezen, ademhalingsproblemen en uitval van functies in het centrale zenuwstelsel.

Of er daadwerkelijk chemische wapens zijn ingezet, moet worden vastgesteld door de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die een onderzoek is gestart. Wie de wapens heeft ingezet wordt daarin niet beantwoord; de OPCW heeft niet het mandaat om de schuldvraag te beantwoorden.

De vermoedelijke gifgasaanval houdt de VN-Veiligheidsraad al dagen bezig. Volgens de Verenigde Staten zou het Syrische regime, dat steun geniet van Rusland, achter de aanval zitten. De Syrische regering ontkent en Rusland blokkeert een Amerikaanse resolutie om een onderzoek in te stellen in Syrië.