Column

Wat zou een veilig Facebook ons kosten?

Veelgehoorde vraag: als we nu allemaal gaan betalen voor Facebook, met als voorwaarde dat al onze data en andere zaken voor altijd vertrouwelijk blijven? Een soort privacy-gegarandeerd sociaal medium dus. Kan dat, en hoe veel zou dat kosten?

Op het eerste gezicht zou je denken: waarom niet? Het samen met het internet gearriveerde ‘recht’ op gratis muziek, films, nieuws en series is al op zijn retour. Consumenten zijn gewend geraakt om te betalen voor online-diensten. Spotify, Apple Music, Netflix: een prijs van rond een tientje in de maand lijkt acceptabel, en is voor veel van dit soort bedrijven als inkomstenbron kennelijk voldoende.

Zou dat ook met Facebook kunnen? Dat vergt een fiks aantal vooronderstellingen. Facebook zelf zou het een goed idee moeten vinden. Het hele datagerichte bedrijfsmodel zou op de schop moeten (u wordt weer de klant, en niet langer het product). De hele shark tank vol marketeers, datahandelaren en zelfpromotors waar de argeloze gebruiker dagelijks in afdaalt, zou ophouden te bestaan.

Maar stel: Mark Zuckerberg komt tot inkeer. En hij méént het ook echt, anders dan toen hij bij de geboorte van zijn kind zijn vermogen zogenaamd ‘schonk’ aan liefdadigheid. Hoeveel zou je er, als betalend lid, in de maand aan kwijt zijn?

Laten we, op het ontoelaatbare af, een versimpeling hanteren om dat te berekenen: de jaarlijkse kosten van Facebook, gedeeld door het aantal gebruikers. Die kosten waren in 2017 ruim 20 miljard dollar, opgedeeld in kosten van de omzet (5,5 miljard), onderzoek en ontwikkeling (7,8 miljard) en personeel en administratie (7,2 miljard).

Onmogelijk: een klein aantal afhakers zou een betaald, veilig, Facebook al ten gronde richten

Nu zou Facebook een stuk eenvoudiger worden bij dat nieuwe bedrijfsmodel, en dus lagere kosten hebben. Maar later we het even op die 20 miljard houden. Het aantal actieve gebruikers is, wereldwijd, 2,17 miljard. Dus als die allemaal een dollar in de maand zouden betalen, dan springt Zuckerberg er, na belasting, wel zo’n beetje uit.

Dat valt dus best mee. Maar veel gebruikers leven in landen waar de welvaart beduidend minder is dan bij ons. In het Westen geldt een bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking dat een factor drie tot vier hoger is dan de 15.000 dollar van de gemiddelde wereldburger.

Om iedereen te behouden zou Facebook dus verschillende tarieven moeten hanteren in verschillende landen. Ga er van uit dat wij hier dus niet één, maar zo’n drie euro per maand kwijt zouden zijn. Zijn we er dan? Zeker niet. Want hoewel mensen gewend raken te betalen, doen velen dat nog niet.

Die resterende weerzin tegen betalen hoeft niet zo groot te zijn om toch een enorme impact te krijgen. Stel, even zonder ironie, dat je vijfhonderd goede vrienden hebt op Facebook, en we gaan over naar een betaalmodel. Honderd van die vrienden is dat te veel, en ze haken af. Dan zijn er nog maar vierhonderd over. Facebook wordt dan duurder per resterende gebruiker, en minder aantrekkelijk omdat het netwerk kleiner is. Dat zal leiden tot nieuwe afhakers.

Hier openbaart zich een negatief netwerk-effect: Facebook wordt dan kleiner omdat het kleiner wordt. Dat is exact het omgekeerde van het positieve netwerk-effect waarmee het bedrijf groot werd. Tot alles verdwijnt in het zwarte gat waar het ooit vandaan kwam.

Vermoedelijk werkt een betaalmodel dus niet. Tenzij een nieuw sociaal netwerk, met keiharde en controleerbare privacy-garanties, er van begin af aan mee komt. Daar is het wachten op. Wellicht tevergeefs.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.